Federal Reserve zet de dollar wat lager

Blog -

Federal Reserve

De mondiale financiële markten hebben de richting van de eerste maanden van dit jaar ook de afgelopen week vastgehouden, zij het dat de aandelenkoersen in de Verenigde Staten wat sterker stegen dan in Europa. De obligatiekoersen stegen verder.

Er is ook wel wat te zeggen voor een latere en tragere verhoging van de fed funds rate. Ben Steinebach Ben Steinebach Hoofd Beleggingsstrategie

De wat sterkere stijging van de Amerikaanse aandelenkoersen werd mede mogelijk gemaakt door een iets aansterkende euro tegenover de Amerikaanse dollar (van USD 1,05 tot USD 1,07). De belangrijkste oorzaak moet worden gezocht in een verslag van het beleidsbepalende comité (FOMC) van de Federal Reserve. Hoewel in dat verslag het woordje 'patient' achterwege werd gelaten, wat erop duidt dat de Fed minder geduldig is met het verhogen van de rente, werden er heel veel slagen om de arm gehouden. Op de financiële markten werd dat geïnterpreteerd dat de rente wel eens later en langzamer zou kunnen worden verhoogd. Ook wij hebben daarom onze mening aangepast en verwachten nu een eerste renteverhoging in september, waarna eens in de drie maanden de rente verder zal worden verhoogd en vanaf de tweede helft van 2016 eens per zes weken. Dit zal de fed funds rate eind 2015 op 0,75% en eind 2016 op 2,25% brengen, wat hoger is dan op de markten gemiddeld genomen wordt verwacht.

Er is ook wel wat te zeggen voor een latere en tragere verhoging van de fed funds rate. Ondanks de lichte verzwakking deze week, is de dollar veel sneller in waarde gestegen dan menigeen had gedacht en daar gaat een vergelijkbaar effect vanuit als van een renteverhoging. Bovendien zijn de recente gegevens over de Amerikaanse economie wat minder positief en zal de Federal Reserve willen afwachten of dit tijdelijk is of dat het doorzet. Wij denken vooralsnog dat tijdelijke effecten (slecht weer, stakingen in havens aan de westkust die handelsstromen hebben verstoord) de boventoon voeren. Niettemin werden er de afgelopen week meerdere tegenvallende cijfers gepubliceerd. Zowel de Philadelphia Fed index als de Empire State Manufacturing index, twee indicatoren die een eerste indicatie geven omtrent het actuele conjunctuurverloop (in dit geval in maart), daalden en bleven achter bij de verwachtingen. Ook het aantal in aanbouw genomen woningen daalde heel fors, maar dat kan vermoedelijk voor het belangrijkste deel worden toegeschreven aan het slechte weer in delen van de Verenigde Staten. Bovendien is een snelle renteverhoging wat merkwaardig terwijl tal van andere centrale banken in de wereld nog bezig zijn hun beleid te versoepelen.

De ECB ging ook de afgelopen week door met het opkopen van obligaties en geleidelijk aan werd schaarste zichtbaar op deze markt. Het rendement op 10-jaars staatsobligaties daalde in Duitsland tot onder de 0,2% en ook in andere landen daalde de rente geleidelijk verder. Dat geldt bijvoorbeeld voor Zweden en Denemarken, waar opkoopprogramma's van obligaties werden geïntensiveerd en/of de rente werd verlaagd (sterker negatief werd gemaakt). In het licht van deze ontwikkelingen is het opvallend dat de Amerikaanse aandelenbeurzen (iets) beter presteerden dan de Europese. Kennelijk moet dat toch vooral worden toegeschreven aan de lichte verzwakking van de dollar die deze week optrad. 

