Nieuwe records op Europese aandelenmarkten

Blog -

Grafiek stijgend stad

De mondiale financiële markten waren in de twee weken rondom de Pasen uitermate positief gestemd. Dalende rente en veel overnamenieuws wogen kennelijk zwaarder dan onduidelijkheid over het beleid van de Federal Reserve en waarschuwingen door het IMF.

Het macro-economische nieuws in Europa blijft eveneens in positieve zin verrassen Ben Steinebach Ben Steinebach Hoofd Beleggingsstrategie

De voortgaande daling van de kapitaalmarktrente wordt enerzijds veroorzaakt door het beleid van de Europese Centrale Bank (ECB) en anderzijds door zichtbare verdeeldheid binnen het beleidsbepalende comité van de Amerikaanse Federal Reserve. Leden van dat laatste comité verschillen van mening over het tijdstip van de eerste renteverhoging (juni of september), maar in beide gevallen lijkt er enige consensus dat het tempo van renteverhogingen wat gematigder zal zijn dan tot voor kort nog werd gedacht. Dit wordt onder andere ingegeven door een recentelijk wat tegenvallend verloop van allerlei economische indicatoren, waaronder bijvoorbeeld de sterk tegenvallende werkgelegenheidsontwikkeling in maart. Hoewel ook tijdelijke factoren – streng winterweer aan de oostkust en stakingen in havens aan de westkust – hiervoor overduidelijk verantwoordelijk zijn, draagt het bij aan een wat minder positieve stemming op de markten dan in Europa. Daar heeft de ECB er inmiddels de eerste maand van kwantitatieve verruiming (het opkoopprogramma van obligaties) opzitten. In het programma, dat op 9 maart begon, is in maart € 52,5 miljard aan staatsobligaties opgekocht, waarmee het eurosysteem redelijk op het schema van € 60 miljard per maand zit. Dit heeft de aandelenmarkten in het eurogebied een behoorlijke stimulans gegeven en deze boekten dan ook nieuwe recordniveaus. Dit werd verder gestimuleerd door overnamenieuws waarbij Europese bedrijven betrokken waren. Voorbeelden daarvan waren TNT-Express (overgenomen door FedEx) en Royal Dutch Shell dat het Britse BG overnam. Het macro-economische nieuws in Europa blijft eveneens in positieve zin verrassen. Dat gold bijvoorbeeld voor de detailhandelsverkopen en ook voor de autoverkopen, beide een indicatie dat ook Europese consumenten weer meer bereid zijn om hun portemonnee te trekken. Daarnaast blijft Griekenland natuurlijk in de belangstelling, hoewel het effect op de financiële markten vooralsnog beperkt is. Het land heeft volgens de verplichting € 450 miljoen afgelost bij het IMF, maar moet dit jaar nog circa € 9 miljard aflossen aan het Fonds. Griekse banken hebben wel weer toegang tot nieuwe noodfaciliteiten (€ 1,2 miljard) van de centrale bank, waarvoor de ECB toestemming heeft gegeven. Inmiddels begint de tijd wel te dringen voor overeenstemming met de eurogroep. Er ligt weliswaar een bezuinigings- en hervormingsprogramma – vooral gericht op het verminderen van belastingontduiking – maar de invulling ervan voldoet nog niet geheel aan de eisen van de geldschieters. Voor de eurogroepvergadering van 24 april dient er overeenstemming te zijn, maar het is niet uitgesloten dat deze deadline – zoals zo vaak – niet wordt gehaald en de druk weer moet worden opgevoerd.

AEX weer op 500 punten

De mondiale aandelenmarkten waren de afgelopen weken zonder uitzondering positief gestemd. Omdat het economisch beeld in Europa gunstiger is dan in de Verenigde Staten, de euro opnieuw verder verzwakte tegenover de dollar en het bedrijfsnieuws vooral uit Europa kwam, deden de Europese markten het wat beter. Op woensdag 8 april werd het resultatenseizoen (over het eerste kwartaal van dit jaar), zoals gebruikelijk, afgetrapt met de bedrijfsresultaten van de Amerikaanse aluminiumproducent Alcoa. De resultaten waren iets beter dan gemiddeld door analisten was verwacht, maar de geschetste vooruitzichten waren – evenals de omzetcijfers – wat teleurstellend. Bovendien werd het nieuws wat ondergesneeuwd door de overname door Royal Dutch Shell van British Gaz (BG) voor in totaal € 64 miljard, deels in contanten en deels in aandelen. Met de overname hoopt Shell de in gang gezette verschuiving van olie naar gas verder door te voeren en bovendien toegang te krijgen tot nieuwe olievelden in de buurt van Brazilië. De combinatie wordt na ExxonMobil het tweede oliebedrijf ter wereld. Op de Amerikaanse markt werd daarentegen juist teleurgesteld gereageerd op het afketsen van een overname van Altera door Intel. Daarentegen slaagde FedEx er wel in het Nederlandse TNT-Express over te nemen voor $ 8 per aandeel in contanten (een premie van 33% ten opzichte van de koers op de dag ervoor). Omdat beide partijen behoorlijk complementair zijn op regionaal niveau en op het gebied van hun activiteiten, worden positieve synergie-effecten voorzien. De AEX steeg de afgelopen week met 2% ten opzichte van voor de Pasen en met ruim 3% vergeleken met de week ervoor. Op dinsdag na Pasen werd voor het eerst sinds begin 2002 het niveau van 500 punten weer geslecht. Hoewel het dus geen nieuw record betreft (in 2000 stond de index op 700 punten) is de samenstelling van de index sterk veranderd en staan de koersen van veel bedrijven wel degelijk op recordniveaus.

