Trump uit zijn functie zetten? Dat gaat zomaar niet

Blog -

USA Presidential inauguration

President Trump was nog maar nauwelijks aangetreden of er werd al gesproken over een afzettingsprocedure. Wij hebben heel vaak de vraag gekregen hoe het dan verder moet.

Het Huis van Afgevaardigden kan met een gewone meerderheid van stemmen een afzettingsprocedure beginnen. Han de Jong Han de Jong Chief Economist

  • De discussie over een afzettingsprocedure van Trump houdt nog wel even aan 
  • Het is echter niet waarschijnlijk dat de president op korte termijn tot aftreden wordt gedwongen 
  • Europees ondernemersvertrouwen blijft stijgen 
  • Fed zal in juni de rente verhogen 
  • OPEC verlengt akkoord over productievermindering

Trump en zijn entourage zouden banden met Rusland hebben en de president zou FBI-directeur James Comey eerst onder druk hebben gezet om hem vervolgens te ontslaan. Bovendien zou hij zou geheime informatie hebben gelekt naar Russische functionarissen. Dat is volop stof voor driftig gespeculeer over een mogelijke afzettingsprocedure. Volgens de bookmakers is de kans hierop vrij groot. Ik schat die kans echter lager in dan de wedkantoren. Volgens mij is de kans dat Trump binnenkort tot aftreden wordt gedwongen, heel klein.

Hoe gaat de afzettingsprocedure in zijn werk?

Tegen iedere Amerikaanse overheidsdienaar kan een afzettingsprocedure worden gestart, maar ik beperk me hier tot het afzetten van een president. Een president tot aftreden dwingen is vergelijkbaar met een reguliere strafzaak tegen een verdachte. Het Huis van Afgevaardigden kan met een gewone meerderheid van stemmen een afzettingsprocedure beginnen. Dit deel van de procedure is vergelijkbaar met een aanklacht in een gewone rechtszaak. Daarmee is de president nog niet uit zijn ambt ontheven. 

Als het Huis die stap eenmaal heeft gezet, is het aan de Senaat om de president te veroordelen of vrij te spreken. Dit kun je vergelijken met een juryrechtszaak. Voor een veroordeling is een tweederdemeerderheid in de Senaat nodig.

Gronden voor afzetting zijn 'verraad, omkoping of andere zware misdrijven en wetsovertredingen.’ Dit is vrij vaag. Het proces is dan ook zowel juridisch als politiek.

Wat leert de geschiedenis ons?

Er is tot nu toe slechts twee keer een afzettingsprocedure aangespannen tegen een president: Andrew Johnson in1868 en Bill Clinton in 1998. Beiden zijn vrijgesproken en er is nog nooit een president tot aftreden gedwongen. 

Richard Nixon trad in 1974 zelf af, voordat het Huis van Afgevaardigden het opstarten van een afzettingsprocedure in stemming kon brengen. Als hij dat niet had gedaan, zou de procedure waarschijnlijk gestart zijn en zou hij door de Senaat veroordeeld zijn.

Bill Clinton werd in 1998 op vier punten aangeklaagd door het Huis van Afgevaardigden en aan twee daarvan schuldig bevonden: meineed en belemmering van de rechtsgang. De Republikeinen hadden op dat moment de meerderheid in het Huis: 226 tegen 207 Democraten en 2 onafhankelijke afgevaardigden. Betreffende de ene beschuldiging werd Clinton schuldig bevonden met een meerderheid van 221 tegen 212 stemmen, inzake de andere met een meerderheid van 228 tegen 206. De stemming verliep vooral langs partijlijnen, al waren er aan beide zijden enkele eigenzinnige afgevaardigden die van de partijlijn afweken.

De Senaat sprak Clinton vervolgens vrij. De Republikeinen hadden een meerderheid in de Senaat van 55 tegen 45 en voor de vereiste tweederdemeerderheid om Clinton te veroordelen en tot aftreden te dwingen, moesten twaalf Democraten vóór afzetting stemmen. Geen enkele Democraat deed dat en bovendien stemden enkele Republikeinen met de Democraten mee. Op de aanklacht belemmering van de rechtsgang staakten de stemmen (50-50), aan meineed werd Clinton door slechts 45 senatoren schuldig bevonden.

Wat concluderen we daaruit?

Ik denk dat we hieruit een aantal conclusies kunnen trekken. 

  1. Praten over afzetten is gemakkelijk, maar het ook daadwerkelijk doen is dat niet. Sterker nog, er is nog nooit een president tot aftreden gedwongen (Nixon buiten beschouwing gelaten). 
  2. De bewijslast is zwaar. Je kunt niet een afzettingsprocedure tegen de president beginnen omdat hij je niet aanstaat. Er moeten zwaarwegende juridische gronden voor zijn. 
  3. En zelfs als die gronden er zijn, is het een heel politiek proces. Bij Clinton werd er vrijwel volledig langs partijlijnen gestemd. In de Senaat bleven alle Democraten achter hun president staan.

