Duidelijkheid van May en het wachten daarop bij Trump

Blog -

USA Presidential inauguration

In de aanloop naar de inauguratie van Donald Trump hebben de aandelenmarkten wereldwijd wat van hun glans verloren. Desondanks blijft het economisch beeld verbeteren. Ook op de obligatiemarkten moesten de koersen enig terrein prijsgeven.

Het economisch beeld blijft overigens ook zonder de 'hand' van Trump positief. Ben Steinebach Ben Steinebach Hoofd Beleggingsstrategie

Het wachten is op de eerste concrete beleidsmaatregelen van de nieuwe Amerikaanse president Trump. Tot dusverre heeft de wereld slechts wat vage ideeën kunnen vernemen waarin vaak weinig samenhang te ontdekken viel. Niettemin rekenen alle toonaangevende voorspellingsinstituten - waaronder IMF en OESO - op een wat hogere Amerikaanse economische groei door het beleid van de nieuwe president.

Het economisch beeld blijft overigens ook zonder de 'hand' van Trump positief. De afgelopen week waren de meeste cijfers die werden gepubliceerd positief. Dat gold voor de Verenigde Staten, waar de industriële productie in december wat sterker dan verwacht is toegenomen en de groei van de detailhandelsverkopen in dezelfde maand met 0,6% steeg. Dat laatste was weliswaar iets minder dan verwacht, maar wijst op een zeer bevredigende consumptiegroei. Ook uit Europa verschenen positieve indicatoren, zoals bijvoorbeeld in de vorm van de ZEW-index voor de EU en Duitsland. En tenslotte was een reeks indicatoren uit China sterk, hoewel sommige licht achterbleven bij de - wel erg hoge - verwachtingen. In het vierde kwartaal van 2016 is de economie wederom met 6,7 tot 6,8% gegroeid en zijn de detailhandelsverkopen in december met bijna 11% toegenomen.

Verder trok natuurlijk de speech van de Britse premier May over de uitwerking van de Brexit veel aandacht. Ze nam een hard en duidelijk standpunt in, waarbij het VK afziet van vrije toegang tot de gemeenschappelijke markt om de immigratie te kunnen beheersen. Verder zal het Britse parlement het laatste woord krijgen. De valutamarkten hadden kennelijk niet op zoveel duidelijkheid gerekend en het Britse pond steeg met 1,5% tegenover de euro en zelfs met meer dan 2,5% tegenover de dollar. De Britse beurs moest het echter ontgelden en sloot donderdag 1,75% lager dan vorige week vrijdag. Ook de meeste andere beurzen in de wereld verloren terrein, maar daar bleef de schade beperkt met verliezen van 0,5% tot 1%. Alleen de Chinese beurzen boekten lichte winst.

Deflatie is 'erg 2016' (en daarvoor)

De wereldwijde obligatiemarkten stonden de afgelopen week in het teken van de (teruggekeerde) inflatie. In de Verenigde Staten liep de inflatie op van 1,6% in november tot 2,1% in december. Voor een belangrijk deel is dit het gevolg van basiseffecten uit december 2015 (vanwege de lage olieprijs) en dit effect zal in januari nog wat sterker zijn. In een speech heeft Fed-voorzitter Yellen naar voren gebracht dat de stand van de Amerikaanse economie (inclusief de inflatie) inmiddels een aantal renteverhogingen in 2017 rechtvaardigt om 'nasty surprises' (in de vorm van een uit de hand lopende inflatie) in de toekomst te voorkomen. Ook in de eurozone en in het Verenigd Koninkrijk zagen we de afgelopen week de inflatie toenemen. In het laatste land werd dat voor een belangrijk deel veroorzaakt door het in waarde gedaalde pond. In de eurozone (een stijging van 0,6% in november tot 1,1% in december) gelden hoofdzakelijk dezelfde effecten als in de Verenigde Staten. Omdat de Duitse inflatie inmiddels op 1,7% ligt, was het voor president Jens Weidmann van de Bundesbank reden om te benadrukken dat de rente in de eurozone achterloopt bij de inflatie in zijn land. ECB-president Draghi heeft de Duitsers om geduld gevraagd, omdat ook zij baat hebben bij herstel in de rest van de eurozone. Toch lijkt deflatie inmiddels een woord te zijn dat bij 2016 (en daarvoor) hoort en niet meer past in 2017. De obligatierente is - wellicht mede daardoor - de afgelopen week gestegen met circa 10 basispunten.

