Doet de Fed wat ze zegt?

Blog -

Man looks out the window of office

Pas een paar weken geleden was de Amerikaanse centrale bank (Federal Reserve) nog tweeslachtig over een mogelijke renteverhoging. In de persverklaring na de vergadering van oktober klonk de stem van de hardliners al duidelijker door en nam de kans op een renteverhoging in december toe.

Uit de banencijfers over oktober blijkt dat de Amerikaanse economie bezig is de effecten van de eerdere financiële onrust van zich af te schudden Nick Kounis Nick Kounis Hoofd Macro Research

  • Sterke banencijfers: Fed verhoogt rente waarschijnlijk in december
  • Zware tijden voor Duitse industrie…
  • …maar vooruitzichten voor eurozone wijzen op aanhoudend herstel

Wij denken dat de banencijfers over oktober een eerste rentestap in december nog dichterbij hebben gebracht. Hoewel ons basisscenario uitging van een eerste verhoging in 2016, denken we dat de arbeidsmarkt nu flink op stoom is, genoeg om de inflatie sneller naar het doel van 2% terug te krijgen.

Amerikaanse arbeidsmarkt doet het in oktober in vele opzichten goed

Uit de banencijfers over oktober blijkt dat de Amerikaanse economie bezig is de effecten van de eerdere financiële onrust van zich af te schudden. Het aantal banen (ex agri) is in oktober gestegen met 271.000. Het cijfer voor september werd naar beneden bijgesteld tot 137.000 en dat voor augustus naar boven (+17.000). De toename in oktober was veel groter dan de 185.000 die analisten hadden voorspeld. Het werkloosheidspercentage daalde licht, van 5,1% in de voorafgaande maanden naar 5%. Het gemiddelde uurloon steeg met 0,4% m-o-m (was 0% in september). Het aantal parttimers dat een volledige baan zoekt, is eveneens gedaald, naar 9,8%, het laagste cijfer sinds 2008. De arbeidsparticipatie is met 62,4% echter onveranderd sinds augustus. Per sector bekeken blijft de industrie weinig mensen aannemen: daar zijn in oktober geen banen bijgekomen.

Wat moet er volgens de Fed op de arbeidsmarkt gebeuren?

Een van de voorwaarden voor een renteverhoging dit jaar is ‘een verdere verbetering van de arbeidsmarkt’, zoals het in de laatste verklaring van het FOMC, het beleidscomité van de Amerikaanse centrale bank (Federal Reserve), werd geformuleerd. Bij het rentebesluit spelen de arbeidsmarktcijfers voor oktober en november een cruciale rol. Maar die niet alleen. Al vanaf het begin van haar ambtstermijn hanteert Fed-voorzitter Yellen een breder scala aan indicatoren om de ruimte op de arbeidsmarkt te bepalen. Het aantal banen (ex agri) en de werkloosheid vormen geen probleem: die wezen het afgelopen jaar beide op een krapper wordende arbeidsmarkt. Verder geven de indicatoren die de veranderingen op de arbeidsmarkt meten, zoals het aantal ontslagen en indiensttredingen, een gematigde groei te zien. Bovendien komen er steeds meer signalen dat het in bepaalde sectoren steeds moeilijker wordt de juiste mensen te vinden.

De zwakkere plekken van de arbeidsmarkt betreffen de arbeidsparticipatie, de lonen en het nog steeds grote aantal parttimers dat fulltime wil werken. De arbeidsparticipatie (werkende/beschikbare beroepsbevolking) is met 62,4% onveranderd sinds augustus. Dit is een belangrijk cijfer, maar wij denken dat het slechts een kwestie van tijd is voordat mensen die nu niet op zoek naar een baan zijn, weer gaan werken. De Fed-voorzitter is bereid om de werkloosheid onder de 4,9% te laten gaan (dit is het niveau dat overeenkomt met een inflatie van 2%). Daarmee zou de participatiegraad verder kunnen stijgen. Dit zou de Fed meer zekerheid geven dat de inflatie weer op het goede spoor zit. Voor een bevestiging hiervan moeten we wachten op het arbeidsmarktrapport over november. Een sterkere loongroei zou bijvoorbeeld helpen. De economie zou echter enigszins onder druk kunnen komen als een duurdere dollar weer leidt tot verkrapping op de financiële markten. De intrinsieke kracht van de arbeidsmarkt lijkt echter krachtig genoeg om daar tegen bestand te zijn.

