Mario Draghi blijft somber

Blog -

Wereldbol schijnt op administratie

Tijdens de maandelijkse beleidsvergadering bleef het bestuur van de Europese Centrale Bank (ECB) betrekkelijk somber over de vooruitzichten voor economische groei en inflatie. De financiële markten reageerden er echter amper op.

De prijs van een vat Brent-olie uit de Noordzee lag vrijdagmorgen, met USD 50,14, een dubbeltje hoger dan het slot op donderdag. Ben Steinebach Ben Steinebach Hoofd Beleggingsstrategie

President Mario Draghi van de ECB was uiteraard tevreden met de relatief sterke economische groei in de eurozone in het eerste kwartaal van dit jaar (0,6% ten opzichte van het vierde kwartaal van 2015). Hij tekende daar echter wel meteen bij aan dat de groei vermoedelijk enigszins vertekend was door bijzondere omstandigheden (zoals de vroege Pasen) en dat het tweede kwartaal waarschijnlijk een wat zwakker groeitempo zou kennen. Niettemin verhoogde de staf van de ECB de groeiraming voor dit jaar van 1,4% tot 1,6%. Daarin wordt voor 2017 en 2018 echter amper verbetering voorzien, met tweemaal 1,7%. Met betrekking tot de inflatievooruitzichten is de ECB zelfs nog wat somberder.

Voor dit jaar wordt als gevolg van de gestegen olieprijs een fractioneel hogere inflatie voorzien dan drie maanden geleden nog werd gedacht (0,2% vergeleken met 0,1%). Voor 2017 (1,3%) en zelfs voor 2018 (1,6%) blijft de inflatie echter nog behoorlijk achter bij de 2% die de centrale bank als doelstelling heeft. De ramingen voor de onderliggende inflatie (dus gecorrigeerd voor een stijging van de olieprijs) zijn voor dit jaar en de komende twee jaar zelfs met 0,1%-punt verlaagd vergeleken met maart (tot 1,0%, 1,2% en 1,5%). Dit duidt er op dat de ECB zich nog steeds veel zorgen maakt over deflatoire krachten in de Europese economie. Dat de ECB deze week nog geen verdere stappen heeft genomen om deze ontwikkeling te bestrijden, is goed te begrijpen. Verschillende programma’s die in maart zijn aangekondigd, moeten nog beginnen. Dat betreft de uitbreiding van het opkoopprogramma met bedrijfsobligaties (start op 8 juni) en de liquiditeitsinjecties in het bankwezen (start ook in juni). De ECB zal deze programma’s eerst willen evalueren, maar gezien de sombere toonzetting over de vooruitzichten achten we nieuwe maatregelen in september zeer waarschijnlijk.

Olieprijs blijft goed liggen ondanks mislukt OPEC-overleg

De prijs van een vat Brent-olie uit de Noordzee lag vrijdagmorgen, met USD 50,14, een dubbeltje hoger dan het slot op donderdag. Daarmee heeft het mislukte overleg van de OPEC van afgelopen donderdag in Wenen op het eerste gezicht dus weinig of geen invloed gehad op de prijs. Iran weigerde een voorstel van Saoedi-Arabië te steunen om opnieuw een (lager) productieplafond in te stellen. Kennelijk wogen de gedaalde voorraden in de Verenigde Staten net zo zwaar (in opwaartse richting) op de prijs. De macro-economische indicatoren die de afgelopen week werden gepubliceerd, waren gemengd van aard. In de Verenigde Staten is de particuliere consumptie in april sterker gestegen dan in maart en ook sterker dan verwacht. Datzelfde gold in die maand ook voor de huizenprijzen. Daar stond tegenover dat het vertrouwen onder consumenten in mei wat is verslechterd, al staat het maar nog wel op een acceptabel niveau. De definitieve gegevens over de stemming onder inkoopmanagers in mei verschilden wat per land. Deze cijfers waren voor de dienstensector over het algemeen wat beter dan voor de industrie, hoewel ook daar standen boven de 50 (groei-noch-krimp) werden gemeten. Een uitzondering was Frankrijk, waar de index voor de industrie onder de 49 bleef liggen. Dit is mogelijk toe te schrijven aan stakingen en sociale onrust. In Europa is de Economic Sentiment Indicator (een combinatie van consumenten- en producentenvertrouwen) in mei voor de tweede opeenvolgende maand gestegen, na dalingen in het begin van het jaar, die samenhingen met de toen heersende onrust op de financiële markten.

