De cijfers slaan terug

Blog -

Grafiek close-up

De afgelopen weken gaven zeer hoopgevende cijfers over de economie te zien. Ik ben steeds voorzichtig optimistisch geweest, waarschijnlijk optimistischer dan vele anderen, en ik heb me misschien een beetje laten meeslepen en in een recent commentaar de overwinning uitgeroepen. Het beeld van de afgelopen week was veel minder eenduidig, wat maar weer eens laat zien dat de conjunctuur zich niet in rechte lijnen beweegt en dat het onverstandig is al te stellig te zijn. Toch ben ik er nog steeds van overtuigd dat de wereldeconomie een groeiversnelling doormaakt en dat de komende zes kwartalen veel betere cijfers zullen opleveren dan de afgelopen zes. De argumenten hiervoor gaan nog steeds op.

Ik ben er nog steeds van overtuigd dat de wereldeconomie een groeiversnelling doormaakt. Han de Jong Han de Jong Chief Economist

Groei in de eurozone
Na zes kwartalen krimp (k-o-k) is het reële BBP van de eurozone met 0,3% gegroeid. Die groei is vooral te danken aan Duitsland (+0,7%) en Frankrijk (+0,5%); het beeld voor de eurozone als geheel is wisselend. In Italië (-0,2%), Spanje (-0,1%) en Cyprus (-1,4%) is de economie voor het achtste kwartaal op rij gekrompen, Nederland (-0,2%) noteerde het achtste kwartaal met krimp in negen kwartalen. De economie van Spanje en Nederland is in totaal met zo’n 3% gekrompen, die van Italië met ongeveer 4,5% en die van Cyprus met ruim 7%. Positief is dat deze zwakkere economieën inmiddels niet meer zo snel krimpen en dat hun concurrentiekracht over het algemeen is toegenomen – Italië misschien uitgezonderd. Deze landen zouden binnenkort dus moeten gaan profiteren van de verbetering elders. (N.B.: de cijfers van Griekenland en Ierland voor het tweede kwartaal zijn nog niet bekendgemaakt.)

We kunnen niet in alle eurolanden hetzelfde groeitempo verwachten en het is dan ook niet meer dan normaal dat sommige landen het beter doen en andere minder. Dat neemt niet weg dat de conjunctuursituatie vrijwel overal verbetert, en wij verwachten dat deze trend doorzet.

De ZEW-index voor de eurozone, die onder zo’n 350 institutionele beleggers en analisten de verwachtingen voor de economische ontwikkeling meet, is gestegen van 32,8 punten in juli naar 44,0 in augustus, de hoogste stand sinds begin 2010. De ZEW-vertrouwensindex voor Duitsland is, na drie maanden min of meer gelijk te zijn gebleven, in augustus eveneens gestegen, en de Duitse index voor de huidige situatie heeft de hoogste stand in ruim een jaar bereikt. De ZEW-index is misschien niet de meest betrouwbare index die er bestaat, maar uit dit alles komt eenduidig een hoopgevend beeld naar voren: de economische omstandigheden worden beter en die verbetering zet voorlopig door.

Japan: momentum zwakt af
Het Japanse BBP is in het tweede kwartaal met 0,6% k-o-k gegroeid (2,6% geannualiseerd). Dat is niet slecht, maar minder goed dan verwacht. Daarbij komt dat de groei in het eerste kwartaal licht naar beneden is bijgesteld. De particuliere consumptie is dit kwartaal opnieuw flink gestegen, met 0,8% k-o-k, en dat is bemoedigend. De bedrijfsinvesteringen vielen echter tegen (-0,1% k-o-k), en voor duurzaam herstel is het nodig dat bedrijven investeren en nieuwe banen scheppen. Er zijn de afgelopen maanden meer orders voor machines geplaatst, al is dat cijfer, na een zeer goede mei, in juni gedaald. De groei van de orders vertaalt zich nog niet in feitelijke groei van de bedrijfsinvesteringen. Die zijn nu al zes kwartalen achter elkaar gedaald, al gaat de daling inmiddels duidelijk minder snel. Uit de orders voor machines blijkt dat de bedrijfsinvesteringen elk moment kunnen aantrekken. Voor Abenomics is het van belang dat de economie niet te veel van haar momentum verliest.

