Beleggers blijven risico mijden

Blog -

Beurshandelaars beurs handelaar broker stock exchange

Hoewel vooral de Amerikaanse aandelenmarkten op woensdag en donderdag wat herstelden, bleef er het grootste deel van de week sprake van risicomijdend gedrag bij beleggers. Aandelenkoersen lagen donderdag overal lager dan vorige week vrijdag. Een uitzondering was de beurs van Shanghai - toch het epicentrum van de onrust - waar de koersen gemiddeld genomen een procentje hoger stonden.

Vreemd genoeg zijn beleggers ineens bang dat de verzwakkende dollar (deze week met 4 cent) wijst op een verslechtering van de Amerikaanse economie. Ben Steinebach Ben Steinebach Hoofd Beleggingsstrategie

Oorzaak van de blijvende onrust zijn de ontwikkelingen van de Amerikaanse dollar en de olieprijs. Vreemd genoeg zijn beleggers ineens bang dat de verzwakkende dollar (deze week met 4 cent) wijst op een verslechtering van de Amerikaanse economie. En dat terwijl de slechte cijfers, die de afgelopen week over de Amerikaanse industriële sector werden gepubliceerd, toch echt zijn veroorzaakt door de in waarde gestegen dollar in de afgelopen anderhalf jaar. Daardoor is immers de concurrentiekracht van het bedrijfsleven verslechterd, vooral in de goederen-producerende industrie. In januari daalde de inkoopmanagersindex in de dienstensector tot een alleszins redelijk niveau van 53,5, wat wel lager was dan de stand van boven de 55 in december. Het werd echter tezamen met de gedaalde dollar aangegrepen als aanwijzing dat de hele Amerikaanse economie aan het verzwakken is en misschien wel in een recessie terecht komt. Ook de lage prijs van olie blijft voor onrust op de financiële markten zorgen. Omdat het geen weerspiegeling is van recessie (de werkloosheid daalt immers overal, de lonen stijgen - zij het langzaam - en de westerse economieën groeien) moet het wel een gevolg van omvangrijk aanbod van olie zijn. Dat levert dus veel koopkracht op en vormt juist een impuls voor de wereldeconomie.

Afkeer van risico leidt tot vlucht naar obligaties

Door de blijvende onrust op de financiële markten wijken beleggers weer uit naar de obligatiemarkten, die onder de huidige omstandigheden veilig worden geacht. De rente op staatsobligaties daalde weer tot lage niveaus (0,3% in Duitsland en 1,9% in de Verenigde Staten).

Ook in Nederland en Frankrijk liepen de rendementen terug, maar Italië en Spanje worden kennelijk niet als veilige havens gezien, want daar liep de rente juist licht op. Voor Spanje geldt daarbij dat de politieke impasse, die is ontstaan bij de vorming van een nieuwe regering, daarvoor verantwoordelijk is. Door de daling van de rente op de belangrijkste markten voor staatsobligaties liepen de renteverschillen met bedrijfsobligaties juist wat op. Op deze segmenten van de obligatiemarkten bleven de rentes op de eerder bereikte niveaus hangen. Wellicht zal de Federal Reserve in de huidige situatie de plannen voor renteverhogingen wat temperen (wij verwachten de volgende verhoging nog steeds in juni). Voor de ECB en de Bank of Japan zal de wat verzwakte dollar mogelijk betekenen dat een intensivering van de stimuleringsmaatregelen eerder waarschijnlijker worden.

Opnieuw een week met veel bedrijfsresultaten

Ook de afgelopen week hebben veel bedrijven hun resultaten over het vierde kwartaal gepresenteerd. Die waren wisselend van karakter, met slechte resultaten voor de energiebedrijven en verrassend goede cijfers voor financiële instellingen. Inmiddels hebben de meeste Amerikaanse bedrijven hun resultaten over het vierde kwartaal van 2015 gepubliceerd. Ongeveer 78% van de bedrijven uit de S&P-500 presenteerde een beter dan verwachte winst en 46% ook een beter dan verwachte omzet.

