Amerikaanse beurzen verliezen terrein op Europese

Blog -

Amerika en Europa vlaggen

Hoewel de Europese aandelenbeurzen, na de euforie over de stimulerende maatregelen door de Europese Centrale Bank (ECB), in de ban kwamen van Griekenland en daardoor wat onder druk kwamen, verloren de Amerikaanse aandelenbeurzen veel forser. De sterke dollar begint kennelijk pijn te doen.

Amerikaanse aandelenbeurzen deden het - ondanks Griekenland - de afgelopen week slechter dan de Europese beurzen Ben Steinebach Ben Steinebach Hoofd Beleggingsstrategie

Tot en met afgelopen maandag verkeerden de internationale financiële markten nog in een staat van euforie. Dat was het gevolg van het enorme bedrag van EUR 1.140 miljard dat de ECB (en de nationale centrale banken) de komende anderhalf jaar heeft apart gezet om de economie van de eurozone een oppepper te geven en de inflatie op het gewenste peil van net onder de 2% terug te brengen. Vooral de Europese aandelenmarkten, die in de aanloop naar het besluit op 22 januari al behoorlijk waren opgelopen, stegen nog wat verder. Na maandag kreeg de politieke situatie in Griekenland echter weer de overhand. De grote overwinning van Syriza - dat niet verder wil hervormen en bezuinigen en wil dat (een deel van) de staatsschuld wordt kwijtgescholden - boezemt beleggers kennelijk angst in. Zeker toen binnen 24 uur na de verkiezingen een regering werd gevormd met de kleine partij 'Onafhankelijke Grieken' die op beide punten hetzelfde wil (maar verder mijlenver van Syriza lijkt af te staan), begonnen Europese leiders zich toch wat ongemakkelijk te voelen. Dat de Grieken onder leiding van de nieuwe premier Tsipras (van Syriza) niet onmiddellijk water bij de wijn doen, is vanuit een onderhandelingsoogpunt wel te begrijpen, maar de toon is buitengewoon hard. De financiële markten zullen dus wat geduld moeten oefenen en afwachten wat de onderhandelingen de komende weken zullen opleveren. Hoewel er na de overeengekomen looptijdverlenging en renteverlaging in 2012 niet heel veel ruimte meer is, mag verwacht worden dat Europa (de ECB en de Commissie) en het IMF wat toezeggingen zullen kunnen doen om recht te doen aan de gewijzigde politieke verhoudingen.

Uiteraard was er de afgelopen week meer nieuws, waar de financiële markten op reageerden. Dat was bijvoorbeeld de uitkomst van een vergadering van het beleidsbepalende comité van de Federal Reserve, waaruit afgeleid kan worden dat de Fed medio dit jaar voor het eerst zijn belangrijkste rentetarief (de Fed funds rate) zal verhogen. Voorts was het opvallend dat de Amerikaanse aandelenbeurzen het - ondanks Griekenland - de afgelopen week ook weer slechter deden dan de Europese beurzen. Dat is over de hele maand januari overigens ook al het geval en vermoedelijk beginnen veel Amerikaanse bedrijven eindelijk last te krijgen van de sterker geworden dollar, waardoor hun concurrentiepositie verslechtert.

Lage olieprijs speelt Koninklijke Olie parten

De afgelopen week publiceerden veel bedrijven hun resultaten over het laatste kwartaal van 2014. Opvallend veel Amerikaanse bedrijven klaagden over de sterke dollar, iets waarvan Europese bedrijven juist profijt hadden. Koninklijke Olie was daarop een begrijpelijke uitzondering. Voorbeelden van Amerikaanse bedrijven die aangaven last te hebben van de gewijzigde valutaverhoudingen waren Pfizer, dat daarnaast ook nog eens last bleek te hebben van de expiratie van een aantal patenten, en Amazon, waarvan de omzet tegenviel maar de winst per aandeel en de marges beter waren dan verwacht. Ook VISA publiceerde hele goede resultaten, vooral ook omdat Amerikaanse consumenten volgens het bedrijf ongeveer de helft van het voordeel van de gedaalde energieprijzen extra besteden en voor een deel daarvoor met hun creditkaart betalen. Google presenteerde daarentegen - als gevolg van de sterke dollar - tegenvallende resultaten, ondanks een sterke groei in het aantal bekeken filmpjes van dochter YouTube. Ook Microsoft stelde teleur, vooral omdat de vraag naar Windows en Office achterblijft bij de verwachtingen door teruglopende pc-verkopen. Ook de vooruitzichten die het bedrijf gaf, waren wat teleurstellend. Apple was de grote positieve uitzondering want het bedrijf meldde dat het in het laatste kwartaal van 2014 bijna 75 miljoen iPhones heeft verkocht, vooral in China en andere opkomende landen (zoals Brazilië).

