Aandelenbeurzen starten het jaar dramatisch

Blog -

Zakenman met tablet

De wereldwijde aandelenbeurzen zijn het jaar slecht begonnen. Hernieuwde vrees bij beleggers over de kracht van de Chinese economie en onduidelijke maatregelen van de Chinese autoriteiten zijn daarvan de oorzaak.

In China worden er in het weekend al gegevens gepubliceerd over zowel de consumptieprijzen als de producentenprijzen Ben Steinebach Ben Steinebach Hoofd Beleggingsstrategie

Het begon al in het afgelopen weekend met tegenvallende cijfers over het sentiment onder Chinese inkoopmanagers in de industrie. Daarnaast was een voortgaande sterke daling van de prijzen van grondstoffen, waaronder olie, een factor van betekenis. Vervolgens lanceerden de Chinese autoriteiten maatregelen, die het vertrouwen van beleggers ondermijnden. Daarnaast trachtten diezelfde autoriteiten de yuan te verzwakken, zonder daar erg duidelijk over te zijn. In augustus van het afgelopen jaar leidde een soortgelijke devaluatie van de Chinese yuan ook al tot grote onrust op de beurzen. De aandelenbeurzen in de Verenigde Staten en Europa verloren in de eerste week van 2016 circa 5% in waarde. Voor de Verenigde Staten was het de slechtste openingsweek sinds 1928 (bij het begin van de grote depressie). Vanwege de sterke handelsbanden van de Duitse economie met de Chinese, verloor de Duitse beurs ruim 7%. De koersen op de Chinese beurzen van Sjanghai en Shenzhen daalden in de eerste week zelfs 10%, hoewel vanochtend (vrijdag) enig herstel optrad.

Chinese economie staat er beter voor dan algemeen wordt gedacht

De vertraging van de economische groei van China is al in het begin van 2015 begonnen. In de loop van dat jaar werkte het via afnemende Chinese importen ook door in de rest van de wereld. Deels is dat een normale vertraging, anderzijds wordt het zicht op de Chinese economie enigszins vertroebeld doordat de Chinese statistieken minder volledig zijn dan die van meer ontwikkelde landen. Daardoor duurde het wat langer voordat beleggers de vertraging in de gaten hadden. Naar onze mening begon de Chinese economie aan het einde van 2015 juist weer tekenen van herstel te vertonen. Daarbij moeten we ons realiseren dat de economie van China aan het veranderen is van een op industriële productie, investeringen en export gerichte economie naar een meer op consumptie en diensten gerichte economie. Daarbij hoort een minder hoog groeitempo. Tegen het einde van vorig jaar zagen we dat bij belangrijke handelspartners van China (zoals Korea en Taiwan) het vertrouwen van (exporterende) ondernemers begon te verbeteren. Ook de toename van de industriële orders in Duitsland wijst op een verbetering van onder andere de Chinese importgroei. In dit licht is in elk geval een deel van de onrust op de Chinese en andere wereldwijde beurzen niet gerechtvaardigd. Die onrust wordt voor een groot deel veroorzaakt door onduidelijkheid over allerlei maatregelen, waar betere communicatie zeer gewenst is.

Ontwikkeling van Amerikaanse en Europese economieën alleszins redelijk

Hoewel de Amerikaanse industrie te lijden heeft van de sterke Amerikaanse dollar, staat de economie er als geheel redelijk voor. Dat geldt zeker ook voor de Europese economie. Daarom blijven we positief over de aandelenmarkten. De verzwakte positie van de Amerikaanse industrie was zichtbaar in de index van het sentiment onder inkoopmanagers, die in december daalde tot 48,2 (vergeleken met 48,6 in november) terwijl een lichte stijging tot 49 was verwacht. Een stand van 50 wijst op groei noch krimp. Hoewel de vergelijkbare index in de dienstensector eveneens licht daalde, wijst de stand van 55,3 daar op nog steeds hele gunstige vooruitzichten. De dienstensector is dan ook minder gevoelig voor veranderingen van de wisselkoers dan de industriële sector. In de eurozone kwamen - met dank aan de zwakke euro - juist hele positieve economische indicatoren naar buiten. De brede stemmingsindex (ondernemers- en consumentenvertrouwen) steeg in december verder tot 106,8 vergeleken met 106,1 in november. Hoewel de Duitse industriële productie in november onverwacht daalde ten opzichte van oktober, wijst de stijging van de industriële orders op een robuuste ontwikkeling. Ook de groei van de detailhandelsverkopen toont een bevredigend beeld, waar de consumenten in toenemende mate bijdragen aan de economische groei.

Het bedrijfsnieuws was de afgelopen week betrekkelijk mager en kon weinig richting geven aan de koersen op de aandelenmarkten. In Nederland kwam er positief nieuws van TomTom, dat zijn positie op de markt van navigatie voor (semi)automatische auto's aan het verbeteren is en ook nog eens een acquisitie deed in Polen. Daarentegen viel de omzet van Sligro in het vierde kwartaal tegen, vooral in het segment gezondheidszorg. De AEX, die 2015 was gesloten op een stand van 441,82 (+4,1% voor het jaar), daalde in de eerste week van 2016 met 4,8% tot 420,76. Na een beperkt herstel van de Aziatische beurzen stond de index vanochtend op een winst van bijna 0,3% (422 punten).

Aandacht vanmiddag gericht op Amerikaanse werkgelegenheid

De komende week is betrekkelijk nieuwsarm. Dat geldt zeker voor het bedrijfsnieuws, maar in iets mindere mate ook voor het macro-economische nieuws. Op het gebied van bedrijfsnieuws zal door bezitters van aandelen TenCate ongetwijfeld worden uitgekeken naar donderdag, de laatste dag waarop een openbaar bod kan worden uitgebracht. Dan zal blijken of het consortium van Gilde en Parcom voldoende aandelen heeft weten te verwerven. Op macro-gebied kijken we op diezelfde dag uit naar de uitkomsten van de vergaderingen van de Bank of England en de Europese Centrale Bank. Daar worden overigens geen ingrijpende beleidswijzigingen voorzien.

In China worden er in het weekend al gegevens gepubliceerd over zowel de consumptieprijzen als de producentenprijzen. Later in de week publiceert China gegevens over de handelsbalans en de export en de import over december. Het statistisch bureau van het Verenigd Koninkrijk presenteert de komende week gegevens over de industriële productie in november en ook over de bredere economische maatstaf (het Bruto Binnenlands Product). Gegevens over de industriële productie verwachten we ook uit de Europese Unie als geheel, Italië en ook uit de Verenigde Staten. Gegevens over de consumptieprijzen in december zullen worden gepubliceerd in Frankrijk en Italië en over de producentenprijzen in de Verenigde Staten. Uit dat laatste land verwachten we aan het einde van de week een eerste indicatie van het consumentenvertrouwen (van de universiteit van Michigan) in januari en gegevens over de detailhandelsverkopen in december. Maar het wachten is eerst op de gegevens over de Amerikaanse arbeidsmarkt (werkgelegenheid en werkloosheid) over december, die vanmiddag om half drie worden gepubliceerd. Als u dit leest zijn die ongetwijfeld al bekend.

Lees meer over

Discussieer mee

ABN AMRO is benieuwd naar uw mening. U kunt daarom onder dit artikel reageren via Disqus. Door te reageren gaat u akkoord met de voorwaarden.

Meer blogs