Wat betekent dat voor Trump?

Ik ben geen jurist en ik kan niet inschatten of de huidige feiten voldoende grond vormen om een afzettingsprocedure te beginnen. De tot nu toe bekende feiten lijken mij toch geen duidelijk kwestie van 'verraad, omkoping of andere zware misdrijven en wetsovertredingen’. Een juridische procedure zou zich dus waarschijnlijke lange tijd voortslepen. 

Wat de politieke kant van de zaak betreft: Clinton had te maken met een Republikeinse meerderheid in het Huis van Afgevaardigden in 1998 en in de Senaat in 1999. Hoewel hij door het Huis in staat van beschuldiging werd gesteld, sprak de Senaat hem vrij. Puur cijfermatig staat Trump er beter voor dan Clinton, want de Republikeinen hebben momenteel een meerderheid in beide huizen van het Congres. In het Huis van Afgevaardigden zitten momenteel 238 Republikeinen en 193 Democraten (vier zetels zijn vacant). Voor een afzettingsprocedure zouden dus 28 Republikeinen tegen hun eigen president moeten stemmen. Dat is veel. De afgevaardigden kijken namelijk niet alleen naar het juridisch bewijs, maar ook naar de politieke gevolgen. Je maakt in eigen kring meestal geen vrienden door je eigen man te laten vallen.

In 2018 kan dit veranderen. Bij de tussentijdse verkiezingen op 6 november volgend jaar staan bijna alle zetels in het Huis op het spel.

De Republikeinen hebben ook een meerderheid in de Senaat: 52 tegenover 46 (plus twee onafhankelijke senatoren). Dus zelfs als het Huis een procedure tegen Trump zou starten, zouden er voor een veroordeling minimaal negentien Republikeinse senatoren over de streep getrokken moeten worden. En bovendien moeten dan alle Democraten en de twee onafhankelijken hem schuldig bevinden aan wat hem ten laste wordt gelegd. Dat lijkt me eveneens een zeer forse hobbel.

Ook in de Senaat veranderen mogelijk de verhoudingen na de tussentijdse verkiezingen van volgend jaar: er wordt dan gestemd voor 33 van de honderd zetels. Slechts acht daarvan zijn momenteel in Republikeinse handen, zodat een ruime meerderheid voor de Democraten ver weg lijkt.

Conclusie: Trump blijft aan

Het is kortom zeer niet waarschijnlijk dat president Trump tot aftreden gedwongen wordt, in ieder geval niet op korte termijn. Toegegeven, hij gedraagt zich uiterst onvoorspelbaar. Het valt niet uit te sluiten dat er nieuwe feiten aan het licht komen die zó duidelijk een kwestie van ‘verraad, omkoping of andere zware misdrijven en wetsovertredingen’ vormen, dat voldoende Republikeinen bereid zijn hun eigen man te laten vallen. 

Mocht er een afzettingsprocedure tegen Trump worden gestart, dan zal dat zijn functioneren als president waarschijnlijk belemmeren en kan er grote verdeeldheid in de Republikeinse partij ontstaan.

Ondernemersvertrouwen in de eurozone: hoerastemming

De nieuwste cijfers voor het ondernemersvertrouwen in de eurozone zijn weer indrukwekkend. De Markit PMI voor de verwerkende industrie is gestegen van een al hoge 56,7 in april naar 57,0 in mei. De tegenhanger voor de dienstensector is licht gedaald, van 56,4 naar 56,2. De dienstensector mag dan veel groter zijn dan de industrie, ik hecht toch meer belang aan de indicator voor de verwerkende industrie: de industriesector is procyclischer dan de dienstensector en loopt conjunctureel meestal voorop. 

Ook de gezaghebbende Duitse Ifo-index is in mei gestegen en kwam uit op 114,6 (was 113,0 in april), de hoogste stand sinds 1991, toen de Duitse hereniging de economie een forse impuls gaf. Beide componenten van de index, de verwachtingen en de huidige omstandigheden, zijn gestegen: bewijs dat de Duitse economie verder aantrekt en dat de rest van de eurozone meelift. Ook in Frankrijk neemt het ondernemersvertrouwen toe. Italië wordt vaak als een heel zwakke economie gezien en dat is het ook, maar het land pikt wel een graantje mee van de oplevende wereldeconomie: de orders en de omzet in de industrie stegen hier met respectievelijk 9,2% j-o-j en 7,2% j-o-j (was 4,6% in februari).

