Gedetineerden en aanhangwagens

Blog -

Aanhangwagen

De grote centrale banken proberen het juiste evenwicht nu de economie na maanden van vertekening langzaam haar ware gezicht begint te vertonen. Het ziet er goed uit, misschien wel perfect: de economie groeit niet te langzaam en niet te snel. Dat zou de markt het vertrouwen moeten geven dat een verkrapping van het monetair beleid in de VS en de eurozone nog geruime tijd op zich laat wachten.

Het ziet er goed uit, misschien wel perfect: de economie groeit niet te langzaam en niet te snel Han de Jong Han de Jong Chief Economist

Uitstekend nieuws over de markt voor aanhangwagens

Misschien wel het beste economische nieuws van de afgelopen week kwam uit Nederland. De verkoop van aanhangwagens is hier in het eerste kwartaal met 13% j-o-j gestegen en dat op een markt die al sinds 2008 met dalende cijfers kampte. Het komt waarschijnlijk voor een groot deel door het weer, maar de omslag is toch bijzonder welkom. Aanhangwagens worden gebruikt door aannemers, hoveniers, installateurs, enz. Gezien de depressie in de Nederlandse bouwwereld, is de gestegen verkoop van aanhangwagens hopelijk een voorbode van betere tijden.

De vertekeningen zijn voorbij

De cijfers van vorige week waren over het algemeen positief, wat erop wijst dat de gegevens van de afgelopen maanden door bijzondere factoren vertekend werden en dat het onderliggende herstel van de wereldeconomie gewoon doorging. De vertrouwensbarometers in de eurozone waren redelijk goed. Wij houden vooral scherp in de gaten of de groeistijging in de perifere economieën standhoudt. Gelukkig steeg de Spaanse inkoopmanagersindex in maart van 53,7 naar 54,0 punten. De Ierse inkoopmanagersindex voor de verwerkende industrie steeg van 52,9 naar 55,5 punten, die voor de dienstensector van 57,5 naar 60,7. Verder waren de detailhandelsverkopen in de eurozone hoopgevend en was het ook een goede maand voor de Duitse industriële orders.

De cijfers van vorige week waren over het algemeen positief, wat erop wijst dat de gegevens van de afgelopen maanden door bijzondere factoren vertekend werden en dat het onderliggende herstel van de wereldeconomie gewoon doorging. De vertrouwensbarometers in de eurozone waren redelijk goed. Wij houden vooral scherp in de gaten of de groeistijging in de perifere economieën standhoudt. Gelukkig steeg de Spaanse inkoopmanagersindex in maart van 53,7 naar 54,0 punten. De Ierse inkoopmanagersindex voor de verwerkende industrie steeg van 52,9 naar 55,5 punten, die voor de dienstensector van 57,5 naar 60,7. Verder waren de detailhandelsverkopen in de eurozone hoopgevend en was het ook een goede maand voor de Duitse industriële orders. De werkloosheid in de eurozone bleef in februari onveranderd op 11,9%. In Spanje daalde ze, in Portugal en Ierland bleef ze gelijk. Toch is de werkgelegenheid in Ierland het afgelopen jaar vrij sterk gegroeid. Gezien de bescheiden economische groei, is dit nogal raadselachtig. Economen hebben het vaak over baanloos herstel of baanloze groei, maar de Ierse centrale bank beschreef de recente ontwikkeling in het land vorige week met een kwinkslag als ‘groeiloze banen’. De totale inflatie in de eurozone daalde van 0,7% j-o-j in februari naar 0,5% in maart, de kerninflatie van 1,0% naar 0,8%. Die daling is lastig te duiden. In deze tijd van het jaar kan Pasen van invloed zijn op het inflatiepatroon. Pasen viel vorig jaar in maart, waardoor sommige prijzen toen misschien iets omhoog gingen en dit jaar voor een ‘basiseffect’ zorgen. We moeten daarom nog minstens een maand wachten om te kunnen bepalen of de lage inflatie door het tijdstip van Pasen of door toegenomen desinflatoire krachten wordt veroorzaakt.

