Onzekerheid over wereldeconomie neemt weer toe

Blog -

Zakenman kijkt naar verbonden wereldkaart

De koersen op de wereldwijde aandelenmarkten gingen de afgelopen week nagenoeg overal omlaag. Beleggers maakten zich wederom zorgen over de vooruitzichten voor de wereldeconomie. Dit was ook zichtbaar op de obligatiemarkten, waar de rente opnieuw daalde. Hoewel de economie van de eurozone in het eerste kwartaal van dit jaar – met 0,6% ten opzichte van het laatste kwartaal van 2015 – sterker is gegroeid dan verwacht, blijft de twijfel over de economische vooruitzichten knagen.

Ook op de obligatiemarkten was de twijfel zichtbaar in de vorm van toenemende risico-aversie, vooral op de markten die als veilige havens worden gezien. Ben Steinebach Ben Steinebach Hoofd Beleggingsstrategie

Daar is ook wel enige reden voor. Voor het eerst heeft Eurostat een zogeheten 'flash-estimate' gepubliceerd, twee weken eerder dan gebruikelijk. Dat betekent dat het cijfer voor een deel is gebaseerd op ramingen van indicatoren die nog niet zijn gepubliceerd. De vooruitzichten daarover zijn niet onverdeeld positief. De stemming onder inkoopmanagers in de industrie is – overigens niet alleen in Europa – erg gematigd en wijst op een zwakke groei van deze sector. Ook de ontwikkeling van de detailhandelsverkopen in Europa vertoonde in maart een zwak beeld, met een daling van 0,2% ten opzichte van februari.

Daar waar voorheen de economische groeicijfers amper werden bijgesteld, is dat met een flash-estimate veel waarschijnlijker. Gezien de genoemde ontwikkelingen lijkt een neerwaartse bijstelling waarschijnlijker. Op de financiële markten wordt daar kennelijk ook wel rekening mee gehouden.

De toonaangevende aandelenindices lieten zonder uitzondering een daling zien. In de Verenigde Staten bleef die beperkt tot 0,7% voor de S&P-500 en 1,2% voor de technologiebeurs Nasdaq. In Europa liepen de verliezen op tot meer dan 2% ten opzichte van vorige week vrijdag.

Ook op de obligatiemarkten was de twijfel zichtbaar in de vorm van toenemende risico-aversie, vooral op de markten die als veilige havens worden gezien. In de Verenigde Staten en Duitsland liep de tienjaars rente met circa tien basispunten terug tot respectievelijk 1,75% en 0,16%. In Zuid-Europa liepen de rendementen daarentegen licht op.

Philips verkoopt zijn traditionele kernactiviteiten

Hoewel de top van het resultatenseizoen al weer voorbij is, waren er de afgelopen week toch weer een paar interessante bedrijven die hun resultaten over het eerste kwartaal presenteerden. In het begin van de week maakte Philips bekend dat het de lichtdivisie – Philips Lighting – zelfstandig naar de beurs brengt. Eigenlijk was het de bedoeling dat de divisie ondergebracht zou worden bij één koper, maar uiteindelijk bleek de belangstelling (te) klein en is besloten tot een zelfstandige beursgang. Nog voor de zomer zal 25% van de aandelen van de divisie naar de beurs worden gebracht. Daarmee is de strategie van Philips om het bedrijf minder cyclisch te maken en de focus te leggen op de gezondheidstechniek ongeveer voltooid.

Verder presenteerden de afgelopen week veel Europese banken hun resultaten en die waren erg wisselend van karakter. Vooral de banken met veel kapitaalmarktactiviteiten moesten teleurstellende resultaten melden, als gevolg van de turbulente marktomstandigheden in het eerste kwartaal. Dat gold bijvoorbeeld voor het Zwitserse UBS en het Britse HSBC. De nettowinst van UBS daalde met 64% tot CHF 707 miljoen en de omzet liep met 23% terug. Het aandeel UBS verloor vervolgens 8%. De winst van HSBC daalde met 14% tot USD 6,1 miljard, vooral als gevolg van een terugval in de voor de bank belangrijke Aziatische activiteiten. Voor de typische consumentenbank BNP-Paribas rolde er wel een positief resultaat uit de bus. Hoewel de omzet licht terugliep, steeg de winst met 10%, mede omdat de bank minder voorzieningen voor slechte leningen hoefde te nemen.

