Europa verandert van tactiek

Blog -

Europa landkaart

De ECB heeft vorige week de rente verlaagd. Bovendien wijzen recente uitspraken van ECB-president Mario Draghi erop dat de ECB in is voor verdere verruimende actie. Tegelijkertijd komt Europa een beetje terug van zijn op de korte termijn gerichte bezuinigingspolitiek: Frankrijk en Spanje hebben twee, Nederland één jaar erbij gekregen om het begrotingstekort terug te dringen naar 3% van het BBP. Al met al een opvallende verandering van tactiek en bepaald hoopgevend.

De cijfers voor maart deden vrezen dat zich in deze windstilte iets ergers ontwikkelde, maar nu de cijfers over april binnenkomen, neemt die angst af. Han de Jong Han de Jong Chief Economist

In de wereldeconomie heerst nog steeds windstilte. De cijfers voor maart deden vrezen dat zich in deze windstilte iets ergers ontwikkelde, maar nu de cijfers over april binnenkomen, neemt die angst af. Ook al hoopgevend!

De ECB heeft vorige week de herfinancieringsrente met 25 basispunten verlaagd naar 0,5% en de marginale beleningsrente met 50 basispunten naar 1,0%. De depositorente is gelijk gebleven op 0,0%. De ECB blijft in ieder geval tot en met medio 2014 doorgaan met de herfinancieringsoperaties waarin de banken alle liquiditeit die ze aanvragen, ook echt krijgen toegewezen. Verder heeft Draghi gezegd dat de ECB bereid is zo nodig nadere maatregelen te overwegen. Hij wees erop dat de ECB de depositorente eventueel tot onder 0% zou kunnen verlagen, iets wat hij eerder min of meer had uitgesloten. Verder zei hij tegen de pers dat de ECB met de Europese Commissie en de Europese Investeringsbank overlegt over de vraag wat er gedaan kan worden om de kredietverlening aan bedrijven te verbeteren, met name aan het MKB. 

Is het voldoende?

  • De ECB heeft mijns inziens enkele zeer dwingende redenen om actie te ondernemen:

  • Het gaat economisch slecht in de eurozone. De conjunctuur lijkt inmiddels volledig losgekoppeld te zijn van die in de VS, wat zeer ongebruikelijk is.

  • De inflatie wordt zo langzamerhand verdacht laag. De inflatie is in april naar 1,2% gedaald (in maart nog 1,7%). De daling van de inflatie is door tijdelijke factoren beïnvloed, maar de trend is duidelijk: omlaag

  • De geld- en kredietgroei blijven achter.

  • De euro wil maar niet goedkoper worden. Ondanks de economische problemen in de eurozone is de handelsgewogen euro op twaalfmaandsbasis zelfs in waarde gestegen.

De vraag is of de maatregelen van de ECB al deze problemen kunnen oplossen. Het antwoord is 'natuurlijk niet'. Daarvoor is meer nodig. Een kleine renteverlaging helpt, maar is zeker niet doorslaggevend. De euro is er bijvoorbeeld niet door verzwakt. Het plan om de kredietverlening aan bedrijven, vooral MKB-bedrijven, te stimuleren is goed, al kun je je afvragen of gebrek aan financiering hier het grootste probleem is. Uit de meest recente lending survey van de ECB blijkt dat de kredietverlening aan bedrijven vooral lijdt onder de economische situatie en niet onder de liquiditeits- of kapitaalproblemen van de banken. Wat we nodig hebben, is economische groei. Zodra de groei terugkeert, kan er een positieve spiraal ontstaan. 

Een ongemakkelijke waarheid

Om economisch herstel op gang te helpen, vertrouwt Europa meestal gedeeltelijk op de rest van de wereld, met name de VS. De conjuncturele ontwikkelingen in Europa en de VS hangen nauw samen, waarbij Europa meestal zo’n zes maanden achterloopt. Maar sinds 2011 gaat dit patroon niet meer op en volgt Europa de VS niet langer. Daarvoor zijn waarschijnlijk diverse redenen. Ten eerste hebben de beleidsmakers in de eurozone sinds 2011 strenger bezuinigd dan die in de VS. Ten tweede heeft de eurocrisis het voor grote landen in de periferie duurder gemaakt om geld te lenen. Ten derde blijkt de euro, op handelsgewogen basis, sinds 2011 duurder dan de dollar en ten vierde hebben Amerikaanse banken zich sneller hersteld dan Europese.

De nieuwe Europese tactiek lijkt veelbelovend, al zal het even duren voordat zij vruchten afwerpt. Dat het standpunt over het begrotingsbeleid wordt versoepeld, is van niet te onderschatten belang. De landen in de eurozone hebben de afgelopen jaren hun begrotingstekorten sterk verminderd en als zij hun begrotingsdoelen niet haalden, werden ze vaak gedwongen extra te bezuinigen. De beleidsmakers lijken inmiddels in te zien dat geloofwaardige plannen om de schuldenlast op middellange termijn naar een houdbaar niveau te verlagen, essentieel blijven, maar dat er een beter evenwicht tussen groei en bezuinigen gevonden moet worden. De Amerikaanse politiek heeft het in dit opzicht veel beter gedaan. Dankzij haar nieuwe bestuursstructuren kan de eurozone zich nu richten op houdbare schulden en tekorten op middellange termijn in plaats van op het bezeten nastreven van kortetermijndoelen. Het gevaar is uiteraard dat de nationale beleidsmakers de structurele hervormingen dan op de lange baan schuiven.

