Een andere toon

Blog -

Aandelencijfers

Een andere toon is zonder meer hét kenmerk van de afgelopen handelsdagen. Na een periode van meevallende Amerikaanse cijfers is er de laatste tijd sprake van enkele tegenvallers. De economische cijfers uit Europa schetsen al geruime tijd een ander beeld dan die uit de VS. Een ander geluid was ook te horen vanuit de ECB. President Mario Draghi gaf aan dat het punt van verdere stimulering van de economie dichter is genaderd dan eerder waarschijnlijk werd geacht. Maar het duidelijkst was een andere toon te horen bij de president van de Bank of Japan, Haruhiko Kuroda: hij presenteerde plannen die nog verder gingen dan de markt had verwacht.

De cijfers over de arbeidsmarkt en het ondernemersvertrouwen van vorige week stelden teleur. Han de Jong Han de Jong Chief Economist

Enkele tegenvallers

De afgelopen maanden viel het economisch nieuws uit de VS steeds mee, maar dat lijkt nu voorbij. De cijfers over de arbeidsmarkt en het ondernemersvertrouwen van vorige week stelden teleur. Laat ik daar meteen aan toevoegen dat het beeld niet helemaal somber is. De bestedingen in de bouw, de fabrieksorders en de wekelijkse cijfers over de detailhandelsverkopen zijn nog steeds goed. Helaas zijn deze indicatoren minder belangrijk dan bijvoorbeeld de inkoopmanagersindex (ISM), het aantal nieuwe werkloosheidsuitkeringen en het aantal nieuwe banen (ex agri).

Een andere toon-1

Het ondernemersvertrouwen valt tegen: de ISM voor de industrie is van 54,2 in februari gedaald naar 51,3 in maart. Ook de ISM voor de dienstensector is gedaald, zij het iets minder sterk: van 56,0 naar 54,4 punten. De arbeidsmarkt stelt eveneens teleur. Het aantal uitkeringsaanvragen is de afgelopen week sterk gestegen, naar 385.000, tegen een recent gemiddelde over vier weken van circa 340.000. En dan de werkgelegenheid. In maart zijn er slechts 88.000 banen bijgekomen. In februari waren dat er nog 268.000 en de verwachting voor maart was zo’n 200.000 banen.

Hoe zit dat nu precies?

Volgens ons wordt de groei van de Amerikaanse economie geremd door twee belangrijke factoren. Ten eerste enkele tijdelijke meevallers: die verdwijnen nu en veranderen misschien zelfs in tegenvallers. De economische stimulans die uitging van de wederopbouw na de orkaan Sandy wordt minder, net als de daarmee samenhangende voorraadvorming in het bedrijfsleven. Ten tweede past de economie zich waarschijnlijk aan aan de eerder dit jaar ingevoerde belastingverhogingen en de automatische bezuinigingen. De vraag is natuurlijk of de economie zo sterk is dat een nieuwe periode van paniek over de economische groei de komende maanden voorkomen kan worden. Ik denk het wel. De recente omslag bij sommige indicatoren is misschien te ver doorgeschoten. Zo zou de stijging van het aantal uitkeringsaanvragen deels te wijten kunnen zijn aan problemen met de seizoenscorrectie als gevolg van de datum waarop Pasen dit jaar valt. En door de onzekerheid die de automatische bezuinigingen met zich meebrengen, zou de daling van de ISM voor de industrie groter kunnen zijn uitgevallen. De slechte werkgelegenheidscijfers zijn misschien niet meer dan toeval, want de afzonderlijke componenten van de index voor het ondernemersvertrouwen wijzen niet op een plotselinge verslechtering van de arbeidsmarkt. Verder is de gemiddelde werkweek langer geworden, met een nuttige verhoging van de totale lonen tot gevolg. Toch denken wij niet dat de economie een sterke periode tegemoet gaat, al zijn we ervan overtuigd dat het groeicijfer ruim in de plus zal blijven en dat een periode van sterkere groei in het verschiet ligt. Dus eerst zwakkere groei, daarna sterkere.

Europese cijfers opnieuw slecht

Het economische nieuws uit Europa is al geruime tijd duidelijk slechter dan dat uit de VS en de cijfers van afgelopen week waren opnieuw zwak. Het ondernemersvertrouwen is in maart afgenomen, een tegenvaller. De samengestelde PMI is in maart gedaald van 47,9 naar 46,5: zowel de index voor de dienstensector als die voor de industrie liep terug. De grootste teleurstelling was de daling van de Duitse PMI voor de industrie naar 49,0, hoewel de Duitse fabrieksorders in februari met 2,2% m-o-m zijn gestegen. Ook de detailhandelsverkopen in de eurozone lieten in februari een teleurstellende daling van 0,3% zien. De werkloosheid is ten opzichte van januari gelijk gebleven op 12,0%, maar de cijfers over januari werden wel naar boven bijgesteld.

