Verwerkende industrie trekt aan; CETA op het nippertje erdoor

Blog -

Zakenman kijkt naar verbonden wereldkaart

Ik beweer al een tijdje dat het niet lang meer kan duren voordat de verwerkende industrie weer aan vaart wint. Voor bewijs hiervan kijk ik vooral naar ‘vroeg-cyclische economieën’ als Taiwan. Gelukkig beginnen recente stemmingsbarometers in welvarende economieën te bevestigen dat de verwerkende industrie aantrekt.

Dat wil niet zeggen dat we sterkere economische groei in de eurozone verwachten, maar het duidt er wel op dat de risico’s voor onze prognose niet langer vooral negatief zijn. Han de Jong Han de Jong Chief Economist

  • Stijging PMI’s verwerkende industrie in oktober
  • Risico’s voor groei eurozone evenwichter
  • BBP-groei VS in derde kwartaal flink versneld
  • CETA is erdoor, maar handelsverdragen blijven helaas zeer impopulair

De voorlopige inkoopmanagersindices (PMI’s) voor de verwerkende industrie in de VS, de eurozone en Japan laten voor oktober allemaal een verbetering zien, die bovendien groter is dan de markt had verwacht. Ook de indicator voor de wereldhandel van het CPB is na een slappe periode in augustus weer gestegen. Het is nog vroeg en er is nog geen reden tot juichen, maar eindelijk tekent zich dan toch een consistent beeld af dat ook goed aansluit bij wat ik heb beweerd.

20161031-PMI VS 20161031-PMI Japan

Mijn argumentatie is vierledig. Ten eerste de voorraadcyclus. Het is duidelijk dat die, met name in de Verenigde Staten, de afgelopen vier, vijf kwartalen de totale groei heeft geremd, maar dat een omslag nu ophanden is. Ten tweede de daling van de grondstoffenprijzen, en met name de olieprijs, tussen medio 2014 en begin 2016. Dit leidde tot een sterke daling van de investeringen in de sector en remde de mondiale groei (de prijsmeevaller voor de consument was natuurlijk wel weer positief). Omdat de olieprijzen zich sinds januari gunstiger ontwikkelen, verliest deze remmende factor geleidelijk aan kracht. Ten derde zou de verwerkende industrie moeten profiteren van de gerichte stimulering van de economie door de Chinese beleidsmakers. En tot slot zou de industrie de vruchten moeten plukken van de opgaande wereldwijde ICT-cyclus. Deze vier factoren werken grotendeels onafhankelijk van elkaar, wat de kans op succes vergroot.


20161031-PMI Eurozone 20161031-Verwachtingen Duits ondernemersvertrouwen (Ifo)

Naast de specifieke indices voor de verwerkende industrie ontwikkelde ook de toonaangevende Duitse Ifo-index voor het ondernemersvertrouwen zich in oktober beter dan verwacht. De verwachtingencomponent bereikte de hoogste stand sinds medio 2014. Dat wil niet zeggen dat we sterkere economische groei in de eurozone verwachten, maar het duidt er wel op dat de risico’s voor onze prognose niet langer vooral negatief zijn.

Uit de Amerikaanse BBP-cijfers over het derde kwartaal blijkt dat de economie harder is gaan groeien. In de drie voorgaande kwartalen was de groei gemiddeld 1,0% (op jaarbasis) maar in het afgelopen kwartaal kwam deze uit op 2,9%. Dit is goed nieuws en bevestigt wat wij al geruime tijd denken.

CETA op het nippertje erdoor, maar wat is dat toch met handelsverdragen?

