Als beleidsindicaties op betere cijfers stuiten

Blog -

Cijfers in het blauw

Vorige week hebben Europese centrale banken een ongekende stap gezet door een duidelijker indicatie te geven van de toekomstige monetaire koers.

De beleidsindicatie door de centrale banken en de betere cijfers over de economie zorgen samen voor een verbeterde stemming onder beleggers en voor steilere yieldcurves. Han de Jong Han de Jong Chief Economist

Zowel de ECB als de BoE gaf aan te verwachten de beleidsrente nog geruime tijd laag te houden. Omdat de Fed zich al eerder in deze richting had uitgelaten, ontstond de indruk van een internationale communicatiecampagne van de centrale banken, met als doel de verwachtingen te temperen dat de korte rente volgend jaar verhoogd wordt. Verder blijkt uit de PMI-cijfers dat de mondiale vraag nog te wensen overlaat. Daar staan goede cijfers voor de Amerikaanse arbeidsmarkt tegenover. Deze ondersteunen onze opvatting dat er snel betere tijden aanbreken. De beleidsindicatie door de centrale banken en de betere cijfers over de economie zorgen samen voor een verbeterde stemming onder beleggers en voor steilere yieldcurves.

De ‘voorwaardelijke toezegging’ van Draghi
De mantra van de ECB was altijd: de centrale bank legt zich niet van tevoren vast op een bepaalde koers van het monetair beleid, maar neemt haar besluiten op grond van de op dat moment bekende economische cijfers. Het zou te ver gaan om te stellen dat de ECB deze doctrine nu heeft afgedankt, maar er is wel degelijk sprake van een ongekende en historische verandering in die richting. Bij de persconferentie na afloop van de beleidsvergadering van juli zei ECB-president Draghi dat ‘de Raad van Bestuur verwacht dat de belangrijkste rentetarieven van de ECB geruime tijd op het huidige of een lager niveau zullen blijven’. Dit moet niet worden opgevat als een belofte, maar als de visie van de centrale bank op de meest waarschijnlijke renteontwikkeling op grond van haar inflatieverwachtingen. Het is dus een soort ‘voorwaardelijke toezegging’. De verandering is ingegeven door de verwachtingen in de markt dat de korte rente in de eurozone volgend jaar omhoog gaat, volgens de kromme logica dat de Fed binnenkort haar opkoopprogramma gaat afbouwen en de ECB ‘dus’ ook wel een krapper monetair zal gaan voeren. Die logica houdt er geen rekening mee dat de economie van de eurozone zwakker is dan die van de VS. Daar komt bij dat de Fed erop gebrand is het idee de kop in te drukken dat de rente al snel na de beëindiging van het opkoopprogramma wordt verhoogd.

Beleidsindicatie op internationaal niveau
De Fed geeft al langer een indicatie van haar toekomstige beleidskoers en heeft de afgelopen weken aangegeven dat de in de markt levende verwachtingen over de renteontwikkeling ‘uit de pas liepen’ met de ideeën van de centrale bank. Ook de BoE lichtte vorige week, een paar uur vóór de persconferentie van de ECB, een tipje van de sluier op. In de verklaring na afloop van de eerste beleidsvergadering van Mark Carney als president van de BoE stelde het beleidscomité dat de verwachtingen over een renteverhoging ‘niet gerechtvaardigd’ waren. De manier waarop de centrale banken op dit moment communiceren, wekt sterk de indruk van een internationaal gecoördineerde actie om de verwachtingen van de markt dat de korte rente binnenkort verhoogd wordt, de kop in te drukken. Toen Draghi echter gevraagd werd naar de overeenkomsten tussen de communicatie van de ECB en de BoE zei hij, met een glimlach, dat die ‘toeval’ waren.

