Loopt mondiale inflatie op?

Blog -

Aandelencijfers

Het begin van het jaar werd gekenmerkt door dalende inflatieverwachtingen. Economen verlaagden hun inflatieprognoses. Maatstaven voor de inflatieverwachtingen die worden afgeleid van de ontwikkeling op financiële markten daalden hand in hand met de olieprijzen. De afgelopen weken waren er echter verschillende tekenen van een licht toenemende inflatie te bespeuren. De kerninflatie in de VS versnelde in februari naar 1,7% j-o-j, vergeleken met 1,4% eind 2015. De kerninflatie in de eurozone steeg van 0,8% in februari naar 1% in maart, waarmee de daling van de voorgaande maand ongedaan werd gemaakt. Verder zijn de grondstofprijzen ongeveer 10% gestegen ten opzichte van het dieptepunt in februari. Tot slot vertraagde de mondiale prijsdeflatie bij industriële goederen in januari, volgens berekeningen van het CPB. Betekenen al deze cijfers dat de mondiale inflatie bezig is te kenteren?

De werkloosheid in de eurozone daalt, maar komt van een heel hoog niveau en een sterke loondruk lijkt vooralsnog onwaarschijnlijk. Nick Kounis Nick Kounis Hoofd Macro Research

  • Recente inflatiecijfers uit de VS en de eurozone vertoonden een lichte stijging, grondstofprijzen zijn gestegen en de mondiale daling van goederenprijzen is afgenomen
  • De totale inflatie gaat later dit jaar oplopen, maar de onderliggende inflatoire druk blijft naar verwachting gematigd 
  • De mondiale economische groei blijft flets; overcapaciteit bij de Chinese industrie blijft een bron van disinflatie 
  • De loongroei is in de VS bescheiden en in de eurozone zwak; de recente stijging van consumentenprijzen komt deels door bijzondere factoren

Totale inflatie neemt later dit jaar toe

Wij verwachten dat later dit jaar de totale inflatie toeneemt. Dit is meer een cijfermatige dan een economische kwestie. In ons basisscenario gaan wij uit van een geleidelijke stijging van de olieprijs in de loop van het jaar. Maar ook als de olieprijs stabiel blijft op het huidige niveau, loopt de energie-inflatie op jaarbasis uiteindelijk op van het huidige sterk negatieve percentage naar rond de 0%. Dit betekent dat het negatieve effect van de energieprijzen op de inflatie in de tweede helft van het jaar wegvalt, tenzij de olieprijs opnieuw sterk daalt. De totale inflatie is dus misschien nog niet omgeslagen, maar na de zomer zal dit waarschijnlijk wel gaan gebeuren.

Bijzondere factoren

Toch lijkt het erop dat de onderliggende inflatiedruk gematigd blijft. Dit betekent dat de totale inflatie uiteindelijk stabiliseert op een laag niveau nadat het neerwaartse effect van de energieprijzen wegvalt. Om te beginnen is het heel goed mogelijk dat de recente stijging van de kerninflatie te wijten is aan tijdelijke factoren. Dit geldt vooral voor Europa. De inflatie werd hier waarschijnlijk opgedreven doordat Pasen dit jaar vroeg viel. Dit effect wordt in april ruimschoots teniet gedaan, waarna de ontwikkeling in mei normaliseert. We beschikken alleen over algemene cijfers, maar het lijkt erop dat de inflatie in de dienstensector (die opliep van 0,9% naar 1,3%) het sterkst werd beïnvloed. Meer gedetailleerde cijfers uit de Duitse deelstaten wijzen bijvoorbeeld op een sterke stijging van de prijzen van vakantiereizen. In de VS hebben medische kosten een opwaarts effect gehad op de inflatie, maar dit effect zal mogelijk niet van lange duur zijn. 

Goederenprijzen blijven wereldwijd waarschijnlijk zwak

Bovendien lijkt het er niet op dat de mondiale goederenprijzen op korte termijn omhoog zullen gaan. Er zijn de afgelopen tijd wel tekenen van verbetering geweest, maar wereldwijd ontwikkelt de industriële productie - die meestal een voorbode is van de mondiale prijsontwikkeling - zich nog steeds zwak. Dus ook als de productie zich enigszins herstelt, duurt het even voordat de prijzen mee omhoog gaan. Bovendien wordt de prijsontwikkeling op dit moment mogelijk door een aantal bijzondere factoren gedrukt. China - vaak de fabriek van de wereld genoemd - kampt nog steeds met industriële overcapaciteit. Hoewel de winst bij de Chinese industrie in februari voor het eerst sinds december 2012 steeg, is het nog veel te vroeg om te kunnen zeggen of deze ontwikkeling doorzet. Met name de prijzen van Chinese industriële goederen dalen nog steeds sterk.

Global production and manufactured goods prices

Matige loongroei VS ondanks sterke banengroei

Tot slot blijkt door de tijd heen de inflatie vooral bepaald te worden door binnenlandse factoren. Met name een hogere loongroei is cruciaal voor een langdurige opwaartse tendens van de kerninflatie. Toch is de loongroei in de VS bescheiden ondanks de aanhoudend sterke banengroei (245.000 in februari en 215.000 in maart). In maart kwam de loongroei uit op slechts 2,3% j-o-j. Een oorzaak van deze schijnbare inconsistentie is dat de arbeidsmarkt niet verder verkrapt. Het werkloosheidspercentage bedraagt al zes maanden op rij 4,9% of 5%. Dit komt doordat een groter arbeidsaanbod voorziet in de toegenomen arbeidsvraag. De participatiegraad van de beroepsbevolking is vier maanden op rij gestegen. Wij verwachten dat deze situatie de komende tijd voortduurt en dat het werkloosheidspercentage ongeveer gelijk blijft. Dat is niet in de laatste plaats doordat de banengroei waarschijnlijk iets afzwakt door de tragere economische groei en dalende winsten. In de eurozone is de loongroei nog zwakker: ongeveer 1,5%. De werkloosheid in de eurozone daalt, maar komt van een heel hoog niveau en een sterke loondruk lijkt vooralsnog onwaarschijnlijk.

Lees meer over

Discussieer mee

ABN AMRO is benieuwd naar uw mening. U kunt daarom onder dit artikel reageren via Disqus. Door te reageren gaat u akkoord met de voorwaarden.

Meer blogs