Het blijft voortsukkelen terwijl de Fed zich laat leiden door de cijfers

Blog -

Zakenman kijkt door raam

Er zijn de afgelopen dagen weinig belangrijke economische indicatoren bekendgemaakt. Toch kun je een paar interessante conclusies trekken. Recente cijfers lijken te bevestigen dat de Chinese invoer het dieptepunt heeft bereikt. Dat is van belang voor de wereldeconomie. Verder heeft Fed-voorzitter Yellen in de afgelopen weken, met redelijk succes, geprobeerd de financiële markten voor te bereiden op een renteverhoging, maar zij is onder invloed van de tegenvallende arbeidsmarktcijfers weer van koers veranderd. De wereldeconomie sukkelt desondanks voort en laat bescheiden, weinig spectaculaire groeicijfers zien.

Voorzitter Yellen heeft de maatregelen van de Fed altijd gekoppeld aan de situatie op de arbeidsmarkt en het kwam dan ook niet als een verrassing dat ze in een recente toespraak een totale ommezwaai maakte. Han de Jong Han de Jong Chief Economist

De Chinese invoer heeft het dieptepunt bereikt

Wat er precies in de Chinese economie gebeurt, weten we niet. Er zijn weinig cijfers, de kwaliteit ervan is bedenkelijk, de beleidsmakers leggen geen democratische verantwoording af en ze spreken ook niet vaak met de pers. Tien jaar geleden, toen de Chinese economie klein was, was dat geen probleem. Dat is het wel nu de Chinese economie de op één na grootste ter wereld is. De groei van de wereldeconomie heeft de afgelopen tien jaar voor een groot deel in of dankzij China plaatsgevonden. Laten we niet vergeten dat China bij het uitbreken van de financiële crisis in 2008 aan een stimuleringsprogramma begon dat een paar keer zo groot was als dat in de VS of Europa. De Chinese stimuleringsmaatregelen waren destijds ongetwijfeld cruciaal voor het herstel in veel andere landen.

Grafiek: Chinese invoer en Taiwanese uitvoer

De meest directe relatie tussen China en de rest van de wereld is de handelsrelatie. Waar de rest van de wereld direct iets van merkt, is de Chinese invoer. Die is vorig jaar zo’n 15% in waarde gedaald. In reële termen was de daling naar schatting zo’n 5%. Dat leek ons altijd al onhoudbaar in een economie die in een redelijk tempo blijft groeien, zelfs al ligt dat tempo lager dan in de afgelopen jaren. En in de afgelopen maanden heeft zich inderdaad een verbetering voorgedaan. De groei van de Chinese invoer lijkt het dieptepunt te hebben bereikt. In april is de waarde van de import met 0,4% j-o-j gedaald, het beste cijfer sinds oktober 2014. Voorzichtigheid is bij deze cijfers wel geboden. Het betreft nominale, in dollars luidende cijfer die nogal eens fluctueren. Maar ze lijken aan te sluiten bij de Taiwanese exportcijfers. Die zijn sinds eind 2014 zeer slecht, maar lijken nu ook enige verbetering te vertonen. Weliswaar is de Taiwanese export in mei met 9,6% j-o-j gedaald, maar dat is nog altijd beter dan de terugval van ruim 17% in november. Iedereen zou blij zijn met een verdere stijging van de Chinese invoer. Voor de centrale bank van Zuid-Korea gaan de verbeteringen blijkbaar niet snel genoeg, want die heeft de reporente voor het eerst in ruim een jaar verlaagd.

Zwalkende Fed

In december dacht de Amerikaanse centrale bank (Federal Reserve) nog dat de officiële rentetarieven in 2016 misschien wel vier keer verhoogd zouden worden. Dat was althans de mediaan van de zeer uiteenlopende prognoses van afzonderlijke leden van het FOMC, het beleidscomité van de Federal Reserve. De financiële markten geloofden dat niet en prijsden voor dit jaar ruwweg één verhoging in, en zelfs die achtte men niet zeker. In maart verlaagde de Fed haar prognose naar twee rentestappen. Ik vind dat best spectaculair, want het gaat hier om de Fed die voorspelt wat ze zelf gaat doen. Met die manoeuvre in maart zegt de Fed impliciet dat de markten de Fed beter begrijpen dan de Fed zelf. Wauw!