Aandelenmarkten konden moeilijk richting vinden

Er was weinig bedrijfsnieuws in de afgelopen week en het macro-economische nieuws was – zoals gezegd – gemengd. Mede daardoor bewogen de wereldwijde aandelenmarkten in een betrekkelijk smalle bandbreedte. In de Verenigde Staten wisten de meeste toonaangevende aandelenindices nog enig terrein te winnen, waarbij de kleine en middelgrote bedrijven het beter deden dan de grote beursgenoteerde bedrijven. De Russell-2000 (kleine bedrijven) steeg de afgelopen week met 1,75%, vergeleken met 0,8% voor de S&P-500 (grootste 500). In Europa moesten de meeste indices wat terrein prijsgeven, variërend van -0,3% voor de Belgische index tot -2,3% voor de Italiaanse index. De Nederlandse markt had de afgelopen week een prominente plaats in het bedrijfsnieuws. Ahold publiceerde als een van de laatste bedrijven de resultaten over het eerste kwartaal van dit jaar. Vooral door sterke verkopen in de supermarkten in Nederland en de Verenigde Staten steeg de omzet met 4,3% ten opzichte van een jaar eerder, tot EUR 11,8 miljard. In procentuele termen leverden overigens ook de online-verkopen van Bol.com daaraan een behoorlijke bijdrage. De winst steeg met ruim 13% tot EUR 241 miljoen. Eerder in de week ketste de overname van PostNL door het Belgische Bpost af. De Belgen boden EUR 5,10 per aandeel, wat PostNL op EUR 2,25 miljard zou waarderen. Maar PostNL nam daarmee geen genoegen. Naar verluidt zou gerekend zijn op een bod van EUR 6,00 per aandeel. Wolters Kluwer neemt voor EUR 250 miljoen het Franse softwarebedrijf Enablon over. Met deze overname wil Wolters Kluwer zijn portfolio van juridische software versterken. De AEX moest – in lijn met de andere Europese beurzen – terrein prijsgeven en sloot donderdag 0,74% lager dan vorige week vrijdag. Vanmorgen wist de index weer wat te herstellen en fluctueerde deze – in afwachting van de Amerikaanse werkgelegenheidscijfers vanmiddag – net boven 450 punten.

Komende week is er weinig richtinggevend nieuws te verwachten

Het resultatenseizoen is zo goed als ten einde. Porsche is het enige bedrijf dat ik nog heb kunnen vinden, dat komende week zijn resultaten bekend maakt. Ook op macro-economisch gebied zal het een nieuwsarme week worden. De interessantste cijfers komen in het begin van de week uit Duitsland, waar nieuwe gegevens worden gepubliceerd over de industriële orders en de industriële productie in april. Ook de statistische bureaus van het Verenigd Koninkrijk en Italië publiceren over die maand cijfers van de industriële productie. In de Europese Unie en Japan verschijnen tweede schattingen over de economische groei in het eerste kwartaal en in de Verenigde Staten worden over datzelfde kwartaal gegevens gepubliceerd over de arbeidsproductiviteit en de loonkosten per eenheid product. Tenslotte verschijnen er definitieve cijfers over de inflatie in mei uit Duitsland en Nederland en ook uit China.

Als u dit Beleggingsnieuws leest, is ongetwijfeld al bekend met hoeveel banen de Amerikaanse werkgelegenheid in mei is toegenomen en hoeveel de werkloosheid heeft bedragen. Wij verwachten 170.000 banen en 5% van de beroepsbevolking.

Lees meer over

Discussieer mee

ABN AMRO is benieuwd naar uw mening. U kunt daarom onder dit artikel reageren via Disqus. Door te reageren gaat u akkoord met de voorwaarden.

Meer blogs