De in 2007 begonnen onderhandelingen over het vrijhandelsakkoord tussen Canada en de EU (CETA) zijn afgerond, nu regionale leiders uit België als laatste met het verdrag hebben ingestemd. Het verzet dat op het allerlaatste moment uit Wallonië kwam, werpt enkele belangrijke vragen op over internationale handelsverdragen. Het is niet de eerste keer dat er zoiets gebeurt. Ook tegen TTIP (het voorgenomen handelsverdrag tussen de VS en de EU) en tegen TPP (het voorgenomen akkoord tussen twaalf landen rond de Stille Oceaan, exclusief China) bestaat breed gedragen verzet. Hetzelfde gevoel kwam in zekere zin ook naar voren bij het Nederlandse Oekraïnereferendum (een raadgevend referendum waarbij het handelsverdrag met Oekraïne werd verworpen) en het Britse besluit om uit de EU te stappen. En in de Amerikaanse verkiezingscampagne is ook af en toe duidelijk te zien dat zelfs bestaande verdragen op afkeuring kunnen rekenen.

Het punt dat ik hier aan de orde wil stellen, is waarom deze handelsverdragen, internationale samenwerking en integratie in het algemeen door zo veel mensen worden verafschuwd. De economische theorie is heel duidelijk over internationale vrijhandel: die stimuleert de internationale verdeling van arbeid, verhoogt daardoor de levensstandaard en is daarom erg gunstig.

Er zijn meerdere antwoorden mogelijk op de vraag waarom deze verdragen zo impopulair zijn. De eerste is dat ze inderdaad niet deugen en dat de tegenstanders gelijk hebben. Wie tegen een bepaald verdrag is, hoeft bovendien niet tegen vrijhandel in het algemeen te zijn. Maar het zou wel vreemd zijn als alle bestaande en voorgenomen verdragen inderdaad niet zouden deugen.

Er moet dus een aannemelijker verklaring zijn. Naar mijn mening leveren dit soort akkoorden grote voordelen op, al moet ik toegeven dat internationale vrijhandel ook pijn veroorzaakt en slachtoffers kent. Het aantal mensen dat ervan profiteert is enorm, maar het voordeel voor ieder afzonderlijk is mogelijk niet zo groot. En misschien is het ook niet iedereen duidelijk dat een bepaald deel van zijn of haar levensstandaard aan de internationale handel te danken is. Daar staat tegenover dat het aantal mensen dat negatieve gevolgen ondervindt, weliswaar klein is, maar dat de klap op individueel niveau hard kan aankomen (verlies van werk) en soms ook direct in verband gebracht kan worden met internationale concurrentie. De negatieve effecten zijn dus duidelijker zichtbaar.

Een derde reden zou kunnen zijn dat veel mensen vinden dat zulke verdragen in achterkamertjes worden bekokstoofd en dat bepaalde belanghebbenden die aan de onderhandelingstafel zitten, een grote invloed hebben op de inhoud van het akkoord. Mensen eisen tegenwoordig transparantie en zijn mogelijk niet gelukkig met de wijze waarop dit soort akkoorden tot stand komt.

Een vierde mogelijke reden is dat handelsverdragen gemakkelijker te sluiten waren in tijden dat de handel vooral handel in goederen was. Maar diensten worden steeds belangrijker en dat kan dit soort deals bemoeilijken.

Ten vijfde groeit de economie in welvarende landen nauwelijks en voelt een deel van de bevolking zich, terecht of onterecht, tekortgedaan. Die mensen zijn op zoek naar een zondebok en de internationale handel is dan een gemakkelijk doelwit.

Beperking van de internationale handel is naar mijn mening allesbehalve de juiste weg om de economische groei te stimuleren. Ik hoop dan ook dat we de scepsis over globalisering, handelsverdragen en internationale handel in het algemeen kunnen overwinnen. Om bij de meerderheid van de bevolking draagvlak te creëren en/of te behouden, moeten onze politieke leiders blijk geven van leiderschap, moed en overtuigingskracht.

Delen

Lees meer over

Discussieer mee

ABN AMRO is benieuwd naar uw mening. U kunt daarom onder dit artikel reageren via Disqus. Door te reageren gaat u akkoord met de voorwaarden.

Meer blogs