Cijfers VS: van alles wat
Anders dan in de voorgaande periode schetsen de Amerikaanse cijfers van afgelopen week een nogal wisselend beeld. Positief is dat het vertrouwen onder kleine bedrijven en in de woningbouw volgens de laatste gegevens opnieuw is toegenomen, en dat het aantal aanvragen voor een werkloosheidsuitkering de afgelopen week is gedaald naar 320.000, de laagste stand sinds 2007. Sinds eind juni daalt dit cijfer hard. Dat sluit aan bij de sterke stijging van de ISM-indices voor het ondernemersvertrouwen in juli en bij onze opvatting dat de Amerikaanse economie aan het begin van een groeispurt staat.

Enige bescheidenheid blijft echter op zijn plaats, want de afgelopen week leverde helaas ook duidelijk slechtere cijfers op: de industriële productie bleef in juli gelijk ten opzichte van de voorgaande maand en daalde zelfs met 0,1% exclusief mijnbouw en energie. Jaar-op-jaar is de industriële productie met slechts 1,4% gegroeid en dat is het slechtste cijfer sinds begin 2010. Het is duidelijk dat de door mij verwachte groeiversnelling van de industriële productie (nog) niet begonnen is. Ook de eerste cijfers van augustus voor het ondernemersvertrouwen vielen tegen. De Empire State-index (de maatstaf voor het ondernemersvertrouwen in de regio van de Federal Reserve van New York) is licht gedaald, al ligt deze nog steeds op een redelijk niveau. De Philly Fed-index (de maatstaf voor de regio van de Federal Reserve van Philadelphia) is gedaald van 19,8 in juli naar 9,3 in augustus. Dat is nog steeds hoog, maar de details uit beide rapporten waren slecht. Een andere index om in de gaten te houden is die van de hypotheekaanvragen. Door de stijgende kapitaalmarktrente en de daarmee samenhangende verhoging van de hypotheekrente is het aantal hypotheekaanvragen voor zowel oversluitingen als nieuwe leningen snel gedaald. Het staat nog te bezien in hoeverre dit doorwerkt op de woningmarkt, maar de toegenomen leenkosten vormen een duidelijk risico voor de economische groei, aangezien de woningmarkt een van de belangrijkste pijlers, zo niet de belangrijkste, onder de Amerikaanse economie is. Conform de verwachtingen vertoonde het aantal nieuwbouwwoningen en bouwvergunningen in juli een lichte stijging ten opzichte van juni, maar een duidelijke stijging is in de afgelopen maanden uitgebleven. De gestegen hypotheekkosten zijn mogelijk ook van invloed op het consumentenvertrouwen, dat, volgens de voorlopige cijfers van de Universiteit van Michigan, in augustus is gedaald naar 80,0 punten (was 85,1). Augustus mag dan tegenvallen, de stijgende trend houdt aan en het cijfer is toch nog het op vijf na hoogste sinds het uitbreken van de crisis in 2007.

Al het bewijs tegen elkaar afwegend, kom ik tot de conclusie dat er nog steeds voldoende grond is voor een optimistische visie. Dat de Amerikaanse regionale indices voor het ondernemersvertrouwen vorige week naar beneden gingen, moet wel in perspectief worden geplaatst. Dit houdt ook mede verband met het inmiddels vrij hoge niveau en het volatiele karakter van deze indicatoren. Uit de minder volatiele uitkeringsaanvragen en de ISM van juli blijkt dat de verbetering duurzaam is. Ook in de eurozone gaat het beter, al blijven sommige landen hier achter. In Japan verliest de economie wat aan vaart, maar dat gebeurt na een periode van zeer sterke groei. Recent gepubliceerde indices wijzen op aanhoudende groei in de komende periode. 

Lees meer over

Discussieer mee

ABN AMRO is benieuwd naar uw mening. U kunt daarom onder dit artikel reageren via Disqus. Door te reageren gaat u akkoord met de voorwaarden.

Meer blogs

Filteren op