Een andere toon-2

Wij hadden voorspeld dat aan de krimp van de economie van de eurozone in het eerste kwartaal een einde zou komen, maar dat lijkt niet te zijn gebeurd. We verwachten nog steeds dat het binnenkort iets beter gaat nu de groei van de wereldhandel aantrekt en de inflatie daalt. De inflatie is in maart gedaald naar 1,7% en is daarmee een half procentpunt lager dan in december. Dat komt de reële koopkracht ten goede. Eén belangrijk punt van zorg is hoe de koers van de euro zich tegenover de yen heeft ontwikkeld. Door het gewijzigde economische beleid is de yen het afgelopen half jaar flink in waarde gedaald. Voor de Europese, en met name de Duitse, producenten van auto’s en kapitaalgoederen is deze wisselkoers van groot belang, omdat Japanse bedrijven op de wereldmarkt belangrijke concurrenten zijn.

Verandering van toon bij Draghi

Vorige maand leek ECB-president Mario Draghi verdere monetaire verruiming, met name een verlaging van de officiële rentetarieven, uit te sluiten. Vorige week was zijn toon heel anders en vestigde hij de aandacht op de teleurstellende economische cijfers. De kans dat de ECB de herfinancieringsrente verlaagt, is dus aanzienlijk groter geworden. Of de ECB de rente wel of niet verlaagt, hangt waarschijnlijk af van de cijfers die de komende tijd gepubliceerd worden. Zoals gezegd betreft een van de ingrijpendste veranderingen van de afgelopen maanden de koers van de euro ten opzicht van de yen. De Europese hoop op herstel is deels afhankelijk van de aanschaf van kapitaalgoederen in andere delen van de wereld en de sterke daling van de yen dreigt die hoop nu de bodem in te slaan. Beleidsmaatregelen lijken dus nodig.

Spectaculair experiment: Japan

De eerste vergadering van het beleidscomité van de Bank of Japan in de nieuwe samenstelling heeft direct ingrijpende veranderingen opgeleverd. We wisten al dat het comité het onconventionele gaspedaal stevig ingedrukt zou houden, maar de nieuwe president, Haruhiko Kuroda, wist ook de turboknop te vinden. De BoJ wil haar balansomvang eind volgend jaar hebben verdubbeld. Zij gaat enorme aantallen staatsobligaties opkopen, maar ook indexfondsen en zelfs REIT’s (beursgenoteerde vastgoedbeleggingsfondsen). Dit is echt kwantitatieve én kwalitatieve verruiming. Het idee erachter is het nieuwe inflatiedoel van 2% te halen. Dit is een werkelijk ongekend experiment.

Gaat het de BoJ lukken?

Mijn collega Hein Schotsman, onze economisch specialist voor Japan, is daar zeer sceptisch over. Hij stelt terecht dat de BoJ al eerder de balans gigantisch heeft verlengd zonder dat dit veel effect had. Ook vindt hij het zorgwekkend dat de overheid een ruim begrotingsbeleid voert bij een reeds extreem hoge staatsschuld. De ratingbureaus volgen dit experiment met enige bezorgdheid. Tot nu toe heeft Japan altijd een overschot op de betalingsbalans gehad, wat betekent dat de regering haar tekorten binnenlands kan financieren, maar de tijd van de grote handelsoverschotten is voor Japan voorbij.

Wat de BoJ kan helpen haar doel te bereiken, is het effect van de beleidswijziging op de yen. De Japanse munt is het afgelopen half jaar 20% in waarde gedaald. Zo’n sterke waardedaling leidt doorgaans tot inflatie, al is dat niet altijd de inflatie je graag zou hebben.

Wat als het mislukt?

Volgens veel analisten hebben de beleidsmakers met deze maatregelen de grenzen van hun mogelijkheden wel bereikt. Ik denk van niet. Om te beginnen kan de BoJ de aankoop van waardepapieren altijd opschroeven. Misschien wel belangrijker is een andere maatregel die in een stelsel dat op papiergeld gebaseerd is, in de huidige omstandigheden mogelijk wordt. Ik besef dat het een zeer afwijkende opvatting is. Nu de Bank of Japan steeds meer schuld van de staat overneemt, zou men kunnen overwegen een deel van die staatsschuld simpelweg te schrappen. Dat betekent uiteraard dat de politiek de Bank of Japan moet herkapitaliseren, maar in een papiergeldstelsel is dat vrij eenvoudig. Wat je dan krijgt, is een overheid die de economie stimuleert door middel van tekorten die met de geldpers gefinancierd worden, ofwel niet-rentedragende en niet opeisbare schulden. Dat zou de Japanse staatsschuld minder problematisch maken. Veel mensen zullen hier instinctief tegen inbrengen dat dit tot hyperinflatie leidt en de geschiedenis kent inderdaad veel soortgelijke experimenten die totaal verkeerd afliepen. Overheden volgden dit beleid meestal om een oorlog te financieren. Ik zou zeggen dat de uitkomst van de omstandigheden afhangt. In de voorbeelden uit de geschiedenis leidde het beleid er meestal toe dat de economie oververhit raakte, en dat lijkt in Japan uiterst onwaarschijnlijk. Ik zou zelfs willen stellen dat ook de beleidsmakers van de eurozone zulke onconventionele maatregelen zouden kunnen en misschien zelfs moeten overwegen. Alleen is de kans dat ze dat (op korte termijn) doen, te verwaarlozen.

Lees meer over

Discussieer mee

ABN AMRO is benieuwd naar uw mening. U kunt daarom onder dit artikel reageren via Disqus. Door te reageren gaat u akkoord met de voorwaarden.

Meer blogs

Filteren op