Voorlopig ziet het er voor de economie van de eurozone echter niet goed uit. Groei is er niet of nauwelijks, de werkloosheid gaat verder omhoog en de Europese Commissie heeft haar groeiprognoses voor de eurozone opnieuw naar beneden bijgesteld. Maar de combinatie van minder bezuinigen, maatregelen van de ECB, een (hopelijk) vriendelijker internationaal klimaat en een duidelijk lagere inflatie zouden iets verder in de toekomst een krachtige steun voor de economie kunnen blijken.

Is de flauwte in de wereldeconomie alweer voorbij?

Aan het begin van het jaar vertoonde de wereldeconomie flinke groei, die de laatste maanden weer wat is afgevlakt. En inderdaad blijken nogal wat stemmingsbarometers in maart en april veel sterker gedaald dan verwacht, wat de angst voedt dat er iets ergers speelt dan een korte, tijdelijke flauwte. Wij zijn van mening dat er zeer goede argumenten zijn voor aanhoudend herstel in de VS, veel betere argumenten zelfs dan vorig jaar of het jaar daarvoor, toen de economie rond deze tijd van het jaar ook even haperde.

Verder is er in Japan een nieuwe en onverwachte dynamiek ontstaan, en samen met de tactische verandering in Europa moet die volgens ons geleidelijk tot algemener en krachtiger herstel leiden. Dit jaar levert slechts matige economische cijfers op, maar we blijven erbij dat 2014 een goed jaar voor de wereldeconomie wordt. 

Meer dan een sprankje hoop

Dat de vertrouwensindicatoren en andere cijfers de laatste tijd vrijwel overal ter wereld zijn verslechterd, zet onze optimistische kijk op de toekomst onder druk. En hoewel de recente cijfers niet goed zijn, schuilt in de details van de rapporten meer dan zomaar een sprankje hoop.

Duurzaam of niet, de Japanse economie lijkt flink te groeien. Dat blijkt uit allerlei indicatoren, zoals het toenemende ondernemersvertrouwen – zeer opvallend gezien het afnemende vertrouwen elders – een krappere arbeidsmarkt en de sterkste groei van de bestedingen van gezinnen in maart sinds 2004.

Hoewel nogal wat Amerikaanse indicatoren sinds maart tegenvallen, zijn er ook meevallers. De meest opvallende was uiteraard het werkgelegenheidscijfer van afgelopen vrijdag. In april zijn er iets meer banen bijgekomen dan verwacht, maar het werkgelegenheidscijfer van de twee voorgaande maanden werd met in totaal maar liefst 114.000 banen naar boven bijgesteld. Die stijging sluit aan bij de ontwikkeling in de werkloosheidsuitkeringen. Verder is het door de Conference Board gemeten consumentenvertrouwen in april toegenomen en ook op de woningmarkt gaat het beter. Volgens de Case-Shiller-index zijn de huizenprijzen in februari voor de dertiende maand op rij gestegen, een stijging van 9% ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. En hoewel het ondernemersvertrouwen in april is gedaald, gaf de ISM-indicator voor de orderportefeuilles van bedrijven juist een positief beeld te zien. Ik geef toe dat ik ‘selectief’ ben. Want de eerlijkheid gebiedt dat ik ook meld dat bijna alle regionale metingen van het ondernemersvertrouwens in april duidelijk negatief waren, dat de autoverkopen tegenvielen, net als de bestedingen in de bouwsector voor maart. Dat mag zo zijn, maar als ik alles afweeg en een totaalbeeld probeer te vormen, denk ik toch dat de cijfers van maart een te zwart beeld gaven, dat de flauwte kort en tijdelijk zal blijken en dat we later dit jaar betere cijfers kunnen verwachten.

Zelfs in Europa zijn bescheiden verbeteringen te ontwaren. De recente lending survey van de ECB biedt enige reden tot optimisme. Dat de bijvoorbeeld de renteverschillen tussen Duitsland en de perifere landen in de eurozone op staatsobligaties worden, is eveneens gunstig. De vertrouwensindex van de Europese Commissie kwam in april weliswaar opnieuw lager uit, maar in enkele perifere landen zijn zowel het vertrouwen als de PMI’s (maatstaf ondernemersvertrouwen) voor de industrie gegroeid. Verder lijkt in diverse landen ook het consumentenvertrouwen toe te nemen, al blijft dat gering en kwetsbaar. Uit de voorlopige cijfers blijkt dat de inflatie in april nog maar 1,2% was (tegen 1,7% in maart). Dit komt de reële koopkracht ten goede en dat maakt het een belangrijke steun in de rug voor de economie. Dan hebben we nog de recente actie van de ECB. Als we gelijk hebben en de beleidsmakers inderdaad wat minder gaan bezuinigen en ook het externe klimaat binnenkort verbetert, dan is er alle reden om vast te houden aan onze verwachting dat het de tweede helft van dit jaar economisch duidelijk beter zal gaan.

Lees meer over

Discussieer mee

ABN AMRO is benieuwd naar uw mening. U kunt daarom onder dit artikel reageren via Disqus. Door te reageren gaat u akkoord met de voorwaarden.

Meer blogs

Filteren op