Alles wat nodig is, deel III

Blog -

Man met tablet en grafieken

In de woorden van ECB-president Mario Draghi klonk de ‘duif’ deze week sterker door. Het lijdt bijna geen twijfel dat de centrale bank haar monetaire stimulering wil uitbreiden, en flink ook. Hij deed zijn uitspraken afgelopen vrijdag in een toespraak in Frankfurt. Het verslag van de ECB-vergadering van oktober wees ook al in die richting. Dit werd afgelopen donderdag gepubliceerd.

Het is jaren geleden dat het beleid van de twee belangrijkste centrale banken zo sterk uiteen liep Nick Kounis Nick Kounis Hoofd Macro Research

  • Draghi toont met herformulering van ‘alles wat nodig is’ bereidheid om de inflatie zo snel mogelijk omhoog te duwen...
  • ...wat wijst op een grootschalige ECB-interventie in december
  • Notulen van de Fed duiden op een renteverhoging in december

De terugkeer van ‘alles wat nodig is’

Grafiek: Inflatie eurozone blijft achter bij prijsstabiliteitsdoel

Draghi gaf een nieuwe draai aan zijn beroemde ‘alles wat nodig is’ toen hij zei dat hij en zijn collega’s “zullen doen wat we moeten doen om de inflatie snel te laten stijgen.” In de zomer van 2012 wist hij beleggers hiermee te overtuigen dat de ECB alles uit de kast zou halen om de toekomst van de euro veilig te stellen. In de aanloop naar de kwantitatieve verruiming (quantitative easing – QE) bezigde hij deze taal opnieuw om aan te geven dat de centrale bank doortastend zou optreden in de strijd tegen deflatie. En hij komt er nu weer mee om duidelijk te maken dat de Raad van Bestuur alle nodige extra maatregelen zal nemen om op middellange termijn de inflatie weer dicht bij 2% te krijgen.

Inflatiezorgen

De ECB-president sprak zijn bezorgdheid uit over de inflatievooruitzichten, wat erop wijst dat volgens de centrale bank de risico’s voor de prijsstabiliteit vooral neerwaarts zijn gericht en dat de ECB niet wil negeren dat de inflatie al geruime tijd laag is. Uit het verslag van de vergadering van de Raad van Bestuur in oktober viel dat ook al op te maken. Daarin staat dat “bij de beoordeling van de risico’s voor de inflatievooruitzichten de leden opmerken dat de neerwaartse risico’s blijven overheersen en mogelijk zijn toegenomen.” De ECB-ramingen van september kwamen voor 2017 al uit op een inflatie van 1,7%, dus onder het inflatiedoel. Kortom, de inflatie blijft verder achter bij het prijsstabiliteitsdoel.

Snel optreden gewenst

Grafiek: ECB-ramingen in september

In zijn toespraak stelde Draghi dat, als dit beeld door de cijfers werd bevestigd, de ECB zou “optreden met alle middelen die ons binnen ons mandaat ter beschikking staan.” Het was duidelijk dat de Raad van Bestuur zich tijdens zijn vergadering van oktober ook zorgen maakte om de inflatievooruitzichten en -risico’s. Leden van de Raad spraken hun bezorgdheid uit over de kans op verdere verslechtering van de prijsontwikkeling.” Tegen deze achtergrond “werd de mening geuit dat er aanleiding was om te overwegen het accommoderende beleid van de ECB al tijdens de huidige beleidsvergadering te versterken en om in ieder geval eerder in een vroeg dan een laat stadium te handelen.’ Er werd uiteindelijk besloten tot december te wachten, maar ook om intussen de mogelijkheden voor verdere stimulering te beoordelen.

Commissies beoordelen omvang en onderpand voor QE

De Raad van Bestuur sprak ook over mogelijkheden voor verdere stimulering, waarbij werd opgemerkt dat “de huidige communicatie al voorziet in de mogelijkheid het programma tot na september 2016 te verlengen,” maar dat “aanpassing van de totale omvang en de samenstelling van het programma nadere analyse van ECB-medewerkers en de betrokken commissies behoeft.” De Raad besprak ook de mogelijkheid de rente te verlagen. In het verslag staat dat “er werd verwezen naar de ervaringen in andere jurisdicties, waar een negatieve rente niet leek te hebben geleid tot grote problemen of een grootschalige overstap op contanten. Ook deze mogelijkheid zou verder worden bestudeerd.

Vervolg nooit zo goed als het origineel

Een punt van zorg is nu dat het nieuwe pakket maatregelen minder effect heeft dan het vorige. In de filmwereld geldt dat eigenlijk altijd bij een part III’, maar het bleek ook bij de opeenvolgende QE-pakketten van de Amerikaanse centrale bank (Federal Reserve). Toch denken wij dat het juiste pakket maatregelen de economie een flinke impuls kan geven. De daling van de euro en de marktrente wijst erop dat de verwachting dat in december met stimuleren wordt begonnen, nu al effect begint te sorteren.

Het verwachte ECB-pakket voor december

De ECB zal waarschijnlijk doortastender uit de hoek komen dan algemeen wordt aangenomen. Wij verwachten een verhoging van de maandelijkse QE-aankopen met EUR 20 miljard, een signaal dat de aankopen tot na september 2016 worden verlengd en we denken dat er regionale obligaties zullen worden toegevoegd aan de lijst van financiële producten die de ECB opkoopt. Verder voorzien we een verlaging van de depositorente met 10bp en een beleidsindicatie dat de ECB deze rente zo nodig nog verder zal verlagen.

Notulen Fed-vergadering wijzen op renteverhoging in december

In de VS lijkt de Fed intussen precies de andere kant op te gaan dan de ECB, zo blijkt uit de notulen van de vergadering van het FOMC, het beleidscomité van de Federal Reserve, in oktober. De meerderheid van het FOMC is vóór een eerste renteverhoging volgende maand. ‘Op grond van hun inschatting van de huidige economische situatie en de vooruitzichten voor de economische bedrijvigheid, de arbeidsmarkt en de inflatie, verwachten de meeste leden dat de voorwaarden voor normalisering bij de volgende vergadering bereikt zijn,’ aldus de notulen. De meeste leden toonden zich echter ook voorstander van zeer geleidelijke verhoging. Wij verwachten dat de Fed de eerste rentestap in december zet, maar daarna zich zeer terughoudend opstelt en pas in juni volgend jaar opnieuw in actie komt. Het wordt waarschijnlijk de meest geleidelijke verhogingsscyclus in de recente geschiedenis.

Groot onderscheid in monetair beleid

Het is jaren geleden dat het beleid van de twee belangrijkste centrale banken zo sterk uiteen liep. Wij verwachten dat dit grote gevolgen zal hebben voor de obligatie- en valutamarkten. Zo denken we dat de rentemarge tussen obligaties van de VS en Duitsland verder zal groeien en dat deze voor het einde van het jaar het hoogste niveau bereikt sinds de vorming van de eurozone. Ook zal de euro waarschijnlijk nog flink aan waarde verliezen ten opzichte van de dollar.

Lees meer over

Discussieer mee

ABN AMRO is benieuwd naar uw mening. U kunt daarom onder dit artikel reageren via Disqus. Door te reageren gaat u akkoord met de voorwaarden.

Meer blogs