Houdt oplevend ondernemersvertrouwen stand als Fed gaat afbouwen?

Blog -

Federal Reserve

Het ondernemersvertrouwen in Europa en de VS is de afgelopen maanden sterk toegenomen, al komt dat nog niet duidelijk tot uiting in de ‘harde’ cijfers. Gezien de ervaring met deze indicator en de zich inmiddels over een breed front manifesterende verbetering beschouwen wij dit toch als een teken dat een groeiversnelling in deze regio’s in aantocht is.

De cijfers voor het ondernemersvertrouwen van vorige week waren uitstekend, vooral in de VS. Han de Jong Han de Jong Chief Economist

De recente cijfers zijn voor ons geen aanleiding om onze verwachting te herzien dat de Federal Reserve bij haar beleidsvergadering van 17-18 september een afbouw van haar opkoopprogramma zal aankondigen. Nu de obligatierente verder is gestegen dan wij eind vorig jaar voor 2013 en 2014 hadden voorspeld, stellen wij onze prognoses voor de VS, en in mindere mate ook voor de eurozone, naar boven bij.

Indices lopen uit de pas
De cijfers voor het ondernemersvertrouwen van vorige week waren uitstekend, vooral in de VS. De Amerikaanse ISM-index voor de verwerkende industrie was in juli flink gestegen en voor augustus hadden analisten een lichte daling verwacht. In plaats daarvan ging de index opnieuw, zij het licht, omhoog, van 55,4 naar 55,7 punten. De index voor de niet-verwerkende industrie is zelfs nog sterker gestegen. Deze index was in juni al van 52,8 naar 56,0 punten gegaan en voor augustus werd een daling verwacht, maar er volgde een verdere stijging naar 58,6 punten. De ISM voor de verwerkende industrie bereikte hiermee zijn hoogste stand in ruim twee jaar en die voor de niet-verwerkende industrie zijn hoogste stand sinds eind 2005. Ik heb de cijfers er even op nageslagen, maar ik kan nergens twee opeenvolgende maanden vinden waarin deze index zo snel gestegen is als in de afgelopen twee maanden (deze reeks gaat terug tot 1997). De onvermijdelijke conclusie is dat er iets bijzonders aan de hand is. De sterke stijging kan toeval zijn, maar twee maanden toeval op rij is minder waarschijnlijk dan één maand met een uitschieter. Toch zien we deze ontwikkeling in de harde cijfers over bijvoorbeeld de werkgelegenheid en de industriële productie nog niet terug, en dat plaatst ons voor een probleem: de vertrouwensindices en de harde cijfers lijken niet in de pas te lopen. Maar dat zal ongetwijfeld niet lang duren. Die correctie kan op twee manieren plaatsvinden: de vertrouwensindices dalen of de harde cijfers worden aanzienlijk beter. Omdat de meeste vertrouwensindices in Europa en de VS een vergelijkbaar beeld laten zien en hebben bewezen redelijk betrouwbaar te zijn, denken wij dat de economische groei op het punt staat aan te trekken.

Houdt oplevend

Ook in Europa neemt het ondernemersvertrouwen weer toe, al is de stijging daar geleidelijker en is deze ook eerder ingezet. Zo is de samengestelde PMI voor de eurozone in augustus voor de vijfde maand op rij gestegen, naar de hoogste stand in iets meer dan twee jaar. Het verschil tussen deze indices en de industriële productie is opvallend. Vorige week werd bekend dat de orders en de productie van de Duitse industrie in juli zijn afgenomen. De orders daalden met 2,7% m-o-m maar dit volgde op een stijging van 5,0% in juni, die voor een groot deel te danken was aan eenmalige orders vanuit de vliegtuigbouw. De daling in juli was dan ook geen verrassing. De Duitse industriële productie was in juli eveneens zwak en daalde met 1,7% ten opzichte van juni. Bovendien werden eerdere cijfers naar beneden bijgesteld. Jaar-op-jaar was de daling 2,2%, terwijl de Ifo-vertrouwensindex duidelijk hoger staat dan een jaar geleden. Bij enkele andere harde cijfers uit Europa is de verbetering al een tijdje zichtbaar: het BBP groeit sinds het tweede kwartaal weer en de arbeidsmarkt ontwikkelt zich minder slecht dan kort geleden.

De positieve trend in het ondernemersvertrouwen zien we ook elders. In China, Japan, Zuid-Korea, Taiwan, Brazilië, Turkije en andere landen nam het ondernemersvertrouwen in augustus toe. Er waren twee duidelijke uitzonderingen: India en Indonesië.

Schijnwerpers blijven gericht op centrale banken
De verwachting was dat Mario Draghi bij de maandelijkse persconferentie van de ECB zou proberen de oplopende obligatierente een halt toe te roepen. Het zou overdreven zijn om te beweren dat dit totaal mislukt is, maar echt gelukt is het ook niet. De rente op tienjaars Bunds bereikte begin mei een dieptepunt van net iets onder 1,2% en is sindsdien met 80bp gestegen. Tijdens Draghi’s persconferentie zakte de rente even van net boven tot net onder 2,0%, maar de rente liep al snel weer op. Op vrijdag dook de rente echter opnieuw onder 2,0%. De rente op tienjaars Bunds bedroeg de afgelopen twaalf maanden gemiddeld 1,5%. We denken dat de ECB-president de komende maanden opnieuw aan de bak moet om de verwachtingen en de obligatierente in toom te houden. We denken dat het hem gaat lukken.

Er is al heel wat afgediscussieerd sinds Fed-voorzitter Ben Bernanke begin mei bekendmaakte dat de Fed op enig moment in de niet al te verre toekomst een begin zou maken met het afbouwen van haar aankoopprogramma. Wij denken al een tijdje dat de Fed in september met de ‘afbouw’ gaat beginnen. Nu de Amerikaanse werkgelegenheidscijfers van augustus tegenvallen, lijkt de precieze datum weer wat onzekerder. Het zou ook december in plaats van september kunnen worden. Omdat de cijfers en de hierboven besproken vertrouwensindices geen grote veranderingen voor de vooruitzichten impliceren, houden wij het op september. Bovendien zit deze onzekerheid de financiële markten niet lekker en is het misschien maar het beste meteen door de zure appel heen te bijten.

Het blijft natuurlijk afwachten hoe de financiële markten reageren, maar wij denken dat de afbouw al in de koersen verdisconteerd is. Dat betekent dat de beslissing de obligatierente waarschijnlijk niet (veel) verder zal opdrijven. Een forse rentedaling lijkt overigens evenmin waarschijnlijk. Omdat de rente inmiddels verder is gestegen dan wij voor eind 2013 hadden voorspeld, hebben we onze prognoses aangepast. We gaan er nu van uit dat de rente op tienjaars Treasuries eind dit jaar op 3% staat, iets meer dan nu, en eind volgend jaar op zo’n 4%. Onze prognose voor tienjaars Bunds hebben we verhoogd naar 2,0% voor eind 2013, ongeveer het huidige marktniveau, en naar 2,75% voor eind 2014.

Lees meer over

Discussieer mee

ABN AMRO is benieuwd naar uw mening. U kunt daarom onder dit artikel reageren via Disqus. Door te reageren gaat u akkoord met de voorwaarden.

Meer blogs

Filteren op