Daarnaast was er ook het nodige fusie- en overnamenieuws, waarbij vooral de Chinezen erg actief waren. De Chinese Mideagroep verdubbelde het belang in de Duitse robotmaker Kuka tot 10%, waarna de koers van Kuka met eveneens 10% steeg. Het is een nieuwe aanwijzing dat Chinese bedrijven bezig zijn om overal in het Westen greep te krijgen op zeer innovatieve ondernemingen en Kuka is er daar zeker een van. Een ander voorbeeld daarvan is het Zwitserse zaadveredelingsbedrijf Syngenta. Dit bedrijf wees onlangs een overnamebod van het Amerikaanse Monsanto (ter waarde van USD 46,2 miljard) af, waardoor de CEO moest opstappen. Toen het Chinese staatsbedrijf ChemChina echter een bod van USD 43,2 miljard uitbracht (wel het grootste bod door een Chinees bedrijf ooit), hapte Syngenta wel toe. Omdat Syngenta een kwart van zijn omzet in de Verenigde Staten behaalt, is het echter de vraag of het Amerikaanse bureau voor buitenlandse investeringen de overname goedkeurt. Eerder al verbood dit bureau de overname van Lumileds (Philips) aan het Chinese Go Scale Capital om een soortgelijke reden.

In Nederland ging de afgelopen week de aandacht uit naar de resultaten van KPN, Koninklijke Olie en ING. De cijfers van KPN vielen wat tegen. Ondanks een meevallende vrije kasstroom (mede door meer klanten) daalde zowel de omzet als de winst in het vierde kwartaal met 8% ten opzichte van een jaar eerder. De belangrijkste reden was een (nadelige) wijziging in de Nederlandse belastingheffing. Ook Koninklijke Olie boekte slechte resultaten, wat geen verrassing is gezien de lage olieprijs. Het bedrijf wil wel zijn dividendbeleid handhaven, maar dat vergt steeds meer desinvesteringen (of minder nieuwe investeringen) en eventueel een beroep op de kapitaalmarkt. Hoewel het bedrijf wat meer schuld zou kunnen dragen, zal het samen met een sober investeringsbeleid de toekomstige positie van Shell verslechteren. ING leverde wel goede resultaten en een sterke onderliggende winststijging (van 548 miljoen euro tot 822 miljoen euro). Evenals veel andere banken die de afgelopen dagen hun resultaten bekendmaakten, meldde ING dat het de voorzieningen voor slechte leningen kon verlagen en dat het de blootstelling aan de olie- en gassector verder heeft verminderd. De Europese beurzen verloren in de vier dagen tot en met donderdag circa 4% van hun beurswaarde, wat ruim het dubbele is van de Amerikaanse beurzen. In Amsterdam sloot de AEX donderdag 3,1% lager op 417,94 vergeleken met vorige week vrijdag. Vanochtend stond de index op een lichte winst (419,50).

Weinig macro-economisch nieuws en minder aansprekende bedrijfsresultaten

De komende week zal enigszins nieuwsarm zijn. Op macro-economisch gebied is het ongewoon rustig en er komt weliswaar een hele stroom bedrijfsresultaten, maar het zijn niet de meest aansprekende bedrijven.

Op het moment dat u dit leest, is waarschijnlijk al bekend of de Amerikaanse werkgelegenheid volgens verwachting inderdaad met circa 200.000 banen is gegroeid. Dat is dan meteen het meest aansprekende cijfer voor deze week. Verder zullen er de komende week veel gegevens over de industriële productie in Europa in december verschijnen (de EU, het Verenigd Koninkrijk, Italië en Frankrijk). Aan het einde van de week publiceren de verschillende statistische bureaus in Europese landen de eerste schattingen van de economische groei in het vierde kwartaal van 2015. In Duitsland verschijnen gegevens over de inflatie in januari en uit de Verenigde Staten komen de komende week gegevens over de ontwikkeling van de detailhandelsverkopen in januari. Dan hebben we het macronieuws wel gehad, of het zou moeten zijn dat Janet Yellen in haar verantwoording voor een paar congrescommissies nog voor wat vuurwerk weet te zorgen.

De Chinese beurzen zijn de gehele komende week gesloten in verband met het nieuwe jaar: het begin van het jaar van de Aap. Op het gebied van de bedrijfsresultaten zal de meeste aandacht uitgaan naar internationale bedrijven als Coca Cola en PepsiCola, Alcatel Lucent, L'Oréal, Walt Disney, Total, Cisco, Renault, Nokia en Commerzbank. In Nederland kijken we uit naar de resultaten van AKZO Nobel, Heineken, SBM-offshore en TomTom.

Lees meer over

Discussieer mee

ABN AMRO is benieuwd naar uw mening. U kunt daarom onder dit artikel reageren via Disqus. Door te reageren gaat u akkoord met de voorwaarden.

Meer blogs