Onduidelijke richting op wereldwijde aandelenmarkten

Blog -

Wereldbol schijnt op administratie

De koersen op de mondiale aandelenmarkten vertoonden de afgelopen week per saldo weinig beweging. Bovendien verschilde de richting per land nogal, hoewel in Europa de meeste beurzen omlaag gingen.

De meeste - en zeker de belangrijkste - bedrijven hebben inmiddels hun resultaten over het eerste kwartaal gepresenteerd. Daarmee zou je verwachten dat het macronieuws aan aandacht wint. De komende (korte) week is er echter ook op dat vlak betrekkelijk weinig nieuws te verwachten. Ben Steinebach Ben Steinebach Hoofd Beleggingsstrategie

Vermoedelijk is het gebrek aan een eenduidige richting de weerspiegeling van eveneens weinig eenduidig macro-economisch nieuws. In de Verenigde Staten viel de werkgelegenheidsgroei met 156.000 banen, die vorige week vrijdag bekend werd gemaakt, bar tegen. Daarentegen was de toename van het ondernemersvertrouwen bij kleine en middelgrote bedrijven een meevaller voor de markten. In Europa werd in een aantal landen - waaronder Duitsland en Frankrijk - een tegenvallende ontwikkeling van de industriële productie (over maart) gepubliceerd. Daarentegen stegen in Duitsland de orderontvangsten in de industrie in dezelfde maand met bijna 2% ten opzichte van februari, wat veel meer was dan de 0,6% die was verwacht. Ook de autoverkopen in Europa wijzen op een voorspoedige economische ontwikkeling, die bovendien zichtbaar werd in de eerste schatting van het Bruto Binnenlands Product (BBP) in het eerste kwartaal in Duitsland. Die was met 0,7% ten opzichte van het voorgaande kwartaal zelfs nog een tikje sterker dan de 0,6%, die vorige week voor de eurozone als geheel werd gepubliceerd. In China werd de afgelopen week een nieuw pakket aan infrastructurele investeringen aangekondigd met de enorme omvang van USD 700 miljard voor drie jaar (2% van het BBP per jaar). Hoewel onduidelijk is of het hier nieuw geld betreft, of dat het (deels) al in bestaande programma's was opgenomen, zal er een positief effect van uitgaan op de economische groei. Desondanks sloot de beurs van Shanghai de week met een daling van 2,8%. De daling van de meeste andere beurzen in de wereld bleef beperkt tot een paar tienden van een procent, terwijl de MSCI-World, de Eurostoxx-600 en de S&P-500 per saldo zelfs een lichte winst (0,3% tot 0,4%) wisten te boeken.

Veel beursintroducties in de komende maand

Het wordt druk op de beurs in de komende periode. Behalve fusie- en overname-activiteiten, zijn er ook veel beursintroducties te verwachten. Het resultatenseizoen loopt intussen ten einde. Afgelopen week werd bekend dat Bavaria een belang van 60% neemt in de Belgische brouwer Palm en dat in 2020 de rest van de aandelen zal worden gekocht. Verder gaat het gerucht dat Bayer een bod overweegt op de Amerikaanse zaadveredelaar Monsanto. Of deze overname slaagt, valt overigens te betwijfelen. Monsanto voelt zichzelf meer jager dan prooi en zal zich ongetwijfeld verzetten. Bovendien zal de Amerikaanse toezichthouder erg terughoudend zijn om de overname goed te keuren omdat de zaadveredelingstechnologie als een strategisch belang wordt gezien.

Inmiddels staat een aantal bedrijven te trappelen om een beursnotering in Amsterdam of in Londen te verkrijgen. De afgelopen week ging het Roermondse Sif - producent van onder meer stalen funderingsbuizen voor windparken op zee - al in sneltreinvaart naar de beurs. Verder zal op korte termijn Philips Lighting naar de beurs worden gebracht en voor de zomer zal hetzelfde gebeuren met ASR, dat nu nog staatsbezit is. Verder vallen nog een paar kleinere introducties te verwachten, zoals ForFarmers en Basic-Fit. De haast, die deze bedrijven aan de dag leggen, zou verband houden met de onrust die op de beurzen wordt verwacht rondom het Britse referendum over een mogelijk vertrek uit de EU.

