Gematigde groei, snel dalende inflatie

Blog -

Aandelencijfers met wereldkaart

De wereldeconomie ontwikkelt zich zoals wij hadden verwacht: de VS is in een fase met tragere groei terechtgekomen, die naar onze mening tijdelijk is. Europa worstelt nog steeds met problemen en in opkomende economieën trekt de groei weer aan. Wij voorzien voor later dit jaar, en zeker voor volgend jaar, een periode van sterkere groei. Een andere ontwikkeling, die in de media weinig aandacht krijgt, is dat de inflatie die bijna overal daalt. Dat is, voorlopig tenminste, goed voor de wereldeconomie.

We verwachten dat de totale inflatie de komende maanden verder afzwakt. Han de Jong Han de Jong Chief Economist

Verdwijnt de inflatie?

Een hele reeks landen publiceerde vorige week lagere inflatiecijfers. Zo is de Chinese inflatie gedaald van 3,2% in februari naar 2,1% in maart. Van de eurozone was al bekend dat de inflatie was gedaald naar 1,7% in maart tegen 1,8% in februari 2013 en 2,7% in maart 2012. Uit de details van het rapport blijkt dat de inflatie in de dienstverlening juist is gestegen, al denken we dat dit waarschijnlijk van korte duur zal zijn. We verwachten dat de totale inflatie de komende maanden verder afzwakt.

Gematigde groei snel dalende inflatie-1

Verschillende landen binnen de eurozone kwamen vorige week met hun nationale cijfers. In Griekenland heerst voor het eerst in 45 jaar deflatie: -0,2% j-o-j voor de Griekse HICP-index (HICP staat voor de geharmoniseerde inflatie-index voor de eurozone). De Ierse HICP is gedaald naar 0,6% j-o-j. De lage en dalende inflatie is niet voorbehouden aan alleen de periferie. Frankrijk meldde een daling in maart naar 1,1% j-o-j. In Italië is de kerninflatie afgenomen van 3,3% j-o-j in juni 2012 naar 1,6% nu. In landen met een hogere inflatie is de boosdoener vaak de overheid die de indirecte belastingen verhoogt. Het is slechts een kwestie van tijd voordat deze belastingverhogen weer uit de statistieken verdwijnen en de jaar-op-jaarinflatie naar beneden gaat. Ook in de VS lijkt de inflatie af te nemen. De invoerprijzen zijn in maart bijvoorbeeld met 0,5% gedaald ten opzichte van vorige maand en met 2,7% ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. Dit werkt met enige vertraging door in de totale inflatie.

En zo ja, waarom?

Deze ontwikkeling heeft twee, in sommige landen drie, hoofdoorzaken. Ten eerste dalen de energie- en grondstoffenprijzen. De prijs van een vat Brentolie is sinds de prijspiek in februari met ruim 15% gedaald en ligt nu zo’n 10% onder het gemiddelde van 2012. Ook andere grondstoffen worden goedkoper, en dat is tegen de trend van de afgelopen jaren. Nu is een trendbreuk natuurlijk altijd mogelijk, maar ik denk dat de vrij geringe vraag naar grondstoffen niet de enige oorzaak is. Sinds de eeuwwisseling zijn de toch al hoge grondstoffenprijzen steeds verder gestegen, is de vraag enorm toegenomen en heeft de lage reële rente geleid tot uitbreiding van de productiecapaciteit doordat bedrijven meer zijn gaan investeren. Als ik gelijk heb en de lagere prijzen mede zijn toe te schrijven aan ontwikkelingen aan de aanbodzijde van de grondstoffenmarkt, dan zou dat tot een langdurige, zij het niet per se sterke, daling van de grondstoffenprijzen kunnen leiden. Ten tweede is door de lager dan trendmatige groei in de tweede helft van 2012 overal in de wereldeconomie overcapaciteit ontstaan, met neerwaartse druk op de prijzen tot gevolg. En ten derde geldt voor sommige landen dat hun voor handel gewogen wisselkoers stijgt, en hun invoer daardoor goedkoper wordt. Dit zou gecompenseerd moeten worden door het tegenovergestelde effect in landen met een zwakke munt. Als prijszettingskracht in deze landen echter ontbreekt, zou dat wel eens tot smallere winstmarges in plaats van hogere prijzen kunnen leiden.

Gematigde groei snel dalende inflatie-2

Is dat goed of slecht?

Dat hangt ervan af... Het hangt ervan af waar je staat en hoe ver deze ontwikkeling doorzet. Voor zover de dalende inflatie het gevolg is van lage grondstoffenprijzen, is het goed nieuws voor landen die grondstoffen invoeren en slecht nieuws voor grondstoffen exporterende landen. Het is dus goed voor de VS, Japan en Europa en slecht voor Brazilië en een groot aantal andere grondstoffenproducenten. Doorgaans zijn sterk stijgende grondstoffenprijzen gunstig voor de exporteurs maar ongunstig voor de mondiale economische bedrijvigheid. Ik verwacht dan ook dat de lagere grondstoffen gemiddeld genomen gunstig zijn voor de wereldeconomie, omdat afnemende inflatie de reële koopkracht van de consument vergroot. Voor zover de dalende inflatie het gevolg is van vraaguitval in de economie als geheel, is het echter geen positieve ontwikkeling, omdat er een deflatiespiraal kan ontstaan, een haasje-over van dalende prijzen en dalende inkomens.

