Circulair ondernemen in de foodsector: nieuwe wijn in oude zakken

Ondernemers uit de foodsector in het voormalig zwembad Tropicana

Wat kan de circulaire economie betekenen voor ondernemers in de foodsector? De kansen liggen voor het oprapen, maar er zijn ook nog wel wat uitdagingen. Dat blijkt uit de ervaringen van de ondernemers die deelnamen aan de Circulaire Workshop Food van ABN AMRO. ‘Mooi om te zien dat ze zich niet uit het veld laten slaan en steun krijgen van andere ondernemers.’

Onderzoeksbureau TNO becijferde het al, de circulaire economie gaat Nederland veel opleveren. Ongeveer 7 miljard euro en ruim 50.000 banen. En verder: 10 procent minder CO₂-uitstoot, 20 procent waterbesparing in de industrie en 25 procent minder import van primaire grondstoffen. De agri & foodsector schiet er 930 miljoen euro mee op, plus een verlaging van de CO₂-uitstoot met 150 kiloton en een lagere ‘footprint’ voor landgebruik (2.000 vierkante kilometer minder).

Veel mogelijkheden

Iris van den Akker, Manager Middenbedrijf Food en Retail bij ABN AMRO, benadrukt dat alle schakels in de economie moeten meewerken om de circulaire economie tot wasdom te laten komen. ‘Zo’n situatie is er niet in één keer, daar moeten we naartoe groeien’, zegt ze. ‘Er zijn veel mogelijkheden om te beginnen. Daarom organiseren we de “Circulaire Workshop Food”. Daar kunnen ondernemers elkaar inspireren, en zien wij als bank waar wij (effectiever) kunnen bijdragen.’ Waar kan dat beter dan in het oude zwembad Tropicana in Rotterdam? Het is een lichtend voorbeeld van circulair ondernemen. In 2011 ging Tropicana failliet, maar sinds 2013 is het weer in gebruik als stadskas, paddenstoelenkwekerij en horecagelegenheid. In 2015 werd Tropicana verkocht aan BlueCity, een groep ondernemers die een ‘speeltuin’ willen creëren voor de circulaire economie.

Flexibiliteit in financieringsvormen

Vijftien ondernemers uit de foodsector zaten op 13 december in een kas van het oude zwemparadijs. Twee van die ondernemers zijn Peter Koolen en Jelte van Kammen. Koolen is directeur van Elvee, een handelsbedrijf in chocolade en zoetwaren. Van Kammen heeft de leiding over Harvest House, een specialist in vruchtgroenten voor onder meer de groothandel en retail. Beiden bezochten ze de workshop om te horen hoe andere ondernemers met het thema en de uitdagingen omgaan. Ook de bank kan het nodige betekenen, vindt Koolen. Als financier en als ‘influencer’. Koolen: ‘Ik hoop dat ABN AMRO de belemmeringen die ondernemers voor de circulaire economie ervaren hoger op de agenda van wetgevers kan krijgen.’ Van Kammen ziet vooral meerwaarde in flexibiliteit van financieringsvormen. Van den Akker herkent dat. ‘We zijn als bank zeker bereid om mee te bewegen met ondernemers’, zegt ze. ‘Dat is ook in het belang van onze investering en onze toekomst.’

Succes vasthouden

Beide ondernemers zijn op eigen kracht al een behoorlijk eind op weg. Van Kammen heeft de circulaire economie omarmd. Voorbeeld: de tomaten die zijn bedrijf niet kan verkopen door bijvoorbeeld plekjes of deukjes, gaan naar soepen en sauzen. Van Kammen: ‘Voor deze business heb ik met een aantal ondernemers een coöperatie opgericht. Om het succes vast te houden, gaan we nu een BV starten.’ Volgens Van den Akker is het een schoolvoorbeeld van hoe ondernemers te werk kunnen gaan. ‘Een goede eerste stap is het doorlichten van je eigen waardeketen en kijken waar je impact kunt maken. Kijk ook waar je kunt samenwerken met anderen.’

Kastje-muur

Het gaat volgens Van Kammen niet altijd gemakkelijk. Zo stuitte zijn initiatief om biologische teelt op een kunstmatige bodem te laten certificeren op weerstand. ‘Het is een kastje-muurverhaal. Den Haag verwees naar Brussel, Brussel stuurt ons terug. De balans twee jaar later: nog geen stap verder, zelfs nog geen duidelijkheid.’ Ook Van den Akker ziet de uitdagingen van de circulaire economie in de voedselsector. ‘Van de sector wordt de traceerbaarheid van producten verwacht. Juist die traceerbaarheid maakt het hergebruik van bijvoorbeeld reststoffen soms lastig. Ik vond het mooi om te zien dat de ondernemers bij de workshop zich hierdoor niet uit het veld laten slaan en zich gesteund zien door andere ondernemers en hun bank.’

Eerlijke prijzen

Koolen noemt het belangrijkste ingrediënt bij duurzaam ondernemen: tijd. ‘Je kunt als ondernemer het besluit nemen om alleen nog gecertificeerde chocoladerepen te verkopen, zoals wij dat deden, maar daarna moet je afnemers meekrijgen. Die zien wel de noodzaak van eerlijke prijzen, maar willen er liever niet extra voor betalen. Ook een zoektocht naar biologische ingrediënten kost veel tijd. Maar ik doe het graag. Ik voel me er moreel toe verplicht.’ De volgende stap voor Koolen is circulair ondernemen. ‘We kunnen met onze verpakkingen nog een belangrijke stap zetten. Voor verpakkingen gelden strenge eisen vanuit de Warenwet, omdat ze producten raken. Daarom maken we nu nog vooral gebruik van plastic. In de workshop hoorde ik van andere ondernemers, die verder zijn dan ik, wat zij doen met hun reststromen. We hebben afgesproken om er verder over te praten, dus ik heb hier zeker goede aanknopingspunten gevonden.’