Goede stemming houdt maar kort aan

Blog -

Aandelencijfers grafiek getekend met pen

De veel sterker dan verwachte groei van de Amerikaanse werkgelegenheid heeft vorige week geleid tot hoge slotkoersen op de wereldwijde aandelenbeurzen. In de loop van deze week sloeg de twijfel echter alweer toe door zwakke cijfers uit de industriële sector in de Verenigde Staten en China en dalende prijzen van grondstoffen, waaronder olie.

De macrocijfers waren de afgelopen week eerder gemengd van karakter, dan slecht te noemen Ben Steinebach Ben Steinebach Hoofd Beleggingsstrategie

Door de sterke groei van de Amerikaanse werkgelegenheid is de verwachting sterk toegenomen dat de eerste renteverhoging door de Federal Reserve nog dit jaar plaatsvindt. Dat was ook af te leiden uit uitspraken van verschillende Fed-bestuurders, die op een toenemende consensus voor volgende maand wijzen. De kracht van de dollar, die daaruit resulteert, zou de Europese Centrale Bank (ECB) de ruimte geven om nog even te wachten met een intensivering van het eigen beleid. Daarvan is in de woorden van president Draghi echter nog niets te merken. In een toespraak voor het Europese Parlement herhaalde hij nog maar eens dat de ECB klaar staat om de benodigde maatregelen te nemen als de inflatie niet snel genoeg oploopt. Zelfs dit kon de financiële markten niet echt in een goede stemming brengen. De forse daling van de grondstoffenprijzen, die wordt gezien als een indicatie van een zwakke wereldeconomie, bleek sterker en zette vooral de beurzen op donderdag onder sterke neerwaartse druk.

Macrocijfers beter dan uit grondstoffenprijzen blijkt

De macrocijfers waren de afgelopen week eerder gemengd van karakter, dan slecht te noemen. In Japan en Nederland viel de stijging van de industriële productie erg mee en hetzelfde was het geval met de detailhandelsverkopen in Nederland en China. Ook de Chinese investeringsgroei bleef goed op peil. Daar stond tegenover dat de internationale handel in China verder terugliep (bijdragend aan een vertraging van de groei van de wereldhandel). Ook de groei van de industriële productie in China liep verder terug - van 5,8% in september tot 5,6% in oktober - wat overigens nog steeds een van de hoogste groeipercentages ter wereld is. Daarnaast was er deze week sprake van een tegenvallende groei in de Duitse en de Britse industrie. Ook de eerste schattingen van de Europese economische groei voor het derde kwartaal vielen licht tegen. Duitsland en Frankrijk groeiden in lijn met de verwachtingen, maar Italië, Nederland, Portugal en Finland vielen tegen. De daling van de grondstoffenprijzen is naar onze mening voor het belangrijkste deel te wijten aan speculatieve posities. Daar zullen er niet veel meer bijkomen en als de feitelijke vraag- en aanbodverhoudingen (van bijvoorbeeld olie) gaan verbeteren, zal al snel een draai omhoog in de prijzen kunnen optreden.

Wisselende bedrijfscijfers

Naast de dalende grondstoffenprijzen vonden de aandelenmarkten ook weinig steun van de bedrijfsresultaten, die afgelopen week werden gepubliceerd. Vooral de cijfers van Aegon werden door de markt fors afgestraft. De resultaten op het internationale vlak - van Siemens en Vodafone - waren beter dan verwacht en die van Cisco in lijn met de verwachtingen. In Nederland gold datzelfde voor de resultaten van Ahold, dat profijt had van de sterke Amerikaanse dollar en ook in eigen land nog eens marktaandeel wist te winnen. Daar stond echter tegenover dat Boskalis een lagere winst publiceerde dan in 2014, hoewel de daling minder groot was dan waar rekening mee was gehouden en de orderportefeuille van het bedrijf redelijk gevuld blijft. De grootste tegenvaller was het resultaat over het derde kwartaal van Aegon. Een fors nettoverlies van EUR 524 miljoen werd deels veroorzaakt door een tegenvaller bij de leven polissen in de Verenigde Staten. Bovendien bestaat er nog steeds geen duidelijkheid over de methode waarop de solvabiliteit moet worden gemeten. De meeste internationale aandelenmarkten sloten donderdag circa 2% tot 3% lager dan afgelopen vrijdag. De Japanse Nikkei was een uitzondering met een plus van ruim 2%. De AEX ging met een verlies van ruim 2% mee in het internationale veld en sloot net onder de 460 punten. Vanochtend bewoog de index nog iets lager op 457.

Obligatiemarkten onder invloed van centrale banken

Op de wereldwijde obligatiemarkten spelen de veranderende verwachtingen omtrent het beleid van vooral de Federal Reserve en de ECB een belangrijke rol. In de Verenigde Staten steeg de rente en in de eurozone stond ze opnieuw onder neerwaartse druk. Vooral door de verwachting dat de Fed de eigen fed funds rate al in december zal verhogen, liep de Amerikaanse 10-jaarsrente verder op tot boven de 2,3%. Overigens verwachten we dat de volgende renteverhogingen heel geleidelijk zullen plaatsvinden en een beperkte omvang zullen hebben. Op basis daarvan voorzien we een 10-jaarsrente van 3% aan het einde van volgend jaar. In de eurozone zien we juist neerwaartse druk waarbij de negatieve rendementen zich in Duitsland uitbreiden tot het 5- en 6-jaars segment van de markt voor overheidsobligaties. Opvallend is in dit verband de oplopende Spaanse obligatierente. Vermoedelijk wordt dit veroorzaakt door politieke factoren, waaronder de onafhankelijkheidsbeweging van Catalonië, naderende parlementsverkiezingen en - indirect - de politieke problemen in Portugal.

Resultatenseizoen op een haar na gevild

De komende week zal nog maar een drietal belangrijke bedrijven de resultaten over het derde kwartaal publiceren. Daarmee verschuift de aandacht voorlopig weer naar het macro-economische nieuws. Het resultatenseizoen is begonnen in de Verenigde Staten en wordt daar de komende week ook weer beëindigd. Dan zullen Wal-Mart, Home Depot en Nike hun resultaten bekend maken. Op macrogebied is het ook niet een hele drukke week. Met het oog op het beleid van centrale banken is het interessant dat de eurozone, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten definitieve gegevens zullen publiceren over het verloop van de consumptieprijzen in oktober. Na Europa, de Verenigde Staten en China, zal ook Japan nog bekend maken hoeveel de economie in het derde kwartaal is gegroeid. In Duitsland zal de ZEW-index over november uitkomen. Deze indicator zegt iets over hoe investeerders aankijken tegen de Duitse en de Europese economie. Verder zullen er cijfers verschijnen over de industriële productie in de Verenigde Staten en de orders in Nederland. Cijfers over het consumentenvertrouwen in november zullen worden gepubliceerd in Nederland, België en de Europese Unie als geheel. Daarnaast zullen ook nog cijfers over de consumptie het licht zien in het Verenigd Koninkrijk en Nederland. Tenslotte kijken we nog uit naar de voorlopende indicator van de Conference Board over november in de Verenigde Staten en naar de notulen van de Fed van de vorige maand.

Lees meer over

Discussieer mee

ABN AMRO is benieuwd naar uw mening. U kunt daarom onder dit artikel reageren via Disqus. Door te reageren gaat u akkoord met de voorwaarden.

Meer blogs