AEX verliest, maar verslaat de rest

De AEX-index leverde deze week iets in, maar deed het over het algemeen wel beter dan andere beurzen. Dit kwam door goede resultaten van enkele Nederlandse bedrijven. De AEX-index verloor deze week zo'n 0,6% en bivakkeert rond de 485 punten. Toch deed de Amsterdamse beursgraadmeter het beter dan veel andere internationale indices. Dit kwam mede doordat twee relatieve zwaargewichten, ASML en Ahold Delhaize (respectievelijk nummer vier en vijf), goede resultaten rapporteerden. ASML versloeg de verwachtingen, terwijl de bedrijfsverwachting voor het eerste kwartaal in lijn was met die van de markt. Ook verbeterden de orders ten opzichte van het toch al sterke derde kwartaal. Verder verwacht het bedrijf in 2018 op volledige capaciteit te draaien met de productie van zijn nieuwe EUV-machines. Hierdoor steeg de koers. Ahold Delhaize rapporteerde een iets beter dan verwachte omzet in het vierde kwartaal. Het bedrijf handhaafde zijn verwachting voor het hele jaar en beleggers beloonden het aandeel met een mooie koerswinst. 

In Europa moet het cijferseizoen nog op gang komen, maar in Amerika is de aftrap genomen. Afgelopen week rapporteerden de grote Amerikaanse banken hun cijfers. Deze waren over het algemeen beter dan verwacht, maar na de sterke koersstijging van de financiële sector sinds de verkiezingsoverwinning van Trump, bleef de sector deze week achter bij de markt. 

Afgezien van bedrijfsresultaten was er deze week goed nieuws voor de Nederlandse constructie en engineering bedrijven. Boskalis won opnieuw een baggerorder, ditmaal in Oman. Daarmee komt het orderboek weer op normale niveaus. Daarnaast won Heijmans in een internationaal consortium een EUR 1 miljard bouwcontract voor de Zuidasdok in Amsterdam. Met deze order kan het zelfvertrouwen van Heijmans weer een beetje worden opgevijzeld. 

Overig nieuws kwam onder andere van TomTom dat een Duitse overname deed, waarmee het bedrijf zijn positie in zelfrijdende auto's versterkt. De Taiwanese grootaandeelhouder Fubon bleek op het laatste moment af te hebben gezien van een overname van Delta Lloyd, waarna Nationale Nederlanden zijn slag sloeg. Verder liet Flow Traders in december veel hogere handelsvolumes zien dan over de rest van 2016. Goed nieuws kwam ook van Netflix dat wereldwijd veel meer abonnementen in het vierde kwartaal afsloot dan verwacht. Tot slot het gerucht dat Nestlé interesse zou hebben in branchegenoot Mead Johnson. Het bedrijf gaf zelf geen commentaar.

Resultatenseizoen komt echt op gang

De komende week gaat het resultatenseizoen in volle kracht door. Op macrogebied is het daarentegen wat rustiger. Met betrekking tot dat laatste zal vooral het sentiment onder inkoopmanagers in januari in de belangstelling staan. Afwachten dus of die hun goede stemming uit 2016 meenemen naar 2017. Daarnaast zal met interesse worden gekeken naar de Duitse Ifo-index en het consumentenvertrouwen in Duitsland, de EU en de Verenigde Staten. Uit dat laatste land komen ook nog nieuwe cijfers over de huizenverkopen, de orders voor duurzame goederen en het Bruto Binnenlands Product over het vierde kwartaal. Die laatste gegevens verschijnen ook in het VK.

Volgende week kent een overvolle agenda qua bedrijfsresultaten. Onder andere bedrijven als McDonald's, Halliburton, SAP, eBay, AT&T, Novartis, Intel, Microsoft, Ford, Starbucks en Google zullen hun cijfers rapporteren. In Nederland staan Philips, Philips Lighting en Unilever op het programma. We verwachten dat Unilever over het vierde kwartaal een beter beeld zal laten zien dan de negatieve volumegroei in het derde kwartaal. Ook verwachten we dat Philips Lighting opnieuw kan verrassen met een betere marge. De markt kijkt voor Philips vooral uit naar de HealthTech orders. Daar mag echter niet veel van worden verwacht, zeker na voorzichtige woorden van CEO Van Houten eerder deze week.

Delen

Lees meer over

Discussieer mee

ABN AMRO is benieuwd naar uw mening. U kunt daarom onder dit artikel reageren via Disqus. Door te reageren gaat u akkoord met de voorwaarden.

Meer blogs