In de VS gaven de regionale vertrouwensindices een wisselend beeld te zien. De belangrijke inkoopmanagers-indices voor Chicago en New York daalden in maart, terwijl hun tegenhangers voor Dallas en Milwaukee stegen. Maar eerlijk is eerlijk, de cijfers van Chicago en New York werpen meer gewicht in de schaal dan die van Milwaukee en Dallas. Van al deze indices is de nationale ISM (index van het Institute for Supply Management) natuurlijk de belangrijkste: de reeks voor de verwerkende industrie steeg van 53,2 in februari naar 53,7 in maart, die voor de dienstensector van 51,6 naar 53,1. Dat zijn goede cijfers en een verbetering na de door het weer veroorzaakte daling in januari en februari. Toch is geen van beide ISM-reeksen al terug op het niveau van vorig jaar: de ISM voor de verwerkende industrie zweefde eind 2013 rond 57 en die voor de dienstensector was vorig jaar gemiddeld 54,7. Als wij dus gelijk hebben en vertekening de oorzaak is van de lage stand in de afgelopen maanden, dan is de achterstand dus nog niet helemaal ingelopen en liggen verdere stijgingen in het verschiet. Er zijn in de VS maart veel auto’s verkocht, meer dan verwacht, en ook het spoorvervoer deed het goed. Verder zette de verbetering van de arbeidsmarkt door: in maart zijn er 192.000 banen bijgekomen – min of meer wat werd verwacht – terwijl de cijfers van de afgelopen maanden iets naar boven werden bijgesteld. Vooral gunstig was de (bescheiden) stijging van de participatiegraad, die al geruime tijd daalt. Het is onderwerp van discussie of dat laatste aan structurele of conjuncturele factoren te wijten is. Als conjuncturele factoren overheersen, kan meer economische groei de participatiegraad verhogen en voorkomen dat mensen langdurig langs de zijlijn komen te staan. Als de daling vooral structureel van aard is, helpt monetair beleid niet om de participatiegraad te verhogen. In dat geval is de arbeidsmarkt zelfs krapper dan veel mensen denken en zou een verruimend monetair beleid slechts leiden tot verdere, mogelijk ongewenste, verkrapping van de arbeidsmarkt. Bovendien zou monetaire verruiming dan het moment waarop de inflatie gaat stijgen, dichterbij brengen. Volgens ons is de daling van de participatiegraad in de afgelopen jaren grotendeels het gevolg van demografische ontwikkelingen, en wij denken dan ook dat die daling eerder structureel dan conjunctureel van aard is. De Fed, en met name diens huidige voorzitter Janet, lijkt het tegenovergestelde te denken. De stijging van de participatiegraad in maart lijkt vóór de visie van de Fed te pleiten, al moet de ontwikkeling nog even aanhouden voordat we definitieve conclusies kunnen trekken.

Centrale banken in de kijker

De president van de Bank of Japan, Kuroda, houdt deze week een toespraak. Recente uitlatingen wijzen erop dat hij overtuigd is van de juistheid van de economische prognoses en de beleidskoers van de BoJ. Er worden dan ook geen beleidsveranderingen verwacht. De komende maanden gaat het erom spannen, want dan worden de gevolgen van de verhoging van de omzetbelasting deze maand duidelijk.

In een rede die zij vorige week hield in Chicago, ging Fed-voorzitter Janet Yellen dieper in op de rol van de Fed bij het terugdringen van de werkloosheid. Zij stelde dat langdurig werklozen hun kans op een baan snel zien afnemen. Dit pleit voor een langdurig zeer ruim monetair beleid. Yellen illustreerde de situatie op de arbeidsmarkt met ‘waargebeurde voorbeelden’ aan de hand van de verhalen van drie mensen: Jermaine, Dorine en Vicky. Dat bleek achteraf nogal een blunder. Journalisten ontdekten dat twee van de drie ex-gedetineerden waren. Zelfs als de banen voor het oprapen liggen, staat dat waarschijnlijk niet goed op je cv. En hoewel we allemaal graag zouden zien dat er voor iedereen een passende voltijdsbaan is, is het monetair beleid van de Fed niet echt een instrument voor sociaal beleid. Yellens toespraak leek in ieder geval wel enig tegenwicht te bieden aan de meer havikachtige toon van de persconferentie na de laatste vergadering van het FOMC.

Last but not least was er de reguliere persconferentie van Mario Draghi na afloop van de beleidsvergadering van de ECB. De beleidskoers is niet veranderd, wel sprak Draghi openlijk over verdere verruiming, met conventionele én onconventionele middelen. In de kranten wordt verwezen naar onderzoek dat economen van de ECB gedaan zouden hebben om te bepalen hoeveel kwantitatieve verruiming er nodig zou zijn om het inflatiecijfer met enkele tienden van een procent omhoog te krijgen. Zij komen blijkbaar uit op een bedrag van EUR 1000 miljard aan steunaankopen door de ECB om de inflatie met 0,2-0,8% te doen stijgen. De dalende inflatie was een belangrijk onderwerp op de persconferentie. Draghi legde uit dat dit zou kunnen komen door het feit dat Pasen dit jaar niet, zoals vorig jaar, in maart valt, maar in april. Als de inflatie echter onder de door de ECB verwachte ontwikkeling blijft, dan heeft de bank een serieus probleem.

Lees meer over

Discussieer mee

ABN AMRO is benieuwd naar uw mening. U kunt daarom onder dit artikel reageren via Disqus. Door te reageren gaat u akkoord met de voorwaarden.

Meer blogs

Filteren op