Hogere rente in Europese periferie

Blog -

Interest Rates

De obligatierente in de Europese periferie is de afgelopen week wat opgelopen, terwijl de rente in de kernlanden juist onder neerwaartse druk stond. De aandelenmarkten hadden te maken met wat wisselende macro-economische cijfers en een weer licht dalende olieprijs.

De vlucht naar meer veilige havens speelt de obligatiemarkten in de Europese kernlanden in de kaart. De Duitse 10-jaarsrente kwam voor het eerst sinds een jaar geleden weer onder de 0,1%. Ben Steinebach Ben Steinebach Hoofd Beleggingsstrategie

Politieke veranderingen in Spanje en Portugal en spanning in de onderhandelingen tussen Griekenland en zijn schuldeisers, hebben de obligatierentes in deze landen en Italië wat omhooggedreven. Op de achtergrond speelt het naderende referendum in het Verenigd Koninkrijk over een Brexit ook een rol. De vlucht naar meer veilige havens speelt de obligatiemarkten in de Europese kernlanden in de kaart. De Duitse 10-jaarsrente kwam voor het eerst sinds een jaar geleden weer onder de 0,1%. Het renteverschil met de perifere landen liep dus aan twee kanten op.

De macro-economische indicatoren, die de afgelopen week bekend werden gemaakt, waren wat wisselend. In de Verenigde Staten is de werkgelegenheid in maart met 215.000 banen toegenomen, wat iets beter was dan verwacht. De werkloosheid liep wel heel licht op van 4,9% van de beroepsbevolking tot 5%. Dat is overigens niet persé slecht, want het was het gevolg van het feit dat zich meer mensen aanboden op de arbeidsmarkt. Het sentiment onder inkoopmanagers was bevredigend. In de industrie kwamen de bijbehorende indices in de meeste landen weer boven de 50, wat de grens is tussen de verwachte krimp en de verwachte groei. In de Europese dienstensector daalden de indices licht maar bleven ze wel ruim boven de 50, terwijl in de Verenigde Staten een stijging naar vergelijkbare niveaus plaatsvond. Wat teleurstellend waren de nieuwe gegevens over de Duitse industrie: zowel de productie als de orderontvangst daalde in februari, hoewel de cijfers over januari wel wat opwaarts werden bijgesteld. De wereldwijde aandelenmarkten ondervonden weinig invloed van het macrobeeld, maar hadden wel wat te lijden van de weer onder druk staande olieprijs. In Europa kwam daar de opwaartse druk op de euro tegenover de dollar bij. In de Verenigde Staten daalden de aandelenmarkten gemiddeld genomen met 1,5% en in continentaal Europa waren de dalingen gemiddeld genomen wat groter, met uitschieters tot 3,6% in Spanje en 5,4% in Italië.

Centrale banken handhaven stimulerend beleid

Zowel van de Amerikaanse Federal Reserve (Fed), als van de Europese Centrale Bank (ECB), kwamen signalen dat ze hun stimulering niet zullen verminderen. Op de aandelenmarkt kwam het afblazen van de overname van Allergan door Pfizer als een verrassing.
Uit de notulen van de Fed blijkt dat de centrale bank de onzekere internationale omgeving meeweegt in haar beleid en daardoor zal ze de fed funds rate in een gematigder tempo verhogen. In een forumdiscussie, waaraan de huidige voorzitter Janet Yellen en ook haar voorgangers Ben Bernanke, Alan Greenspan en Paul Volcker deelnamen, bevestigde Yellen hetzelfde standpunt. In Frankfurt benadrukten hoofdeconoom Peter Praet en bestuurder Benoit Couré van de ECB dat het verruimende beleid wordt voortgezet. De Europese inflatie zou volgens hen zonder dit beleid veel lager zijn geweest dan de -0,1%, die in maart werd bereikt. Een veel lagere rente is overigens niet te verwachten en Praet gaf aan dat voor de toekomst een wat andere mix voor de hand ligt. Dat betekent dat meer op directe stimulering van de kredietverlening (via een intensivering van het opkoopprogramma, of een uitbreiding van de geldinjecties) zal worden gestuurd. Onder de geschetste omstandigheden blijft de activiteit op de primaire markt voor bedrijfsobligaties zeer sterk. Door de enorme vraag van de ECB naar hoogwaardig papier zoeken beleggers andere segmenten van de markt op. Zo kon een met schuld overladen dochterbedrijf van het Franse kabel- en telecombedrijf Altice via een emissie heel gemakkelijk EUR 5 miljard uit de markt halen. Op de aandelenmarkt was het afblazen van de overname van Allergan door Pfizer (voor USD 160 miljard) het belangrijkste nieuws. Kennelijk was deze overname voor Pfizer alleen maar profijtelijk door de lage Ierse vennootschapsbelasting voor Allergan. Nadat de Amerikaanse overheid deze mogelijkheid via wetgeving had afgesloten, besloot Pfizer de transactie niet door te laten gaan. Verder stonden de aandelenmarkten wereldwijd onder druk door de - overigens licht dalende - olieprijs. De koersen van banken leden de grootste verliezen. In dat licht bezien viel de daling van de AEX nog mee, ook gezien de grotere verliezen op sommige andere Europese beurzen. De Nederlandse hoofdindex sloot donderdag op 428,73 punten, wat 1,3% lager is dan vorige week vrijdag. Op vrijdagmorgen bewoog de index weer boven de 430 punten.

Voorzichtige start van het resultatenseizoen voor het eerste kwartaal

Het resultatenseizoen over het eerste kwartaal wordt maandag afgetrapt door aluminiumproducent Alcoa. Verder zijn er veel macro-economische indicatoren te verwachten, waarbij de bekendmaking van de economische groei in het eerste kwartaal in China in het oog springt.
Naast Alcoa zijn er resultaten te verwachten van een paar grote Amerikaanse banken: Wells Fargo, Bank of America en JP Morgan Chase. In de daaropvolgende weken zal het aantal bedrijven dat cijfers presenteert, sterk gaan toenemen. Op macrogebied kijken we uit naar de publicatie van inflatiecijfers in een groot aantal landen over maart (EU, Italië, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, China en de Verenigde Staten). Verder verschijnen er cijfers over de detailhandelsverkopen in de Verenigde Staten en Nederland en over de autoverkopen in de EU. Ook in de EU, de Verenigde Staten en in Italië, worden gegevens over de industriële productie gepubliceerd. In de Verenigde Staten wordt door de universiteit van Michigan een eerste schatting van het vertrouwen onder consumenten in april bekend gemaakt. En tenslotte wordt er op vrijdag in China een hele reeks cijfers gepubliceerd. Naast de economische groei in het eerste kwartaal zijn dit cijfers over de detailhandel, de industriële productie en de investeringen in vaste activa. Hieruit zal blijken hoe de Chinese economie ervoor staat in het kwartaal dat zo turbulent is begonnen.

Lees meer over

Discussieer mee

ABN AMRO is benieuwd naar uw mening. U kunt daarom onder dit artikel reageren via Disqus. Door te reageren gaat u akkoord met de voorwaarden.

Meer blogs