Europese bedrijven publiceerden in het algemeen resultaten die meer in lijn waren met de verwachtingen. Voorbeelden daarvan waren bedrijven als Siemens en Novartis. De zwakke euro speelde natuurlijk in hun voordeel. Een uitzondering was Koninklijke Olie, dat logischerwijze hard wordt geraakt door de sterk gedaalde olieprijs. Het bedrijf kondigde aan dat liefst USD 15 miljard aan geplande investeringen zullen worden uitgesteld of geschrapt. Hiervan zullen uiteraard ook negatieve effecten uitgaan op toeleveranciers van het bedrijf op het gebied van research en exploratie. De winst kwam met USD 3,3 miljard ongeveer 20% lager uit dan verwacht. De AEX was op 23 januari nog opgelopen tot 454,56 punten en steeg maandag door tot bijna 460, maar verloor in de loop van de week toch weer wat terrein tot 451 op vrijdagmorgen.

Geen 'low yield' maar 'no yield' in Duitsland

Het rendement op Duitse en Nederlandse overheidsobligaties is tot historische laagtepunten gedaald. In de Zuid-Europese landen vond daarentegen enige stijging plaats. Bedrijfsobligaties vormen een alternatief. Door het aangekondigde ECB-programma ligt het rendement op 10-jaars Duitse staatsobligaties nu op 0,3% tegen 1,25% medio vorig jaar toen de olieprijs begon te dalen. Op 5-jaars obligaties wordt zelfs geen rendement meer behaald (no yield), iets wat ook weer niet heel veel verbazing hoeft te wekken omdat Duitsland in januari ook dalende consumptieprijzen (deflatie) kent. Rendementen in Zuid-Europese landen gingen daarentegen juist wat omhoog als gevolg van de politieke situatie in Griekenland. In het land zelf stegen de 10-jaars rendementen met 1,5%-punt tot bijna 10% en de andere Zuid-Europese landen (inclusief Frankrijk) liepen de rendementen met circa 8 basispunten op. Ook bedrijfsobligaties deden het goed, vooral omdat het bestaande opkoopprogramma van de ECB (ABS en covered bonds) andere kopers uit de markt drukt. Die wijken vervolgens uit naar bedrijfsobligaties waardoor de rendementsverschillen met staatsobligaties verder terugliepen.

Veel resultaten van Europese bedrijven

Op macro-economisch gebied is er de komende week niet heel veel vuurwerk te verwachten, misschien met uitzondering van de Amerikaanse werkgelegenheidscijfers op vrijdag. Op het gebied van de bedrijfsresultaten is er een keur aan Europese bedrijven aan de beurt. Deze bedrijven zitten vooral in het bankwezen (BNP-Paribas, Banco Santander en BBVA) en de farmacie (Merck, Glaxo SmithKline, AstraZeneca en Sanofi). Verder zijn er nog de 'Amerikanen' ExxonMobil en Walt Disney en de Europese producent van luxegoederen LVMH, die met cijfers komen. Daarnaast kijken we natuurlijk uit naar de Nederlandse bedrijven KPN, Wereldhave en Nutreco (waarvoor SHV het bod heeft verhoogd van EUR 44,50 tot 45,25 per aandeel, waardoor de race wel gelopen lijkt). Op macro-economisch terrein vormen de industriële orders in Duitsland over december een van de interessantere cijfers. Daarnaast zijn we benieuwd naar de consumentenbestedingen in de Verenigde Staten en de ontwikkeling van de detailhandelsverkopen in de Europese Unie, beide ook in die zelfde maand. Het belangrijkste cijfer is echter de verandering van de Amerikaanse werkgelegenheid (de zogeheten non-farm payrolls) en de werkloosheid over januari.

Lees meer over

Discussieer mee

ABN AMRO is benieuwd naar uw mening. U kunt daarom onder dit artikel reageren via Disqus. Door te reageren gaat u akkoord met de voorwaarden.

Meer blogs

Filteren op