De markten negeren positieve signalen

Blog -

Aandelencijfers

De aandelenbeurzen in Europa en de VS verloren vorige week terrein en waren bovendien volatieler dan ze sinds maart/april zijn geweest. De economische indicatoren waren over het algemeen juist beter en geven me hoop. Hoewel er nog problemen genoeg zijn, verbetert de economische situatie in lichte mate. Bovendien duiden voorlopende indicatoren op verdere verbetering. De bank lending survey van de ECB bevatte belangrijk goed nieuws. De Amerikaanse economie doet het heel aardig, al blijft zich af en toe een tegenvaller voordoen. Japan houdt na de belastingverhoging stand en de opkomende markten lijken op de weg terug.

Hoewel er nog problemen genoeg zijn, verbetert de economische situatie in lichte mate. Han de Jong Han de Jong Chief Economist

Tegendraadse beurzen

De aandelenbeurzen in de VS en Europa moesten vorige week iets meer dan 3% inleveren; de beurzen in Japan en vooral in opkomend Azië deden het aanzienlijk beter. Nu is het zelfs in ideale omstandigheden moeilijk de snelle schommelingen op de financiële markten te verklaren, maar deze correctie lijkt in tegenspraak met het economisch klimaat, dat door de bank genomen steeds beter wordt. Wat is hier aan de hand? Dat kan een aantal dingen zijn. Het zou een signaal van de markten kunnen zijn dat de economische opleving geen blijvertje is. Maar die theorie sluit niet aan bij onze kijk op de economische vooruitzichten en spreekt mij dan ook niet aan.

Sommige commentatoren zien angst voor tegenvallende winsten als reden voor het uitstappen van beleggers, een verklaring die me al evenmin overtuigt. Als ik de cijfers goed begrijp, zien we in de VS tamelijk goede winstcijfers: een vrij groot percentage bedrijven maakt meer winst dan verwacht. In Europa is dat anders, daar zijn aanzienlijk minder meevallers te melden en blijven bedrijven gemiddeld zelfs achter bij de winstverwachtingen. De Europese conjunctuur loopt echter achter op de Amerikaanse en dat zou voor de winstontwikkeling dus ook moeten gelden. Hoe dit ook zij, de meevallers in de VS staan tegenover de tegenvallers in Europa, wat niet verklaart waarom de beurzen aan beide zijden van de Atlantische Oceaan nagenoeg evenveel terrein hebben prijsgegeven. Een andere verklaring luidt dat de markten zichzelf voorbij geschoten zijn en een correctie en een adempauze nodig hebben. Nu was er inderdaad sprake van enige overwaardering en wees de geringe volatiliteit op een zekere zelfgenoegzaamheid. Die redenering zou dus kunnen kloppen, al lijken aandelen ons over het algemeen niet zo overgewaardeerd dat een forse correctie onvermijdelijk is. Als we gelijk hebben, zou het bij een bescheiden correctie moeten blijven.

Volgens weer andere commentatoren maken de politieke spanningen in de wereld beleggers nerveus. Zo is er het conflict tussen Rusland en het Westen over Oekraïne en de vergelding in de vorm van sancties, de oorlog tussen Israël en Gaza, de angst dat de Fed eerder dan verwacht met een verkrappingsbeleid begint, de schuldenperikelen van Argentinië en de problemen bij de Portugese Banco Espirito Santo, en misschien heb ik nog wel iets overgeslagen. De waarschijnlijkste verklaring, voorlopig tenminste, lijkt mij een noodzakelijke correctie na een lange rally, in combinatie met nervositeit. Wordt vervolgd.

Eurozone bank lending survey (ECB) 

Europese banken versoepelen hun kredietvoorwaarden

De bank lending survey die de ECB elk kwartaal houdt, zorgde vorige week voor misschien wel het belangrijkste economische nieuws uit Europa (al was er in de media schandalig weinig aandacht voor) en mijn interpretatie ervan is zonder meer positief. Uit de enquête blijkt dat de banken voor het eerst sinds 2007 (over het algemeen en slechts in bescheiden mate) hun kredietvoorwaarden weer versoepelen! Zoals de grafiek laat zien, neemt ook de vraag naar krediet weer toe. Deze toename geldt bovendien over een breed front. Volgens de banken willen bedrijven geld lenen voor werkkapitaal, fusies en overnames en investeringen. Bovendien laat de vraag naar krediet door consumenten de grootste stijging sinds 2006 zien. Anders dan je op grond van de enquête zou denken, wordt over de eurozone doorgaans nogal gesomberd: de groei zou minimaal zijn, de kredietverlening muurvast zitten en deflatie niet ver weg zijn. Als de bedrijven en huishoudens werkelijk denken dat deflatie vaste voet aan de grond krijgt, zouden ze hun investeringen en bestedingen moeten uitstellen en er zeker niet voor lenen. Maar volgens deze enquête doen ze precies het tegenovergestelde. En dat de banken hun voorwaarden versoepelen, betekent dat het weer beter met ze gaat. Dat is goed nieuws, nieuws dat in strijd lijkt met de gangbare mening over de economie en het financiële stelsel. Er klopt dus iets niet. Ofwel de enquête zal onbetrouwbaar blijken, of de economie ontwikkelt zich beter dan veel mensen denken. Ik heb de curve van de BBP-groei eveneens in deze grafiek ingetekend, en zoals u ziet heeft de enquête tot nu toe een vrij goede voorlopende indicator voor de BBP-groei betoond. Ik concludeer dan ook dat er alle reden voor optimisme is. Maar wie weet, misschien is ditmaal alles anders...

