De week van Janet en Mario

Blog -

Aandelencijfers grafiek

De economische hoogtepunten van afgelopen week waren het getuigenis van Fed-voorzitter Janet Yellen voor de begrotingscommissie van de Amerikaanse Senaat en de persconferentie van ECB-president Mario Draghi. Beiden lieten zich uit in verruimingsgezinde bewoordingen. Voor ons is dit reden geweest om onze prognoses voor de beleidsrente en de kapitaalmarktrente licht bij te stellen. Nick Kounis licht dit nader toe in het artikel over rente.

De tegenvallende cijfers zijn voor ons geen reden om onze optimistische visie bij te stellen. Han de Jong Han de Jong Chief Economist

In de dienstensector in de VS en Europa nam het vertrouwen toe en China publiceerde positieve handelscijfers. De industriële productie in maart was zwak in een aantal eurolanden maar ik ga ervan uit dat dit tijdelijk is.
 
Per saldo lijken de zaken de goede kant op te gaan. Het herstel van de wereldeconomie staat op de rails en het lijkt onwaarschijnlijk dat de risico’s rond China en Oekraïne deze trein op afzienbare termijn doen ontsporen. Verder blijven de centrale banken proberen de kredietkosten te verlagen.

Het ondernemersvertrouwen in de dienstensector

In de VS en de eurozone is het toch al goede ondernemers-vertrouwen in de dienstensector verder toegenomen. De vorige week gepubliceerde Markit PMI voor de dienstensector van de eurozone steeg van 52,2 in maart naar 53,1 in april. Vooral de perifere landen deden het erg goed. Voor de VS kwam deze index iets lager uit: 55,0 in april tegen 55,3 in maart. De gezaghebbender ISM-index voor de dienstensector nam juist sterk toe, van 53,1 naar 55,2, de op twee na hoogste stand in twaalf maanden. Deze ontwikkelingen passen goed in het algemene beeld van een aantrekkende wereldeconomie en -handel. Een ander belangrijk cijfer, dat voor de Chinese handel in april, past eveneens in het plaatje: de Chinese uitvoer steeg sterker dan verwacht, van -6,6% j-o-j in maart naar +0,9% j-o-j in april. Vooral naar de VS en Europa werd veel meer geëxporteerd, respectievelijk +9,3% en +17,3%. De uitvoer naar Hongkong zakte echter sterk in, met meer dan 30% j-o-j, maar dat cijfer is onbetrouwbaar: de cijfers van een jaar eerder waren door ‘overrapportage’ enorm geflatteerd.

Eurozone detailhandelsverkopen

De detailhandelsverkopen binnen de EU vertoonden in maart een bescheiden stijging: 0,3% m-o-m en 0,9% j-o-j. Dat lijkt niet erg indrukwekkend en dat is het ook niet, maar de trend blijft onmiskenbaar stijgend. Bovendien is de Markit-index voor het vertrouwen in de retailsector in april sterk toegenomen, naar de hoogste stand sinds het begin van deze reeks in 2011.

Industriële productie eurolanden

Veel minder gunstig was het nieuws over de industriële productie in maart in veel eurolanden. Ten opzichte van de voorgaande maand daalde die in Duitsland met 0,5%, in Frankrijk met 0,7%, in Italië met 0,5% en in Nederland zelfs met 3,8%; ten opzichte van een jaar eerder lieten ook Spanje en Griekenland een forse daling zien. Zelfs het Verenigd Koninkrijk kon zich niet aan dit beeld onttrekken. Hoewel de Britse economie de laatste tijd in een bijna halsbrekend tempo groeit, daalde de productie met 0,1% m-o-m. Ierland was een van de weinige uitzonderingen: de industriële productie steeg er met 5,5% m-o-m.

Productie industrie Duitsland

Hoe kan ik deze over de gehele linie slechte productiecijfers verklaren en toch vasthouden aan mijn optimistische prognose voor de nabije toekomst van de eurozone? Ten eerste wil ik in dit verband aanstippen dat de industriële productie nogal fluctueert. Dat is hier echter geen sterk argument, want het is onwaarschijnlijk dat de cijfers voor alle landen tegelijk fluctueren en dan ook nog in dezelfde richting. Relevanter lijkt me dat het slechte Europese cijfer niet aansluit bij veel andere cijfers. Belangrijk is verder dat het een afspiegeling zou kunnen zijn van de zwakte die we eerder in de VS en China zagen. Een andere mogelijkheid is dat de cijfers van begin dit jaar geflatteerd waren door de warme winter in West-Europa en dat dit in maart weer ‘rechtgetrokken’ is. Hoe dan ook, de tegenvallende cijfers zijn voor ons geen reden om onze optimistische visie bij te stellen. Aan de positieve ontwikkeling van de productiegroei veranderen ze namelijk niets.

