Komt de wereldeconomie echt op toeren?

Blog -

Silhouette wereldkaart

Het lijkt opnieuw een jaar te worden met qua groei meer negatieve dan positieve verrassingen. De financiële markten en de beleidsmakers moeten zich afvragen hoe erg de situatie echt is. Mijn advies is: heb nog even geduld. De groei van de wereldeconomie mag dan niet geweldig zijn, ze is evenmin rampzalig. Wij blijven erbij dat de groei zal aantrekken. In de loop van het jaar ontrolt zich zeer waarschijnlijk een redelijk positief scenario, met meer groei, bescheiden inflatie en centrale banken die vastbesloten zijn geen schokken te veroorzaken.

Eerder dit jaar gaf de eurozone nog consequent meevallers te zien, maar dat begint te veranderen Han de Jong Han de Jong Chief Economist

Recente cijfers

Er zijn vorige week niet veel cijfers verschenen. Eerder dit jaar gaf de eurozone nog consequent meevallers te zien, maar dat begint te veranderen. Dat kan komen doordat de verwachtingen inmiddels naar boven zijn bijgesteld, de rugwind (olieprijs, koers van de euro) wat is gaan liggen of de bedrijvigheid wordt gedrukt door de tegenvallers elders in de wereld. Toch vind ik de recente cijfers niet echt slecht. In Duitsland is de gezaghebbende Ifo-index van het ondernemersvertrouwen in mei maar een fractie gedaald, naar 108,5 punten (was 108, 6 in april).

Duitse Ifo

Deze index kent een langetermijngemiddelde van 101,4 en heeft in de afgelopen 25 jaar geschommeld tussen 114 en 84. Dat neemt niet weg dat de vooruitblikkende component voor de tweede maand op rij is gedaald. Deze tendens valt trouwens ook bij allerlei andere indicatoren uit de eurozone waar te nemen. Maar ik zie niet waarom de groei in de eurozone op korte termijn fors zou afzwakken. Ik zie juist eerder reden tot optimisme. Het kredietkanaal begint weer beter door te stromen en de recente voorlopige PMI’s gaven een stijging te zien voor de verwerkende industrie. Vorige maand was dat nog een daling. Doorgaans is de verwerkende industrie relatief conjunctuurgevoelig en loopt ze voor op andere economische sectoren. De Japanse equivalent van de PMI deed het in mei beter dan verwacht en steeg voor het eerst weer, na drie maanden te zijn gedaald (PMI meet de stemming onder inkoopmanagers).

De grote onbekende factor

De grote onbekende factor is de VS. Het jaar begon er teleurstellend, maar omdat die tegenvallers aan tijdelijke factoren werden toegeschreven, zou de Amerikaanse economie later weer zou aantrekken. De recente cijfers zijn echter niet overtuigend. De vraag is dan ook of we moeten blijven geloven in een snelle opleving, of dat er een fundamenteler probleem speelt.

De consumentenbestedingen waren niet slecht, maar de consumenten hebben de meevaller van de lage olieprijzen beslist (nog) niet uitgegeven. Hiervoor worden verschillende theorieën aangedragen. Volgens sommigen zijn de consumenten terughoudend omdat ze nog steeds hun vermogensposities versterken. Dat klinkt voor mij niet overtuigend. Het klopt dat de spaarquote per definitie stijgt als consumenten hun onverwacht gestegen koopkracht niet besteden. Dit kun je zien als herstel van de vermogenspositie. Het probleem is dat we niet weten of de stijging van de spaarquote een al dan niet bewuste keus is. Als we naar het consumentenvertrouwen kijken, dan lijkt de consument zich geen grote zorgen maken. Ik denk dan ook dat er geen sprake is van een bewuste keus. Het patroon is er een dat we vaker hebben gezien na een sterke daling van de olieprijzen. Laten we dus wat geduld oefenen.

Een andere verklaring is dat consumenten een meevaller niet besteden als ze denken dat de lage olieprijzen van korte duur zijn. Dat zou het geval kunnen zijn. De olieprijzen zijn sinds hun laagste stand in januari inderdaad weer sterk gestegen. Daar staat tegenover dat wij in de huidige situatie op de oliemarkt een flink aanbodoverschot zien. Wij voorzien op korte termijn dan ook eerder een daling dan een stijging van de olieprijzen. We geloven in ieder geval dat de prijsdaling voor een deel duurzaam zal blijken. Het lijkt dan ook een redelijke aanname dat de consumentenbestedingen in de loop van het jaar toenemen.

Geen geweldige vooruitzichten voor opkomende landen

De opkomende landen vertonen dit jaar relatief weinig groei, althans de economieën in Azië en Latijns-Amerika. Ik heb het hier al vaak over gehad en wij verwachten geen grote veranderingen. Dus geen spectaculaire verbetering, maar evenmin een sterke verslechtering.