Renteverwachtingen

ECB houdt de mogelijkheid van renteverlagingen open
In een over het algemeen erg pro-verruiming klinkende toelichting liet Draghi de mogelijkheid van renteverlagingen open en zei hij dat de nieuwe beleidsindicatie een nieuwe manier was om duidelijk te maken dat de rente een ‘neerwaartse neiging’ vertoont. Hij benadrukte dat dit ook voor de depositorente gold, die negatief zou kunnen worden. Zijn toelichting past in de visie dat de beleidstarieven dit jaar of volgend jaar zeer waarschijnlijk niet verhoogd worden. Het blijft echter onzeker of de ECB de rente nu gaat verlagen, al is het maar omdat nogal wat leden van de Raad van Bestuur de afgelopen maanden ernstige twijfel hebben geuit over de neveneffecten van een negatieve rente. Als er al verlaagd wordt, dan is de herfinancieringsrente de meest waarschijnlijke kandidaat, al is dit bepaald niet zeker nu de economie zich nog steeds langzaam lijkt te herstellen. Ons basisscenario luidt dat de rente tot minimaal 2015 ongewijzigd blijft. Wel blijft volgens ons de mogelijkheid bestaan dat de herfinancieringsrente binnenkort opnieuw verlaagd wordt.

Matige groei van de wereldeconomie…
Uit recente cijfers blijkt dat de wereldeconomie nog steeds niet echt wil groeien, al zijn er aanwijzingen dat de groei later dit jaar zal aantrekken. De internationale PMI voor de industrie bleef in juli gelijk op 50,6, een niveau dat duidt op een zeer zwakke groei van de industriesector. De mondiale vraag is op dit moment niet om over naar huis te schrijven nu de economie van de eurozone stagneert, die van de VS gematigd groeit en die van China en andere grote opkomende markten sterker is teruggevallen dan verwacht en nog geen duidelijke omslag vertoont.

…maar betere tijden komen eraan
Er zijn echter goede redenen om te denken dat er betere tijden gaan aanbreken. Om te beginnen verbeteren de fundamentele factoren die de vraag in de Amerikaanse private sector bepalen. Zo is het consumentenvertrouwen sinds de recessie niet zo hoog geweest, doordat het vermogen van huishoudens sterk is gegroeid en de werkgelegenheid gestaag verbetert. De Amerikaanse arbeidsmarktcijfers wijzen op een groei van de werkgelegenheid en die vertaalt zich direct in de inkomens. Bovendien zit de woningmarkt midden in een flinke hausse. Verder worden de bezuinigingen de komende maanden sterk afgezwakt, zowel in de VS als in de eurozone. De detail-handelsomzet in mei behoorde ook tot de reeks cijfers waaruit blijkt dat de eurozone uit de recessie komt. En dan zijn er nog de infrastructurele investeringen die in enkele opkomende markten, niet in de laatste plaats China, nog op gang moeten komen. Belangrijker is misschien wel de steun die de export uit de opkomende markten ondervindt wanneer de groei in de VS, en in een latere fase de eurozone, aantrekt. In lijn met deze positieve blik op de ontwikkeling van de wereldeconomie zijn er zelfs voorzichtige tekenen van vooruitgang merkbaar die niet volledig tot uiting komen in de PMI voor de mondiale industrie. Markit (het bureau dat de index opstelt) gebruikt bij de samenstelling van het mondiale cijfer zijn eigen nieuwe PMI voor de VS en die is in juni licht gedaald. De  ISM-index voor de industrie, die grote voorspelkracht heeft, is daarentegen vorige maand gestegen.

Beleidsindicatie en betere cijfers goed voor de stemming
De beleidsindicatie van de centrale banken en de betere economische cijfers geven de stemming onder beleggers een impuls: de aandelenkoersen stijgen, terwijl de goudkoers juist onder druk staat. Verder won de dollar terrein ten opzichte van de euro en het Britse pond toen de beleidsmakers in de eurozone in navolging van de Fed een indicatie van hun beleidskoers gaven. De Amerikaanse arbeidsmarktcijfers maken het verder waarschijnlijk dat de Fed in september met de afbouw van het opkoopprogramma begint. Tot slot de obligatiemarkten. De beleidsindicatie draagt bij aan verankering van de korte rente, terwijl betere macrocijfers en de naderende afbouw van het opkoopprogramma de lange rente opdrijven. Het resultaat is dat de rentecurves steiler worden, een trend die nog wel even zal aanhouden.

Lees meer over

Discussieer mee

ABN AMRO is benieuwd naar uw mening. U kunt daarom onder dit artikel reageren via Disqus. Door te reageren gaat u akkoord met de voorwaarden.

Meer blogs

Filteren op