Maar zelfs nadat de Fed haar beleidsindicatie zo drastisch had bijgesteld, bleef er een kloof tussen wat de markt verwachtte en wat de Fed beweerde van plan te zijn. De economische cijfers waren vrij bevredigend, de volatiliteit op de mondiale financiële markten was de maanden daarvoor afgenomen en de Fed besloot daarom dat ze die kloof moest dichten. Ze begon de financiële markten dus met woorden rijp te maken voor een renteverhoging en slaagde daar redelijk goed in. Ik dacht tenminste dat de Fed al vrij snel tot een renteverhoging zou overgaan (al zou dit volgens mij een vergissing zijn) en wij overwogen serieus om ons officiële scenario van ‘geen renteverhoging dit jaar' aan te passen. En toen verschenen de arbeidsmarktcijfers van vorige week: er waren in mei maar 38.000 banen bijgekomen. Daarna heeft de Fed de Labour Markets Conditions Index (LMCI) voor mei gepubliceerd, een samengestelde index van negentien arbeidsmarktvariabelen. Die kwam uit op -4,8 punten in mei (was -3,4 in april). Een van de variabelen is het aantal nieuwe banen, dus het is niet verrassend dat er een grote mate van correlatie bestaat tussen dat cijfer en de LMCI. Maar de grafieken uit de LMCI leveren nogal beangstigende plaatjes op. Ten eerste loopt het laatste datapunt niet uit de pas met de recente ontwikkeling maar trekt het die in feite door. Dus misschien is het aantal van 38.000 nieuwe banen wel geen aberratie, of tenminste niet zo’n grote afwijking als je zou denken wanneer je alleen naar de banencijfers kijkt. De LMCI-curve voor de lange termijn laat een verontrustende ontwikkeling zien. De LMCI staat nu op -4,8. Uit de gereconstrueerde geschiedenis van deze index blijkt een daling naar dit niveau vaak de voorbode van een recessie te zijn. Het is in de afgelopen veertig jaar maar twee keer voorgekomen dat een stand van -4,8 niet werd gevolgd door een recessie. Nu voorspellen wij geen recessie, maar als dit soort indicatoren laag blijven, zal de discussie over een mogelijke recessie oplaaien.

Grafiek: Index arbeidsmarktomstandigheden VS

Voorzitter Yellen heeft de maatregelen van de Fed altijd gekoppeld aan de situatie op de arbeidsmarkt en het kwam dan ook niet als een verrassing dat ze in een recente toespraak een totale ommezwaai maakte. Het lijkt nu uiterst onwaarschijnlijk dat de Fed verkrapping van haar monetaire beleid doorzet. Men noemt dit ‘data-afhankelijk’ en dat de Fed 'data-afhankelijk’ is, wordt als een goede zaak beschouwd. Ik vind het een slechte zaak. Monetair beleid werkt met lange, variabele vertragingen. Waar de economie zich op een bepaald moment in de toekomst bevindt, dáárop moet de centrale bank haar beleid baseren. Ik weet dat dit moeilijk is, maar reageren op maandelijkse cijfers voor de voorgaande periode komt op mij niet erg slim over. Maar aan de andere kant is het misschien wel heel slim om je besluiten op historische cijfers te baseren als je in het voorspellen van toekomstige ontwikkelingen zo slecht als de Fed bent.

In elk geval zijn dankzij de LMCI en Yellen's speech renteverhogingen van tafel, in elk geval tot september en wellicht langer. Risicodragende beleggingen kunnen daarvan profiteren. Minder gunstig is dat de LMCI angst voor een naderende recessie heeft aangewakkerd.

Uiteenlopende cijfers uit Europa

De recente cijfers uit Duitsland liepen sterk uiteen. De industriële orders zijn in april sterk gedaald (-2,0% m-o-m), terwijl ze in maart nog 2,6% waren gestegen. De industriële productie, die hier sterk mee zou moeten correleren, deed het tegenovergestelde: een forse verhoging in april (+0,8%), die volgde op een nog grotere daling in maart (-1,1%). De Franse productiecijfers waren vrij goed. Het is moeilijk om op grond van de Europese cijfers te bepalen welke kant het uitgaat. Bescheiden groei, iets hoger dan trendmatig, zo zag het recente verleden eruit en dat blijft ook de komende tijd nog zo.

Lees meer over

Discussieer mee

ABN AMRO is benieuwd naar uw mening. U kunt daarom onder dit artikel reageren via Disqus. Door te reageren gaat u akkoord met de voorwaarden.

Meer blogs