Inflatie trekt aan

Blog -

Man met tablet en grafieken

De inflatie heeft in de afgelopen maanden wereldwijd een opgaande lijn ingezet. Dit werd voorafgegaan door een sterke neerwaartse trend die medio 2011 begon en eind 2014 afvlakte. Sindsdien heeft de inflatie zich min of meer gestabiliseerd rond het nulpunt. De inflatie in de eurozone bedroeg in september +0,4% j-o-j, na een geleidelijke stijging vanaf het laagtepunt van -0,2% j-o-j eerder dit jaar. De CPI-inflatie (CPI: consumentenprijsindex) in de VS is toegenomen naar 1,5% (vanaf een laagtepunt van 0,8% in juli) en de Chinese CPI is versneld naar 1,9%, vergeleken met een laagtepunt van 1,3% in augustus. Heeft de inflatie dan inderdaad een omslagpunt bereikt? En gaat de inflatie in de komende maanden sterker stijgen?

Een tweede positieve ontwikkeling voor de mondiale inflatie is de prijsontwikkeling voor industriegoederen. Deze prijzen dalen sinds het najaar van 2014. Nick Kounis Nick Kounis Hoofd Macro Research

Mondiale inflatie vertoont stijgende lijn

  • De wereldwijde inflatie trekt inmiddels aan en neemt naar verwachting de komende maanden verder toe 
  • De energieprijsinflatie gaat omslaan van negatief naar positief, terwijl de mondiale prijsdeflatie voor industriegoederen is afgezwakt 
  • Toch zijn er redenen waarom wij denken dat de stijging niet heel sterk of langdurig zal zijn 
  • De economische groei verbetert maar blijft flets, terwijl de onbenutte capaciteit wereldwijd de binnenlandse prijsdruk laag houdt.

Remmend effect van olieprijs gaat afnemen

De totale inflatie zal in de komende maanden verder versnellen. Het belangrijkste punt is dat het remmende effect van de energieprijsinflatie gaat afnemen. Wij verwachten dat de olieprijs in de komende maanden gaat stijgen, maar ook bij gelijkblijvende energieprijzen (op het huidige niveau van ongeveer USD 50) slaat de verandering van de energieprijzen op jaarbasis om van negatief naar duidelijk positief. Hierdoor komt de totale CPI in alle grote economieën hoger uit. Dit blijkt uit de grafiek links op blz. 2.

Prijsdeflatie industriegoederen neemt af

Een tweede positieve ontwikkeling voor de mondiale inflatie is de prijsontwikkeling voor industriegoederen. Deze prijzen dalen sinds het najaar van 2014 (zie de grafiek rechts hieronder op blz. 2). In de afgelopen paar maanden is het deflatietempo echter afgenomen en er zijn tekenen dat het einde in zicht is. Vooral China, dat vaak de 'fabriek van de wereld' wordt genoemd, is een belangrijke aanjager van de industriële activiteit en de prijzen van industriegoederen. De Chinese producentenprijzen, die rond de jaarwisseling een sterke daling vertoonden, zijn in september gestabiliseerd. Ook de productentenprijsindex (PPI) van de wereldwijde PMI (Purchasing Managers Index ) voor de verwerkende industrie loopt op en geeft aan dat het einde van de deflatie in zicht is.

Energieprijsinflatie gaat toenemen Wereldwijde goederenprijsdeflatie neemt af

Omslag grondstoffenprijzen en minder overcapaciteit

Wat verklaart de trendomslag in prijzen van Chinese industriegoederen? Een van de factoren is het herstel van de grondstoffenprijzen na de ineenstorting in 2014- 2015. Een tweede factor is de lichte verbetering van de economische groei in China. Tot slot is in een aantal industriële sectoren de overcapaciteit afgenomen, waardoor het neerwaartse effect op de prijzen is verminderd.

Niet al te sterk of langdurig

Toch denken wij niet dat de opwaartse beweging van de mondiale inflatie al te sterk of langdurig zal zijn. Om te beginnen is het effect van de energieprijs op de inflatie over het algemeen van voorbijgaande aard. Zoals de linker grafiek aangeeft, zal de olieprijs waarschijnlijk in de komende maanden de energieprijsinflatie opdrijven maar dit effect neemt vermoedelijk in de loop van volgend jaar af. Bovendien zijn er enkele factoren die de versnelling van de prijsstijging voor industriegoederen afremmen. De overcapaciteit in een aantal sectoren van de Chinese industrie is bijvoorbeeld wel afgenomen maar nog lang niet verdwenen. Daarnaast zal de groei van de wereldwijde industrie en handel waarschijnlijk verbeteren, maar wel vanaf een zeer laag niveau.

VS het dichtst in de buurt van volledige werkgelegenheid

Bovendien is er meer in het algemeen in een groot aantal economieën nog steeds sprake van veel onbenutte productiecapaciteit. Dit houdt de binnenlandse prijsdruk laag. De Amerikaanse economie bevindt zich waarschijnlijk het dichtst in de buurt van volledige werkgelegenheid. De werkloosheid is gedaald naar een laag niveau. Volgens veel schattingen is dit niveau echter nog niet laag genoeg om voor een sterke loondruk te zorgen. De loongroei vertoont weliswaar enige tekenen van leven maar blijft gematigd. Het werkloosheidspercentage is in het afgelopen jaar ongeveer gelijk gebleven, doordat de sterke werkgelegenheidsgroei gepaard ging met een toenemend arbeidsaanbod. Omdat de participatiegraad van de beroepsbevolking laag is en parttimers fulltime willen gaan werken, kan de arbeidsmarkt wat ruimer zijn dan het lage werkloosheidspercentage aangeeft.

Lage onderliggende inflatiedruk in eurozone en Japan

Aan het andere uiteinde van het spectrum bevindt zich de eurozone, waar de werkloosheid is gedaald maar nog steeds hoog is. De loongroei laat zelfs nog steeds een dalende lijn zien, wat mogelijk mede voortkomt uit lage inflatieverwachtingen, die vaak de basis vormen voor loonakkoorden. De kerninflatie in de eurozone is laag (slechts 0,8%) en laat geen tekenen van een stijging zien. Verder is de kerninflatie in Japan de afgelopen maanden vertraagd. Deze bedraagt nu bijna 0% en er is een risico dat het land opnieuw met deflatie wordt geconfronteerd. De kracht van de yen en zwakke economische groei zijn de belangrijkste oorzaken.

Lage kerninflatie in de eurozone en Japan Daling van pond leidt tot hogere Britse importprijzen

Verenigd Koninkrijk is een geval apart

Er is één land dat een uitzondering vormt. De inflatie in het Verenigd Koninkrijk zal de komende maanden naar verwachting fors oplopen. Als gevolg van Brexit is het pond sterk in waarde gedaald (zie grafiek rechts hierboven). Dit wijst op een stijging van de importprijzen, die uiteindelijk tot uiting komt in een oplopende prijsinflatie voor kerngoederen. In combinatie met aanzienlijk hogere energieprijzen (mede versterkt door de daling van het pond ten opzichte van de dollar) zullen deze factoren de CPI-inflatie in het Verenigd Koninkrijk waarschijnlijk opdrijven richting 3%. Dat is aanzienlijk boven het inflatiedoel van 2% van de Britse centrale bank voor de middellange termijn.

Delen

Lees meer over

Discussieer mee

ABN AMRO is benieuwd naar uw mening. U kunt daarom onder dit artikel reageren via Disqus. Door te reageren gaat u akkoord met de voorwaarden.

Meer blogs