Verder waren er de afgelopen week een paar bedrijven, die hun resultaten over het eerste kwartaal publiceerden. ING zag zijn onderliggende winst met 30% teruglopen tot EUR 842 miljoen, wat overigens wel iets beter was dan de neerwaarts bijgestelde verwachtingen. De belangrijkste oorzaken waren het turbulente beursklimaat in het eerste kwartaal en de sterk gestegen toezichtkosten (EUR 496 miljoen). Verzekeraar Aegon zag zijn nettowinst in het eerste kwartaal halveren tot EUR 143 miljoen. Een grotere klap was echter de daling van de solvabiliteit van 150% in 2015 tot 135% aan het eind van het eerste kwartaal. Ook Delta Lloyd meldde vorig jaar al dat nieuwe regelgeving negatief uitwerkt op de solvabiliteit van het bedrijf en nu blijkt Aegon soortgelijke problemen te hebben. Beleggers deden het aandeel massaal van de hand waardoor de koers met 11% daalde. PostNL stelde eveneens teleur. Hoewel het bedrijf de pakketpost met 16% wist op te voeren, als gevolg van de toegenomen online-aankopen, vormde dat onvoldoende compensatie voor de teruglopende brievenpost. De onderliggende winst daalde met 11% tot EUR 61 miljoen en de koers van het aandeel daalde na de publicatie met 4%. Het beweeglijkste aandeel in Amsterdam was de afgelopen week ongetwijfeld Arcelor Mittal. Twijfel over de Chinese economie en dalende staalprijzen leidden in het begin van de week tot een koersdaling van 12%. Het aandeel, dat dit jaar fors is gestegen, wist later in de week overigens weer wat te herstellen. De AEX sloot donderdag 0,1% lager dan vorige week vrijdag op een stand van 430,89. Op vrijdagochtend liep de index nog wat verder terug tot onder de 429 punten.

Nieuwsarme week te verwachten

De meeste - en zeker de belangrijkste - bedrijven hebben inmiddels hun resultaten over het eerste kwartaal gepresenteerd. Daarmee zou je verwachten dat het macronieuws aan aandacht wint. De komende (korte) week is er echter ook op dat vlak betrekkelijk weinig nieuws te verwachten. Bedrijven die de achterhoede vormen met hun resultaten, zijn Vodafone, Home Depot, SAB-Miller, Cisco Systems, Wal-Mart en Merck. In Nederland wordt - na de teleurstelling van Aegon - met spanning uitgekeken naar de resultaten van Delta Lloyd.

Op macro-economisch gebied is een van de interessantste cijfers de komende week de Empire State Manufacturing index, die een eerste indicatie geeft van de industriële activiteit in mei in de regio van New York. Daarnaast zal ook het verloop van de industriële productie in de Verenigde Staten in april bekend worden gemaakt. Verder zal worden gekeken naar inflatiecijfers in de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en de Europese Unie als geheel. Ook komen er nieuwe gegevens over de Amerikaanse huizenmarkt in de vorm van de verkopen van bestaande woningen in april. In Europa kijken we tenslotte naar de detailhandelsverkopen in het Verenigd Koninkrijk (april) en de bouwproductie in de Europese Unie als geheel in maart. Niet heel erg spannende cijfers dus, tenzij er nog onverwachte dingen gebeuren.

Lees meer over

Discussieer mee

ABN AMRO is benieuwd naar uw mening. U kunt daarom onder dit artikel reageren via Disqus. Door te reageren gaat u akkoord met de voorwaarden.

Meer blogs