Hoe moeilijk is het vak van econoom?

Blog -

Aandelencijfers grafiek

Economen hebben een gemakkelijk vak. De hele dag kunnen wij ons bezighouden met het analyseren en becommentariëren van allerlei macro-economische cijfers. Wij hebben geleerd dat alles in de economie met elkaar samenhangt en dat de stroom gegevens dus een grote mate van consistentie moet vertonen. Dat is ook zo, totdat bijzondere factoren de overhand krijgen. En daaraan is de laatste tijd geen gebrek. Ongewoon slecht weer in de VS gedurende bovendien een lange periode. In West-Europa was het weer juist ongewoon zacht. Ook Japan had zijn portie 'raar weer': Tokio kreeg in februari te maken met de hevigste sneeuwval in vijfenveertig jaar. Maar er is meer dan alleen het weer. Vanwege het Chinese Nieuwjaar zijn de Chinese cijfers aan het begin van het jaar altijd moeilijk te interpreteren en de Chinese handelscijfers worden bovendien vertekend door ‘overfacturering’. En verder zijn er nog de geopolitieke schermutselingen, die het zicht op de structurele ontwikkeling van de wereldeconomie vertroebelt. Ik hoor u nu zeggen: 'Geen excuses, zeg gewoon welke kant het op gaat.' En gelijk hebt u. Wij blijven optimistisch. We verwachten dat de groei van de wereldeconomie dit jaar hoger uitvalt dan voorzien en dat maakt het weer veel gemakkelijker om de diverse problemen op te lossen. 

Economen beweren al een tijdje dat groei van de bedrijfsinvesteringen de volgende fase in het herstel van de wereldeconomie zou moeten zijn. Han de Jong Han de Jong Chief Economist

Oekraïne: adem inhouden...en weer uitademen
Vorige week begon nerveus. Maandag verloren de aandelenbeurzen veel terrein. Tegen de tijd dat de commentatoren hun analyses af hadden, die er meestal op neerkwamen dat men zich geen zorgen moest maken maar dat de volatiliteit zou aanhouden, gooiden de markten het roer om. De eerdere verliezen waren grotendeels weer goedgemaakt voordat de inkt van de commentaren droog was. Het was goed om te zien dat er vrijwel geen sprake was van ‘besmetting’ tussen de opkomende markten. Als we kijken naar de vijf ‘kwetsbare’ landen (India, Indonesië, Zuid-Afrika, Brazilië en Turkije), dan viel er geen consistent, blijvend effect op hun aandelenkoersen of valuta’s te bespeuren. Sterker nog, in Indonesië, India en Zuid-Afrika maakten de aandelenmarkten en valuta’s de afgelopen weken een rally door die alleen maandag even kort werd onderbroken.

Ik ben geen politiek analist en ook geen historicus, maar als ik de huidige toestand moet inschatten, dan zie ik in deze fase rond de Krim geen militair conflict ontstaan, al hangt dat uiteraard af van wat Rusland wil bereiken. De toestand op de Krim lijkt me vrij duidelijk. Kort gezegd: de Krim is in handen van het Russische leger, de meerderheid van de bevolking van het schiereiland lijkt daar geen moeite mee te hebben en zou liever, net als vroeger, bij Rusland horen dan bij Oekraïne. De regeringen van het Westen en van Oekraïne vinden dat maar niks, maar kunnen er niets aan doen. Je hoeft geen Einstein te zijn om te raden wat er met de Krim gaat gebeuren. Lastiger wordt de vraag hoeveel andere gebieden Rusland op deze manier wil annexeren. Een tweede netelige kwestie is de (in)stabiliteit in Oekraïne zelf. Vooralsnog lijken de financiële markten te denken dat de gevolgen van het conflict voor de economie en de financiële markten beperkt blijven.

Eindelijk gaan bedrijven meer investeren
Economen beweren al een tijdje dat groei van de bedrijfsinvesteringen de volgende fase in het herstel van de wereldeconomie zou moeten zijn. Economisch herstel verloopt meestal via een vast draaiboek en in de huidige fase zitten we te wachten op meer bedrijfsinvesteringen. Investeringen leveren banen op, banen leveren inkomen op en inkomen wordt weer uitgegeven. Als de investeringen niet aantrekken, sterft de conjunctuurcyclus een vroege dood. Welnu, er is goed nieuws: in de eurozone zijn de bedrijfsinvesteringen in de tweede helft van 2013 flink toegenomen. Wij beweren al een tijdje dat uit de productie van en orders voor kapitaalgoederen in de eurozone blijkt dat de investeringen stijgen. Vorige week publiceerde Eurostat de details van het BBP voor het vierde kwartaal. De bruto-investeringen stegen met 1,1% k-o-k, tegenover 0,6% in het derde kwartaal. Heel gunstig allemaal. Per saldo is het BBP met slechts 0,3% k-o-k gegroeid, maar de afbouw van voorraden haalde 0,3% van het BBP zodat feitelijk sprake was van een zeer respectabele groei van 0,6%.