Rechter stelt Boskalis niet in het gelijk

Een extra reden voor de wat achterblijvende stijging van de Europese beurskoersen was de weer wat oplaaiende zorg over Griekenland. Zonder additionele steun dreigt het land binnenkort niet meer aan zijn betalingsverplichtingen te kunnen voldoen en een bankrun dreigde. Gisteren is weer een stap in de goede richting gezet. In een overleg, dat naast de Europese topontmoeting van (alle) regeringsleiders in Brussel plaatsvond tussen ECB-president Draghi, bondskanselier Merkel, president Hollande, Eurogroep-voorzitter Dijsselbloem en de Griekse premier Tsipras, werd vrijdagavond overeenstemming bereikt over aanvullende bezuinigingen door de Griekse overheid. Hoewel deze technisch nog moeten worden goedgekeurd door de ECB, het IMF en de Europese Commissie, is daarmee een stap in de goede richting gezet. Een faillissement van Griekenland, dat binnen twee weken dreigde, is daarmee (voorlopig) voorkomen. De Europese markten reageerden vrijdagmorgen voorzichtig positief.

De afgelopen week waren de Europese aandelenmarkten wat afwachtend en keken ze vooral uit naar berichten van de Federal Reserve op woensdag en de situatie in Griekenland. De koersstijgingen varieerden van 0% (Duitse DAX) tot 0,7% (de AEX) en dat was enerzijds minder dan we de afgelopen maanden gewend waren en anderzijds ook wat minder dan de Amerikaanse beurzen, die tussen de 1% en de 2,5% opliepen. De AEX was daarmee - na de Zwitserse beurs - de sterkste stijger van continentaal Europa. Heel veel bedrijfsnieuws was er de afgelopen week niet. Fugro won het geschil dat Boskalis voor de rechter had aangespannen om een van de drie beschermingsconstructies van Fugro te verwijderen. Boskalis geeft de moed echter niet op en meldde dat het van plan is om zijn belang in Fugro nog jaren aan te houden en nieuwe gerechtelijke stappen niet uit te sluiten. Bouwer Ballast Nedam meldde woensdag dat de verliezen op het project A-15 Maasvlakte-Vaanplein groter zijn dan verwacht, hetgeen een nieuwe indicatie is dat de bouwsector in Nederland serieus in problemen zit, vooral ook daar waar het overheidsopdrachten betreft. DSM meldde dat het succesvol een deel van haar activiteiten (polymeren en harsen) heeft afgestoten in een Joint Venture met CVC (dat een 65% belang heeft in de Joint Venture). De opbrengsten zullen in het derde kwartaal in de resultaten van DSM zichtbaar zijn.

Macro-economisch nieuws blijft de boventoon voeren

Nieuws op het gebied van bedrijfsresultaten is er de komende week niet te verwachten. Daarvoor is het wachten tot half april wanneer het resultatenseizoen over het eerste kwartaal begint. De markten zullen het dus moeten doen met nieuws van het macro-economische front. De komende week zal wellicht nieuwe inzichten verschaffen over de stand van de Amerikaanse economie. Dat betreft dan vooral gegevens over de Amerikaanse woningmarkt (verkopen van bestaande en nieuwe woningen) in februari die iets minder van het weer afhankelijk zijn dan het aantal in aanbouw genomen woningen. Een andere belangrijke indicator uit de Verenigde Staten is het aantal nieuwe orders van duurzame goederen (ook in februari) en het consumentenvertrouwen, gemeten door de universiteit van Michigan. Dat was in februari gedaald, mede door de sterkere dollar en de havenstakingen en het zal moeten blijken of in maart de trend van een geleidelijke verbetering weer wordt opgepakt. In de eurozone kijken we met belangstelling naar het Duitse producentenvertrouwen (de Ifo-index) en zijn we vooral benieuwd of de sterke verbetering van de ZEW-index, die afgelopen week bekend werd gemaakt, wordt bevestigd. Daarnaast komen er uit tal van landen nieuwe gegevens omtrent de stemming onder inkoopmanagers. Ook in China worden deze gegevens de komende week gepubliceerd. En tenslotte blijven we natuurlijk met argusogen kijken naar het verloop van het opkoopprogramma van obligaties door de ECB en vooral of er in individuele landen echte schaarste aan geschikt papier gaat optreden.

Lees meer over

Discussieer mee

ABN AMRO is benieuwd naar uw mening. U kunt daarom onder dit artikel reageren via Disqus. Door te reageren gaat u akkoord met de voorwaarden.

Meer blogs

Filteren op