In de Verenigde Staten meldde farmacieconcern Pfizer een stijging van zowel de winst als de omzet met dubbele procentuele cijfers. Vooral de overname van Hospira droeg bij aan de winststijging met 27%. Vorige maand blies het grootste farmaciebedrijf ter wereld de overname van Allergan (voor USD 160 miljard) af.

Als gevolg van de zeer lage prijzen van olie en gas moest Koninklijke Olie Shell een ruime halvering van de winst toestaan. In het eerste kwartaal werd bovendien de overname van British Gas voltooid en voor een deel van het kwartaal zijn de resultaten van BG dus in de resultaten opgenomen. Overigens waren de resultaten van Shell nog minder slecht dan waarvoor was gevreesd. Met name lagere operationele kosten konden enig tegenwicht bieden. Deze ontwikkeling was ook zichtbaar bij andere oliebedrijven, vooral die bedrijven die zelf ook raffinage-activiteiten hebben. Niettemin had zwaargewicht Shell een negatieve invloed op de AEX, die donderdag met een stand van 431,24 punten sloot, 1,9% onder het slot van vorige week vrijdag. Vanochtend bewoog de index zich rond een niveau van 428 punten.

Veel aandacht voor economische groei in Europa

Hoewel het grootste deel van de beursgenoteerde bedrijven de resultaten inmiddels heeft gepubliceerd, komen er volgende week nog een paar zwaargewichten. Daarmee zal geleidelijk aan het accent weer verschuiven naar het macronieuws. De komende week zullen nog een paar Amerikaanse bedrijven hun resultaten over het eerste kwartaal publiceren, waaronder Coca-Cola en Walt Disney.

De lijst met Europese bedrijven is wat langer, met onder meer Alcatel Lucent, Allergan, Telefonica, Telecom Italia, E.On, RWE, Vivendi, Endesa, Adecco, Nokia, Metro en de financiële dienstverleners Allianz, Credit Suisse, Credit Agricole en KBC. In Nederland kijken we met belangstelling uit naar de resultaten van ING, Aegon en PostNL. Bovendien is vrijdag de laatste handelsdag voor TNT Express, voordat het wordt ingelijfd door het Amerikaanse Fedex.

Op macro-economisch gebied is de aandacht gericht op de industriële productie, waarover cijfers voor maart worden gepubliceerd in Duitsland, Frankrijk, Italië, Nederland, het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie als geheel. Daarnaast zullen in Duitsland ook nieuwe gegevens worden gepubliceerd over de industriële orders in dezelfde maand. In Duitsland, Frankrijk, Italië en Nederland verschijnen nadere cijfers over het verloop van de consumptieprijzen in april en in Nederland ook over de detailhandelsverkopen in maart. Nadat vorige week al een flash estimate is verschenen over de economische groei in de eurozone, zullen onder meer Duitsland, Italië en Nederland de komende week hun eigen groeicijfers publiceren.

Maar eerst is het wachten op vanmiddag, als in de Verenigde Staten nieuwe gegevens over de werkgelegenheid buiten de landbouwsector en over de werkloosheid in april bekend worden gemaakt. Als u dit leest, is al bekend of de zonnige verwachting van circa 200.000 nieuwe banen daadwerkelijk is gerealiseerd.

Lees meer over

Discussieer mee

ABN AMRO is benieuwd naar uw mening. U kunt daarom onder dit artikel reageren via Disqus. Door te reageren gaat u akkoord met de voorwaarden.

Meer blogs