Amerikaanse indices gaven de afgelopen dagen een wisselender beeld te zien. De index van de nationale economische bedrijvigheid in april, die wordt samengesteld door de Chicago Federal Reserve, bereikte de hoogste stand sinds 2014 en ook de cijfers over de arbeidsmarkt waren goed. Sommige regionale indices van het ondernemersvertrouwen voor mei, met name die van de Richmond Fed, waren daarentegen zwak. Ook de verkoop van woningen (nieuwbouw en bestaand) viel in april wat tegen, al blijft er sprake van een stijgende trend. Dit is een indicator die de Fed sterk in de gaten zal houden, want de woningmarkt reageert snel op de kosten van lenen.

De groei van het Amerikaanse BBP op jaarbasis is voor het eerste kwartaal bijgesteld van 0,7% naar 1,2% k-o-k, met name doordat de groei van de particuliere consumptie werd bijgesteld van 0,3% naar 0,6%. Ook de andere bijstellingen vielen gunstig uit, met uitzondering van de voorraadvorming, die naar beneden werd aangepast. De voorraden leverden een negatieve bijdrage aan de groei van 1,07%: een forse rem, die deels werd gecompenseerd door een grotere bijdrage van de internationale handel. Toch had de voorraadvorming een grote invloed op de totaalcijfers, waardoor de economische groei geringer lijkt dan hij in feite was.

Met de Amerikaanse orders voor duurzame goederen ging het in april niet goed: die daalden met 0,7% m-o-m. Wel werden de cijfers over maart naar boven bijgesteld, van +0,9% naar +2,3%. De levering van kapitaalgoederen (exclusief defensie en luchtvaart), een maatstaf voor de bedrijfsinvesteringen, is in april met 0,1% m-o-m gedaald, maar is nog altijd 1,2% hoger dan het begin van het jaar.

Uit de notulen van de vergadering die het FOMC, het beleidscomité van de Amerikaanse centrale bank (Federal Reserve), op 3 mei hield, blijkt dat de Federal Reserve het zwakke eerste kwartaal (volgens het BBP en enkele andere cijfers) als tijdelijk beschouwt. De Fed lijkt dan ook aan te sturen op een renteverhoging in juni, zoals wij al enige tijd betogen.

Wereldhandel en het ‘China-effect’

Dat de wereldconjunctuur in de loop van vorig jaar en dit jaar is verbeterd, komt deels door de toegenomen groei van de Chinese invoer. Dat blijkt niet alleen uit Chinese cijfers, maar ook uit die van de (belangrijkste) handelspartners van China en uit de cijfers over de wereldhandel. Het CPB verzamelt die laatste. De CPB-cijfers worden samengesteld uit de nationale cijfers van een groot aantal landen, waardoor ze redelijk laat verschijnen, volatiel zijn en vaak aanzienlijk moeten worden bijgesteld. Maar de meest recente CPB-cijfers rijmen volledig met een toename van de Chinese invoer: het wereldhandelsvolume is in maart met 1,5% m-o-m gegroeid, in februari was dat 0,8%.

Sindsdien hebben Chinese beleidsmaatregelen om de opbouw van schulden te remmen geleid tot een daling van het ondernemersvertrouwen. Dit zien we nu terug in de cijfers van landen in de regio. Taiwan zag zijn exportorders in april met een stevige 7,4% j-o-j stijgen, maar dat was na de 12,3% van de maand ervoor. De groei van de Japanse uitvoer daalde van +12,0% naar +7,5% j-o-j. De industriële productie van Taiwan kromp in april zelfs: -0,6% j-o-j, na een groei van 3,2% in maart. Geen reden om de noodklok te luiden, maar wel iets om in de gaten te houden. Positief was dat het consumentenvertrouwen in Zuid-Korea in mei sterk toenam.

OPEC verlengt akkoord over productievermindering

De OPEC heeft de afspraak om de olieproductie te beperken met negen maanden verlengd. Dat nieuws deed de olieprijzen dalen. Onze verklaring hiervoor is dat handelaren hun longposities hebben gesloten. Deze hadden ze ingenomen in de veronderstelling dat de OPEC de productie verder zou verlagen. De prijsdaling lijkt ons tijdelijk. Belangrijker voor de middellange termijn is dat de markt zich langzaam beweegt naar een beter evenwicht tussen vraag en aanbod. Wij verwachten dat deze trend doorzet en de prijzen in de tweede helft van het jaar een duw in de rug geeft. Onze olieanalist Hans van Cleef handhaaft zijn prognose van USD 60 per vat aan het einde van het jaar, al denkt hij wel dat de kans op een lagere olieprijs groter is dan de kans op een hogere prijs. Een heel onzekere factor is hoe snel de Amerikaanse productie van schalieolie kan blijven groeien.

Delen

Discussieer mee

ABN AMRO is benieuwd naar uw mening. U kunt daarom onder dit artikel reageren via Disqus. Door te reageren gaat u akkoord met de voorwaarden.

Meer blogs