Er was nog meer goed nieuws, en wel over de Duitse productie- en ordercijfers: de industrieorders zijn in januari met 1,2% m-o-m en met 8,4% j-o-j gestegen. Niet slecht! De industriële productie steeg met 0,8% m-o-m en de cijfers voor december werden bijgesteld van -0,6% naar +0,1%. Jaar-op-jaar is de productie met 5,0% gegroeid, de beste prestatie sinds 2011, en de curve vertoont een stijgende trend. Daarbij moeten we wel bedenken dat het weer ongewoon zacht is geweest en we dus niet te vroegen moeten juichen. Maar toch, er waren meer meevallers: de PMI van de eurozone voor februari is naar boven bijgesteld en de detailhandelsomzetten in januari waren goed, al vormt het weer in het laatste geval mogelijk een onzekere factor. Daar komt bij dat de detailhandelsomzetten in de eurozone berucht zijn om hun volatiliteit en vaak fors worden bijgesteld.

Duitsland industriele productie

Wisselende Amerikaanse cijfers, maar meer zoet dan zuur
Vanwege het weer kunnen we van de Amerikaanse cijfers nog steeds geen chocola maken. Al met al lijkt er vooral reden voor optimisme. De cijfers over de persoonlijke inkomens en bestedingen voor januari waren goed, wat erop wijst dat het weer geen al te groot effect heeft op de consumptieve bestedingen. Wel is er een verschuiving waar te nemen, waarbij hogere uitgaven aan brandstof en dergelijke lagere uitgaven elders compenseren. De banencijfers voor februari vielen mee en de cijfers over voorgaande maanden werden naar boven bijgesteld. De sterker dan verwachte stijging van het aantal banen in februari deed zich voor terwijl grote aantallen mensen meldden dat ze door het weer geen werk hadden. Het aantal gewerkte uren is sterk gedaald, maar het ziet ernaar uit dat ook hier het weer een rol speelt. In de week van 1 maart daalde het aantal aanvragen van werkloosheids-uitkeringen naar de laagste stand sinds begin december. Dit wijst erop dat de arbeidsmarkt de invloed van het weer van zich af begint te schudden. Maar het is in de VS niet alleen maar rozengeur. Het ondernemersvertrouwen in de diensten-sector is bijvoorbeeld sterk afgenomen. De ISM-index voor de dienstensector daalde van 54,0 in januari naar 51,6 punten in februari. Dat was zelfs de laagste stand sinds 2010! Dit moeten we zorgvuldig in de gaten houden. Voorlopig ben ik bereid (heel graag zelfs!) het erop te houden dat het, gezien de andere cijfers, vreemd is, maar niet meer dan een tijdelijk dipje. Het afnemend vertrouwen werd vooral veroorzaakt door een sterke daling van de werkgelegenheidscomponent. Die daling bleek echter niet uit de werkgelegenheidscijfers van vrijdag. Daaruit kwam naar voren dat het aantal banen in de dienstensector juist opvallend sterk was toegenomen.

China: doelstelling economische groei en tegenvallende export
De Chinese regering heeft haar doelstelling voor de economische groei in het lopende jaar bekendgemaakt: met 7,5% is dit hetzelfde als voor 2013. Wel werden de doelen voor de onderliggende componenten enigszins aangepast: dat voor investeringen werd verlaagd, dat voor consumptieve bestedingen juist verhoogd. Goed nieuws allemaal. Chinese leiders houden niet van gezichtsverlies en zouden het bepaald niet op prijs stellen als de werkelijke cijfers veel lager uitkomen. We blijven erbij dat de Chinese beleidsmakers de middelen hebben om de groei zo nodig te stimuleren. Het lijkt ons daarom onwaarschijnlijk dat de groei van de Chinese economie dit jaar sterk vertraagt.

Het exportcijfer voor februari is echter een flinke tegenvaller: een verbijsterende 18,1% lager dan vorig jaar (januari: +10,6% j-o-j). In de invoercijfers zien we dat niet terug: februari +10.1%, januari +10.0%. Zoals zo vaak zijn ook deze cijfers moeilijk te interpreteren. Aan het begin van het jaar schommelen de cijfers nogal door het tijdstip van het Chinese Nieuwjaar. Die valt in 2014 wat later dan vorig jaar en dat beïnvloedt de cijfers over februari negatief. Maar dan hadden de cijfers voor januari natuurlijk beter moeten zijn. De uitvoercijfers kunnen echter op nog twee andere manieren vertekend zijn. Ten eerste door de ‘overfacturering’ waar exporteurs vorig jaar toe overgingen. Daardoor zouden de cijfers van vorig jaar overdreven hoog zijn, waardoor jaar-op-jaar vergelijkingen erg moeilijk, en in feite zinloos, zijn. Verder kan het slechte weer in de VS voor enige vertekening hebben gezorgd.

Ondanks alle tijdelijke factoren die de cijfers verstoren, lijkt optimisme over de vooruitzichten voor de wereldeconomie me gerechtvaardigd en ik verwacht voor de komende maanden een flinke (verdere) verbetering van de cijfers. 

Lees meer over

Discussieer mee

ABN AMRO is benieuwd naar uw mening. U kunt daarom onder dit artikel reageren via Disqus. Door te reageren gaat u akkoord met de voorwaarden.

Meer blogs

Filteren op