Centrale banken

Bij zijn maandelijkse persconferentie zei ECB-president Draghi dat de ECB er geen moeite mee heeft volgende maand, wanneer de nieuwe eigen economische ramingen voor de eurozone beschikbaar zijn, eventueel haar monetaire koers aan te passen. Deze uitspraak werpt drie vragen op: waarom zou de ECB maatregelen nemen, welke zouden dat zijn en wat zou er in die ramingen kunnen staan?

Om met de laatste vraag te beginnen: wij denken dat de economen van de ECB hun groeiprognose wat zullen verhogen maar hun inflatieverwachting zullen verlagen, met name die voor de korte termijn. Dat zou verklaren waarom de ECB überhaupt in actie zou komen. Draghi was hier zeer uitgesproken over. Door de lage inflatie is de sterke euro een bron van zorg en die zorg wordt alleen maar groter als je de inflatieverwachting verlaagt. Als we de diverse beleidsopties bekijken, lijkt een renteverlaging ons het meest waarschijnlijk. Daarmee zou de depositorente – de rente die banken ontvangen als ze geld bij de ECB parkeren – negatief worden. Een andere mogelijkheid is een programma voor kredietverruiming, waarbij de ECB zich verplicht een bepaalde hoeveelheid Asset Backed Securities op te kopen. Het lijkt ons aannemelijk dat zo’n programma wordt gelanceerd, maar nog niet in juni. En vergeleken met de grootschalige kwantitatieve verruiming van de Fed wordt dit programma bescheiden van omvang. Grootschalige kwantitatieve verruiming via het opkopen van grote hoeveelheden staatsobligaties blijft de minst voor de hand liggende optie.

Volgens sommige commentatoren is Draghi een man van veel woorden maar weinig daden en zij vragen zich af of hij het ook in juni bij woorden zal laten. Dat lijkt mij zeer onwaarschijnlijk. De ECB heeft zichzelf in een lastig parket gebracht. In juni weer niets doen na zo’n krachtige uitspraak zou een sterke stijging van de euro kunnen uitlokken, waardoor de hele exercitie averechts zou uitpakken. Wij achten de kans dat de ECB in juni actie onderneemt, vooral in de vorm van renteverlaging, zeer groot.

De dag voor de vergadering van het ECB-bestuur, legde Fed-voorzitter Yellen getuigenis af voor de begrotingscommissie van de Amerikaanse Senaat. De Fed voert een duidelijk beleid om haar aankoopprogramma af te bouwen en alles verloopt daarbij volgens plan. Haar opmerkingen waren dan ook niet zozeer van belang voor het hier en nu als voor het beleid verder in de toekomst. Enkele opmerkingen gingen over de woningmarkt. Deze sector fungeerde als motor van het herstel totdat in mei vorig jaar de kredietkosten begonnen te stijgen. Dat de huizenmarkt er nu slecht voorstaat gaat te ver, maar hij staat er zeker minder goed voor dan een jaar geleden. Een verdere stijging van de kredietkosten zou de woningmarkt verder kunnen verzwakken en de totale economie kunnen ondermijnen. Dat risico wil de Fed niet lopen. Een ander punt dat ze noemde, was de werkloosheid. Die is weliswaar gedaald, maar nog steeds onaanvaardbaar hoog. Zolang de werkloosheid niet naar een aanvaardbaar niveau daalt, blijft de Fed bereid tot monetaire stimulering. Ik lees haar verklaring als een poging de marken gerust te stellen dat de Fed nog heel lang niet tot verkrapping zal overgaan. Dat is dan weer een poging om de kredietkosten over de gehele rentecurve laag te houden en dit lijkt zeer goed te lukken!

Lees meer over

Discussieer mee

ABN AMRO is benieuwd naar uw mening. U kunt daarom onder dit artikel reageren via Disqus. Door te reageren gaat u akkoord met de voorwaarden.

Meer blogs

Filteren op