De werkloosheid in de eurozone is opnieuw een fractie gedaald, van 11,6% in mei naar 11,5% in juni. Het hoogste niveau van 12% werd bereikt tussen maart en september vorig jaar. Hoopgevend is dat de werkloosheid het snelst daalt in enkele perifere landen: over de afgelopen twaalf maanden lopen Portugal, Ierland en Spanje voorop. En dan niet alleen omdat mensen uit die landen wegtrekken.

Ook de inflatie is in juli licht gedaald: de totale inflatie in de eurozone kwam uit op 0,4% j-o-j (was 0,5% in juni). Omdat de inflatie in Duitsland, Italië en Spanje nog lager lag, zou het me niet verbazen als het cijfer voor juli nog iets naar beneden werd bijgesteld. De kerninflatie bleef daarentegen met 0,8% onveranderd. Wij denken dat aan de dalende inflatie binnenkort een einde komt en achten een langere periode van schadelijke deflatie nog steeds onwaarschijnlijk. Het lijdt echter geen twijfel dat de ECB ver onder haar inflatiedoel blijft en dat het extreem ruime monetaire beleid dat zij voert om de inflatie weer te laten stijgen, nog geruime tijd volkomen gerechtvaardigd zal blijven.

Veel cijfers uit de VS

Er kwamen vorige week vrij veel cijfers uit de VS. De meeste waren goed, maar er waren uitzonderingen en het totaalplaatje blijft wat onduidelijk. De Chicago PMI daalde maar liefst tien punten, van 62,6 naar 52,6, wat volledig uit de toon valt bij de andere graadmeters voor het ondernemersvertrouwen. De landelijke ISM steeg juist, van 55,3 punten in juni naar 57,1 punt in juli. Mogelijk was de Chicago PMI de afgelopen maanden wat al te optimistisch geweest over de onderliggende factoren en was een flinke correctie aan de orde. In dat geval kunnen we dit cijfer als ruis afdoen, maar het is wel iets om in de gaten te houden. De werkgelegenheidsindex van de ISM-survey bereikte het hoogste peil sinds 2011. De definitieve Markit PMI, de concurrent,  kwam juist lager uit dan de oorspronkelijke raming en ook lager dan vorige maand. De werkgelegenheidscijfers van de Amerikaanse overheid vielen wat tegen. Er kwamen in juli 209.000 banen bij, iets minder dan de door analisten verwachte 230.000 en veel minder dan de 298.000 van juni. Dat neemt niet weg dat alles boven 200.000 zonder meer goed is en dat de cijfers voor de twee voorgaande maanden met in totaal 15.000 naar boven werden bijgesteld.

Volgens de barometer van de Conference Board is het Amerikaanse consumentenvertrouwen in juli gestegen naar de hoogste stand sinds 2008. De inkomens en bestedingen namen met 0,4% m-o-m toe. De Amerikaanse consumenten zagen hun inkomen dit jaar al met 6,2% op jaarbasis groeien. Dat is niet slecht. Geen wonder dat het consumenten-vertrouwen groot is, al bleven de bestedingen in het eerste half jaar met slechts +3,7% op jaarbasis (nominaal) iets achter. Dit kan betekenen dat de consumptieve bestedingen de komende maanden nog omhoog kunnen. De inflatiedruk blijft gering: de zogeheten core PCE deflator steeg met 0,1% m-o-m; j-o-j stabiliseerde hij zich op 1,5%.

Het Amerikaanse BBP is in het tweede kwartaal met 4,0% op jaarbasis gegroeid. Dat was meer dan verwacht. Het cijfer over het eerste kwartaal werd naar boven bijgesteld. Voorraad-vorming had weliswaar een belangrijk aandeel in de groei in het tweede kwartaal, de toenemende bedrijfsinvesteringen zijn een goed teken.

Al met al reden genoeg voor optimisme over de vooruitzichten van de VS, lijkt me.

Wat me elders in de wereld het meest opviel, was de groei van het ondernemersvertrouwen in de meeste Aziatische economieën in juli. Dat was bijvoorbeeld het geval in China, Taiwan, Korea en India. Japan en Vietnam waren de uitzonderingen. Toch vallen de Japanse cijfers al met al niet tegen en lijkt de economie redelijk bestand tegen de verhoging van de omzetbelasting eerder dit jaar.

Lees meer over

Discussieer mee

ABN AMRO is benieuwd naar uw mening. U kunt daarom onder dit artikel reageren via Disqus. Door te reageren gaat u akkoord met de voorwaarden.

Meer blogs

Filteren op