Monetair beleid

Per saldo verwachten we dat de groei van de wereldeconomie in de loop van dit jaar aantrekt. Tegen die achtergrond voorzien we een zeer gematigde inflatie en centrale banken die schokken willen vermijden.

De positie van de ECB is zonneklaar. De ECB is in mei met kwantitatieve verruiming begonnen en vindt dat het programma tot nu toe zeer succesvol verloopt. De recente, sterke stijging van de obligatierendementen kwam als een verrassing en het valt me op dat commentatoren die proberen te verklaren. De vraag lijkt mij eerder waarom zo veel beleggers bereid waren zo veel stukken met een negatief rendement vast te houden vóórdat de rente begon te stijgen. De sterke stijging, ook al was die van een moeilijk verklaarbare diepte naar een nog steeds extreem laag niveau, doet bij de ECB de alarmbellen rinkelen, en dat is ook begrijpelijk. Ik denk niet dat de ECB zich zorgen maakt over een rente van 0,6% op tienjaars Duitse staatsobligaties (Bunds), maar een aanhoudende stijging – en daardoor een sterk in waarde toenemende euro – zou zeker niet welkom zijn. De reactie van de ECB was klip en klaar. Met enkele verklaringen en de toezegging om op korte termijn de aankopen op te schroeven, heeft de ECB haar bedoelingen bijzonder duidelijk gemaakt: ze zal proberen een aanhoudende stijging van de rente of de euro te voorkomen. De markt heeft de boodschap begrepen: de rente op Bunds heeft zich gestabiliseerd en de euro is weer wat teruggezakt.

Positie van de Federal Reserve is lastiger

De Amerikaanse centrale bank (Federal Reserve) bevindt zich in een lastiger positie. De Fed heeft haar programma van kwantitatieve verruiming ruim een half jaar geleden beëindigd en moet nu bepalen wanneer de volgende stap op weg naar normalisering van het monetair beleid moet worden gezet en hoe die stap eruit moet zien. Tot voor kort leek dat duidelijk. De economie vertoonde meer dan trendmatige groei, de arbeidsmarkt werd krapper en het leek een kwestie van tijd voordat de Fed de rente kon verhogen. Dat is het volgens ons nog steeds, want wij zien goede conjuncturele vooruitzichten.

De mening van Charles Evans

Gegeven de zwakte van de laatste tijd kan de Fed er niet zeker van zijn dat de economie aan vaart wint. Daar komt bij dat onduidelijk is of de inflatie wel of niet gaat versnellen. Ik was afgelopen week op een door de Bundesbank en de US National Association for Business Economics georganiseerde conferentie. De belangrijkste spreker was Charles Evans, de voorzitter van de Chicago Fed. Hij hield een overtuigend pleidooi tegen al te grote haast van de kant van de Fed: die moet pas tot actie overgaan als ze absoluut zeker is dat haar inflatiemandaat bereikt wordt. De Fed hanteert een inflatiedoel van 2%. Dat is een gemiddelde dat over een langere periode gehaald moet worden. De gehanteerde inflatie-index staat momenteel op 1,3%. Evans wees erop dat de Fed al sinds 2008 onder haar inflatiedoel blijft. Langdurig het eigen inflatiedoel niet halen is schadelijk voor de geloofwaardigheid van een centrale bank, omdat het negatief uitwerkt op het gedrag van partijen in de economie. Evans is van mening dat de Fed, die nu al bijna zeven jaar onder haar inflatiedoel zit, er een tijdje boven moet gaan zitten om geloofwaardig te maken dat het inflatiedoel een symmetrisch doel is. Als het alleen aan Evans lag, zouden de VS pas ergens ver in de toekomst een krapper monetair beleid gaan voeren.

Ik voel eerlijk gezegd veel voor zijn pleidooi, maar hij is een bekende ‘duif’ en hij vertolkt zeker niet het standpunt van de meerderheid binnen het FOMC, het beleidscomité van de Federal Reserve. Ik heb hem daarop gewezen en gevraagd of hij zijn mede-FOMC-leden zou kunnen overhalen om te wachten. Hij antwoordde dat hij dat niet wist en voegde daaraan toe dat de eerste renteverhoging nu al heel lang steeds opnieuw wordt uitgesteld. Wij blijven erbij dat de eerste renteverhoging in september komt maar de kans op uitstel is wel aanzienlijk groter dan die op vervroeging. De Fed zal er in ieder geval alles aan gelegen zijn geen schokken op de financiële markten te veroorzaken.

Lees meer over

Discussieer mee

ABN AMRO is benieuwd naar uw mening. U kunt daarom onder dit artikel reageren via Disqus. Door te reageren gaat u akkoord met de voorwaarden.

Meer blogs

Filteren op