Wat zal juni 2016 de financiële markten brengen?

Blog -

Man in pak met verrekijker op trap

De gebeurtenissen die juni tot een spannende maand maken, komen nu rap naderbij. Volgende week de vergadering van het beleidsbepalende comité van de Fed, een week later het Britse referendum en nog weer drie dagen later de Spaanse parlementsverkiezingen. Wat zal het worden?

Op de financiële markten is - afgezien van wat rimpelingen - nog niet veel van de spanning te bespeuren. Ben Steinebach Ben Steinebach Hoofd Beleggingsstrategie

Nadat vorige week vrijdag in de Verenigde Staten een bar tegenvallend banenrapport over mei (38.000 banen) werd gepubliceerd, lijkt de vergadering van de Fed een “non-event” te worden. Onder deze omstandigheden lijkt het beleidsbepalende comité geen renteverhoging te willen doorvoeren. Daarmee zou ze in elk geval ook geen olie op het vuur gooien met het oog op de onrust die kan ontstaan als er een Brexit komt en de Spaanse verkiezingen weer op een impasse uitlopen. De uitkomst van het Britse referendum lijkt een dubbeltje op zijn kant te worden, tenminste als we de verschillende polls mogen geloven. Afgelopen week vertoonden twee van de polls plotseling een meerderheid voor een Brexit, wat tot enige onrust leidde op de financiële markten. Wanneer echter wordt afgegaan op de bookmakers, waar Britten bereid zijn geld te betalen voor hun mening, dan is een Brexit nog steeds betrekkelijk ver weg. 57% verwacht daar dat het VK binnen de Europese Unie (EU) blijft. De verklaring voor dit verschil zou zijn dat mensen die er voor zijn dat het VK binnen de EU blijft, moeilijk bereikt worden door de polls. Het is als het ware de zwijgende meerderheid, die er op 23 juni voor kan zorgen dat het VK daadwerkelijk binnen de EU blijft. Bij de wedkantoren zou dit effect beter tot zijn recht komen.

Op de financiële markten is - afgezien van wat rimpelingen - nog niet veel van de spanning te bespeuren. De Britse aandelenmarkt presteerde de afgelopen week zelfs wat beter dan de Continentaal Europese beurzen. Omdat een Brexit vermoedelijk zal leiden tot een verzwakking van het Britse pond, wordt met spanning gekeken naar de valutamarkt. Hoewel het pond dit jaar wat is gedaald tegenover de euro, is de schade tot dusverre beperkt gebleven. Op de optiemarkt, waar beleggers zich kunnen beschermen tegen een koersval als er op 23 juni een Brexit komt, is wel een verhoogde activiteit zichtbaar. Op de obligatiemarkt ligt de Britse 10-jaarsrente weliswaar hoger dan de rente in Duitsland en de kernlanden op het Europese Continent, maar de daling is vergelijkbaar met het Continent. Veel angst voor een Brexit is er op de obligatiemarkten dus ook niet te bespeuren.

Obligatiemarkt probeert door de glazen vloer te breken

De obligatierente in Europa zoekt nieuwe laagtepunten op. In Duitsland werd voor 10-jaars staatsobligaties deze week een nieuw record van 0,02% bereikt. De hernieuwde activiteit van de Europese Centrale Bank (ECB) is de voornaamste oorzaak. Het wachten is op het moment dat ook in het 10-jaars segment negatieve rendementen worden genoteerd. In Japan is dat al langere tijd het geval en daar dook de rente de afgelopen week zelfs voor looptijden van 15 jaar onder 0%. Zoals Hillary Clinton in de Verenigde Staten het glazen plafond doorbreekt, gebeurt dat op de Europese obligatiemarkten met een glazen vloer. De vraag is alleen waar die vloer nu precies ligt. De belangrijkste verklaring voor de nieuwe rentedaling moet worden gezocht in het beleid van de ECB. Afgelopen woensdag is begonnen met het zogeheten Corporate Sector Purchasing Program (CSPP), waarbinnen obligaties van zeer kredietwaardige (niet-financiële) bedrijven mogen worden gekocht. Dit is een aanvulling op het opkoopprogramma van staatsobligaties en vermoedelijk zal binnen het CSPP EUR 5-10 miljard per maand worden gekocht. Dit heeft bijgedragen aan een rentedaling, die over de hele linie (looptijden en soorten obligaties) plaatsvindt. Samen met de koop van staatsobligaties beloopt het programma nu EUR 80 miljard per maand en zal het duren tot en met maart 2017.

De wereldwijde financiële markten werden de afgelopen week dus beheerst door de ECB en de verwachtingen rondom vooral het Britse referendum. Veel richtinggevend macro-economisch nieuws was er niet, of het was wat gemengd van karakter. Dat laatste gold bijvoorbeeld in Duitsland voor de industriële orders (die in april sterker daalden dan verwacht) en de industriële productie (die in dezelfde maand sterker steeg dan verwacht). Op de aandelenmarkten was in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk sprake van enige winst ten opzichte van vorige week vrijdag, terwijl de Continentaal Europese markten juist wat terrein prijs moesten geven. In Amsterdam vonden vrijdag 10 juni wederom beursintroducties plaats, ditmaal van ASR en Basic-Fit. De AEX sloot donderdag 0,18% hoger dan vorige week vrijdag op 446,10. In het begin van de week was de stemming overwegend positief, maar vanaf woensdag nam de risico-aversie weer wat toe. Op vrijdagmorgen fluctueerde de index, in lijn met andere Europese beurzen, lager rond de 440 punten.

Komende zijn de ogen gericht op de Fed

Hoewel het resultatenseizoen ten einde is, druppelt er nog een enkel bedrijf binnen. De komende week is dat Oracle. Verder is het met een half oog kijken naar de macro-economische cijfers en voor de rest natuurlijk naar de Fed en vooruitkijken naar 23 juni. Met betrekking tot de macrokalender is China de komende week van belang. Aan het einde van het weekend verschijnen daar gegevens over de detailhandelsverkopen, de investeringen, de industriële productie en de groei van de geldhoeveelheid, allemaal over de maand mei. Verder zullen er de komende week in veel landen inflatiecijfers - ook over mei - worden gepubliceerd. Het betreft het Verenigd Koninkrijk, Italië, Frankrijk, de Europese Unie als geheel en de Verenigde Staten. Verder zijn er - naast China - ook nieuwe gegevens te verwachten over de detailhandelsverkopen in de Verenigde Staten, Nederland en het Verenigd Koninkrijk in mei. Daarnaast worden er productiecijfers over de industrie gepubliceerd in de Verenigde Staten (in mei) en de Europese Unie (in april). En tenslotte vergaderen ook de centrale banken van het Verenigd Koninkrijk en Japan de komende week over de rente. Eerst en vooral zal de blik echter gericht zijn op de Federal Reserve, die woensdag om kwart over acht bekend zal maken wat ze met de rente doet. Volgens ons zal die ongewijzigd blijven met een bandbreedte van 0,25% tot 0,5%. Interessanter zal zijn wat het begeleidende commentaar is.

Lees meer over

Discussieer mee

ABN AMRO is benieuwd naar uw mening. U kunt daarom onder dit artikel reageren via Disqus. Door te reageren gaat u akkoord met de voorwaarden.

Meer blogs