Europese consumptieprijzen blijven dalen

Blog -

Deflation

Voorzitter Janet Yellen van de Amerikaanse Federal Reserve (Fed) had de afgelopen week de meeste invloed op de wereldwijde financiële markten, maar nieuws over de Europese inflatie zal voor de toekomst vermoedelijk belangrijker blijken te zijn. Het is de vraag hoe de Europese Centrale Bank (ECB) zal reageren op de betrekkelijk hardnekkige deflatie.

De komende week hoeven we niet veel bedrijfsnieuws te verwachten, omdat de eerste bedrijfsresultaten pas over een week of twee binnen gaan druppelen. Ben Steinebach Ben Steinebach Hoofd Beleggingsstrategie

Janet Yellen liet in een speech weten dat de Fed heel voorzichtig zal zijn bij het verder verhogen van de rente (de fed funds rate). Weliswaar staat de Amerikaanse economie er redelijk voor en ligt de inflatie zelfs licht boven de ramingen van de Fed, maar op het internationale vlak zijn er de nodige risico's. Deze betreffen met name een mogelijk hernieuwde daling van de olieprijs en haperingen in de Chinese economie. Als deze risico's zich daadwerkelijk voordoen, zal dat de Amerikaanse economie ook negatief beïnvloeden. De financiële markten reageerden verheugd op de uitlatingen van Yellen, maar uit het beleidsbepalende comité van de Fed komen ook andere geluiden. Zo vertelde voorzitter Bullard van de Federal Reserve van St. Louis vorige week dat een renteverhoging dichterbij kan zijn dan algemeen wordt gedacht. Dat zou bijvoorbeeld al het geval kunnen zijn wanneer vanmiddag de werkgelegenheid sterker dan verwacht zal zijn toegenomen (op het moment van schrijven is dit nog niet bekend).

In de eurozone bleef in maart sprake van deflatie. De prijzen daalden met 0,1% ten opzichte van een jaar eerder, vergeleken met -0,2% in februari. Van het herstel van de olieprijs, sinds het dieptepunt van USD 28 per vat in januari, is dus nog niet veel zichtbaar in de consumptieprijzen. Verder zat er ook nog eens een flink opwaarts effect in de prijsontwikkeling omdat Pasen dit jaar vroeg viel (met effecten op bijvoorbeeld de prijzen van hotels en restaurants). Onderliggend is de prijsontwikkeling dus nog zwakker dan uit het totale inflatiecijfer blijkt. De ECB, die in maart nog flinke stimulansen aankondigde, zal vermoedelijk dus nog wel wat verder gaan met het beleid van kwantitatieve verruiming. Verdere renteverlagingen liggen volgens ons minder voor de hand, omdat de depositorente met -0,4% al wel zo ongeveer de bodem heeft bereikt. Een van de positieve elementen is overigens de kredietverlening, vooral aan bedrijven, in de eurozone. Deze is in februari behoorlijk aangetrokken en met de reeds aangekondigde kredieten (tegen lage rente) door de ECB, zal het kredietkanaal voorlopig open blijven staan.

Heftig kwartaal is ten einde

Het eerste kwartaal van 2016 zal de boeken ingaan als een buitengewoon onrustig kwartaal. De aandelenmarkten gingen aanvankelijk fors onderuit om in de tweede helft van het kwartaal te herstellen. Niettemin staan veel beurzen nog aanzienlijk onder het startniveau van dit jaar. Als over een paar weken de bedrijfsresultaten gaan binnendruppelen, kunnen we de balans pas echt opmaken, maar nu al kan voor de financiële markten worden gesproken van een van de meest bewogen kwartalen uit de geschiedenis. Het epicentrum van de onrust lag weliswaar in China, maar wereldwijd werden de beurzen geraakt en gaandeweg werd er naar andere oorzaken dan de terugvallende groei van de Chinese economie gezocht. Zo passeerden de (dalende) olieprijzen en de Amerikaanse economie (die op een recessie zou afstevenen) de revue. Toen internationaal allerlei indicatoren in februari begonnen te verbeteren, veerden de beurzen echter weer op. Niettemin hebben de aandelenbeurzen - vooral in Europa - het kwartaal met grote verliezen afgesloten. In Duitsland en Frankrijk bedroegen de dalingen respectievelijk 7% en 5,5%, maar in Spanje en Italië was de ravage met 8,5% en 15,5% nog veel groter. In dat licht viel de schade voor de AEX nog mee. De Nederlandse index viel terug van 442 aan het begin van dit jaar tot 383 op 11 februari, maar sloot donderdag op 440 punten, een verlies van per saldo 0,4%. Binnen de index hebben Koninklijke Olie en ING zware gewichten. Het herstel van de bankaandelen in de tweede helft van het kwartaal en van de olieprijs heeft dus ongetwijfeld een positieve rol gespeeld bij het beperkte verlies.

Detailhandel en industrie in de schijnwerper

De komende week hoeven we niet veel bedrijfsnieuws te verwachten, omdat de eerste bedrijfsresultaten pas over een week of twee binnen gaan druppelen. Op macro-economisch gebied verschijnen er wel een paar interessante cijfers, vooral over de verkopen door de Europese detailhandel. Allereerst zal de aandacht op de financiële markten natuurlijk uitgaan naar de ontwikkeling van de Amerikaanse werkgelegenheid, die inmiddels bekend is als u dit leest. Wij verwachten dat er in maart ongeveer 200.000 banen bij zijn gekomen. Verder zal worden uitgekeken naar de omzet in de detailhandel in februari in de Europese Unie, Frankrijk, België en Nederland, die dinsdag zal worden gepubliceerd. Geleidelijk aan moet de particuliere consumptie de trekker van de economische groei worden en deze cijfers zijn daarvoor een goede indicatie. Dezelfde dag zullen ook gegevens worden gepubliceerd over het sentiment onder inkoopmanagers in de dienstensector in veel landen. Het betreft definitieve cijfers over maart. Verder verschijnen er nieuwe gegevens over de industriële orders in de Verenigde Staten en Duitsland. Voor de laatste is vooral de onderverdeling tussen binnenlandse en buitenlandse orders interessant omdat het wat zegt over de Duitse exportpositie. Uit het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Nederland verschijnen er nieuwe gegevens over de industriële productie in februari, terwijl er in Nederland door het CBS ook cijfers worden gepubliceerd over de inflatie in maart.

Lees meer over

Discussieer mee

ABN AMRO is benieuwd naar uw mening. U kunt daarom onder dit artikel reageren via Disqus. Door te reageren gaat u akkoord met de voorwaarden.

Meer blogs