Marktreacties op Amerikaanse arbeidsmarktcijfers

De goede arbeidsmarktcijfers hebben tot een sterke stijging van de obligatierente en een duurdere dollar geleid. En de markten schatten de kans op een renteverhoging in december nu ook hoger in (van 58% vóór de publicatie van de cijfers naar 72%).

Herstel van Amerikaanse arbeidsmarkt

Zware tijden voor Duitse industrie…

Zowel de fabrieksorders als de industriële productie zijn in Duitsland gedaald, in september én in het derde kwartaal als geheel. De fabrieksorders namen in september met 1,7% maand-op-maand af, de industriële productie met 1,1% m-o-m. Dat brengt de orders over het gehele derde kwartaal op -2,8% kwartaal-op-kwartaal en de productie op -0,2%. Uit de gedetailleerde ordercijfers blijkt duidelijk dat vooral de vraag naar Duitse industriegoederen buiten de eurozone zwak is. De fabrieksorders vanuit Duitsland zelf namen in het derde kwartaal toe met 0,2% k-o-k. De totale orders vanuit de rest van de eurozone stegen met 1,0%. Buitenlandse orders van buiten de eurozone daalden daarentegen sterk, met 8,6% k-o-k. Het verloop van de orders benadrukt dat de BRIC-landen en andere opkomende markten een relatief groot aandeel in de Duitse export hebben (zie grafiek). Bovendien lijkt het positieve effect van de depreciatie van de euro in de tweede helft van vorig jaar en de eerste maanden van dit jaar af te nemen.

Grafiek: Duitse fabrieksorders naar herkomst

…maar de Duitse binnenlandse vraag blijft op peil

De Duitse binnenlandse vraag lijkt beter op peil te blijven. Na een daling van 0,3% in het tweede kwartaal zijn de detailhandelsverkopen in het derde kwartaal met 0,9 % kwartaal-op-kwartaal gestegen. Daarmee worden de sterk gedaalde autoverkopen in het derde kwartaal ruimschoots gecompenseerd. Bovendien vertoont de PMI (meet sentiment onder inkoopmanagers) voor de dienstensector de afgelopen maanden een opgaande lijn, van 53,8 in juni naar 54,5 in oktober: de productie in de dienstensector lijkt in het derde kwartaal dus sterker te zijn gegroeid. Ook de bouwproductie steeg in het derde kwartaal, met 0,7% k-o-k na een daling van 1,6% in het tweede kwartaal. Dit wijst erop dat ook de investeringen in de woningbouw in het derde kwartaal zijn aangetrokken. Duitse bedrijven hebben bovendien meer orders voor kapitaalgoederen geplaatst, een teken dat er ook meer in machines geïnvesteerd wordt. Op 13 november worden de BBP-cijfers gepubliceerd. Omdat de binnenlandse vraag op peil blijft, denken wij dat de economie slechts iets minder hard is gegroeid (van 0,4% k-o-k in het tweede naar 0,3% in het derde kwartaal), ondanks de negatieve bijdrage van de industriële productie.

Eurozone houdt groeimomentum vast

Ondanks de verwachte groeivertraging van het Duitse BBP voorzien we voor de eurozone als geheel een stabilisering op 0,4% kwartaal-op-kwartaal voor het derde kwartaal (ook deze cijfers worden op 13 november gepubliceerd). Hoewel de BBP-groei in Spanje (bekendgemaakt op 30 oktober) iets lager uitkwam, lijkt die in de andere drie landen van de ‘grote vijf’ (Frankrijk, Italië en Nederland) te zijn aangetrokken of gelijk te zijn gebleven. Dat de BBP-groei in de eurozone in het derde kwartaal stabiliseert, was ook op te maken uit de maandelijkse indicatoren, zoals de samengestelde PMI en de stemmingsbarometer van de Europese Commissie.

Grafiek: Aandeel van BRIC-landen in totale export

De blog van Nick Kounis is deze week geschreven door Maritza Cabezas en Aline Schuiling.

Lees meer over

Discussieer mee

ABN AMRO is benieuwd naar uw mening. U kunt daarom onder dit artikel reageren via Disqus. Door te reageren gaat u akkoord met de voorwaarden.

Meer blogs