Maar laten we er niet al te dramatisch over doen. De daling van de in inflatie is weliswaar erg opvallend, maar kan heel goed tijdelijk blijken. Verder zijn we, op een paar landen na, nog ver van deflatie verwijderd. Per saldo maken we volgens mij een cruciale ontwikkeling door, waarbij veel economieën het punt naderen waarop dalende inflatie de reële koopkracht stimuleert en daarmee de bedrijvigheid. Hoewel we ons over deflatie (nog) geen zorgen hoeven te maken, zou het een grote vergissing zijn er al te achteloos over te doen.

Bij zijn laatste persconferentie zette ECB-president Mario Draghi de deur op een kier voor verdere verruiming van het monetaire beleid van de eurozone. Het is nog steeds uiterst onzeker of de ECB inderdaad een soepeler beleid gaat voeren. Als ik in Frankfurt zat, zou ik het wel weten, want de argumenten vóór zijn sterk en worden steeds sterker: de economie wil maar niet groeien; de inflatie is tot onder de doelstelling gedaald en in ten minste één lidstaat al in deflatie omgeslagen, terwijl de vooruitzichten wijzen op het aanhouden van deze trend; de geld- en kredietgroei blijven onder de maat en de munt is duidelijk overgewaardeerd.

Groeiplaatje zoals verwacht

De economische cijfers van vorige week bevestigen het idee dat wij al geruime tijd hebben, namelijk dat de VS een fase van gematigder groei is ingegaan, dat Europa het moeilijk heeft maar niet verder wegzakt en dat de groei in de opkomende landen weer wat aantrekt. Vorige week schreef ik hier dat de recente omslag in sommige indicatoren misschien niet was wat hij leek. Zo leek de stijging van het aantal aanvragen voor een werkloosheidsuitkering van twee weken geleden nogal verdacht en leken de slechte werkgelegenheidscijfers voor maart geen recht te doen aan de onderliggende trends op de arbeidsmarkt. Dit wordt bevestigd door de cijfers van afgelopen week: de uitkeringsaanvragen gaven een daling te zien. Toch zijn er over vorige week ook enkele slechte cijfers te melden. Zo is het ondernemersvertrouwen onder kleine bedrijven in de VS in maart afgenomen, net als de detailhandelsverkopen en het consumentenvertrouwen. De cijfers voor maart zijn mogelijk beïnvloed door het relatief koude weer, maar dit is nog even afwachten. Toch zijn ze nu meer in lijn met de belasting-verhogingen van begin dit jaar en de bezuinigingen bij de overheid die later automatisch in werking traden. De remmende werking hiervan maakte het onvermijdelijk dat de economische groei zou afzwakken. We verwachten dat dit nog even duurt. We blijven er echter van overtuigd dat de groeivertraging tijdelijk is, want de fundamentele factoren worden nog steeds beter: de huishoudens en de financiële sector hebben hun balans bijna weer op orde en zelfs de overheid boekt goede voortgang met het balansherstel. In de twaalf maanden tot en met maart kwamen de bestedingen van de federale overheid 2,8% j-o-j lager uit, terwijl de inkomsten met 10,0% stegen. Het begrotingstekort wordt daardoor snel kleiner en het nog niet geheel uitgekristalliseerde effect van de recente belastingverhogingen en bezuinigingen komt daar nog eens bij, al worden de recente cijfers over het tekort mogelijk positief gekleurd door enkele moeilijk te kwantificeren, incidentele factoren. Toch bedroeg het federale tekort in de twaalf maanden tot en met maart nog USD 910 miljard, net iets minder dan 6% van het BBP.

Gematigde groei snel dalende inflatie-3

We weten dat het de eurozone economisch niet voor de wind gaat. De vorige week gepubliceerde cijfers over de industriële productie van februari bieden echter enige hoop. De productie is met 0,4% m-o-m gestegen, in januari was die nog gedaald. De cijfers van een flink aantal landen waren beter dan verwacht.

Hoewel de ontwikkelingen in de Chinese economie zich nog steeds moeilijk laten peilen, is er in maart aanzienlijk meer nieuw krediet verleend. Omdat in China het jaar soms in januari en soms in februari start, willen de cijfers over de eerste maanden van het jaar nogal eens verschillen, maar zowel de nieuwe kredietverlening als het totaal uitstaande kredietbedrag was in maart duidelijk hoger dan verwacht. Dit wijst erop dat de Chinese economie aan kracht wint.

Lees meer over

Discussieer mee

ABN AMRO is benieuwd naar uw mening. U kunt daarom onder dit artikel reageren via Disqus. Door te reageren gaat u akkoord met de voorwaarden.

Meer blogs

Filteren op