Schaarste op Europese obligatiemarkt

De Europese obligatiemarkten werden de afgelopen weken gedomineerd door het beleid van de ECB. Omdat er door dit beleid schaarste ontstaat verschuift de vraag ook naar andere segmenten van de obligatiemarkt. In de eerste drie weken (vanaf 9 maart) van het opkoopprogramma van het eurosysteem (ECB en nationale centrale banken) is voor € 52,5 miljard aan obligaties gekocht. Duitse staatsobligaties vormde de grootste post (€ 11 miljard), gevolgd door Franse obligaties (€ 8 miljard), terwijl de Nederlandsche Bank € 2,5  miljard aan Nederlandse obligaties kocht. Met deze bedragen ligt het systeem redelijk op schema van € 60 miljard voor een hele maand.  Inmiddels is er enige schaarste aan geschikt papier zichtbaar aan het worden en is het effectief rendement van Duitse obligaties voor looptijden tot en met 7 jaar negatief. Er is namelijk onvoldoende nieuw aanbod van papier om in de toenemende vraag te voorzien. Daarmee verschuift de belangstelling van beleggers naar andere segmenten van de obligatiemarkt om toch nog wat positief rendement te realiseren. De rendementen op bedrijfsobligaties volgen echter het neerwaartse verloop van de rendementen op staatsobligaties, zij het iets trager en op enige afstand. Vooral bij obligaties van zeer kredietwaardige bedrijven is er namelijk wel veel emissie-activiteit en is er dus veel nieuw aanbod van papier, waardoor de rentedaling wordt beperkt. De komende maanden kan de achterstand weer wat worden ingelopen omdat er veel aflossingen zijn en nieuwe uitgifte beperkter is vanwege het resultatenseizoen. Daarom gaan beleggers – op zoek naar extra rendement – vermoedelijk verder uitwijken naar langere looptijden en meer risico (high yield) en mede omdat dit markten van geringere omvang zijn, zal het neerwaartse effect op de rendementen vermoedelijk wat groter zijn.

Resultatenseizoen kan extra impuls worden voor markten

Na Alcoa zullen de komende week meer – vooral Amerikaanse – bedrijven hun resultaten presenteren. Daarnaast is er de gebruikelijke reeks macro-economische indicatoren, die de komende week gedomineerd wordt door inflatiecijfers. In de Verenigde Staten zullen komende week de investment banks Goldman Sachs en JP Morgan hun resultaten over het eerste kwartaal publiceren. Belangrijker is wellicht de publicatie door General Electric, dat wel als de beste indicator van de Amerikaanse economie wordt gezien. Voorts zullen Johnson & Johnson en Intel hun resultaten publiceren. In Nederland is de beurt als eerste aan ASML en Unilever, terwijl aan het einde van de week Nutreco (overgenomen door SHV) van de beurs zal verdwijnen. Op macro-economisch gebied wordt het beeld gedomineerd door gegevens over de inflatie. Zowel in de Europese Unie als geheel, in Duitsland, Frankrijk, Italië, Spanje en het Verenigd Koninkrijk zullen diverse gegevens op dit terrein worden gepresenteerd. In het laatste land verschijnen ook nog eens cijfers over de huizenprijzen. Dat laatste is ook het geval in de Verenigde Staten waar ook een sentimentsindicator over deze markt wordt gepubliceerd alsmede gegevens over het aantal in aanbouw genomen woningen. Daarnaast verschijnen in de Verenigde Staten de eerste gegevens over de conjunctuur in april in de vorm van de Empire State Manufacturing Index en de Philadelphia Fed Index. Ook het zogeheten “Beige Book” van de Federal Reserve, dat een indicatie geeft van het economisch verloop in de afgelopen zes weken, zal zich in de aandacht van beleggers kunnen verheugen. Tegen het einde van de week zullen de IMF-vergadering en de G-20 bijeenkomst de aandacht opeisen. Het IMF heeft al een voorschot genomen met studies over het lagere economische groeitempo in de westerse wereld en de effecten van beleggingsfondsen op de financiële stabiliteit van de financiële markten. Genoeg stof voor overleg dus. Tot slot zal voordien ook het ECB-bestuur bijeenkomen en zich buigen over de eerste resultaten van het opkoopprogramma van obligaties. De week wordt afgesloten met cijfers uit de Verenigde Staten over inflatie en consumentenvertrouwen (voorlopig cijfer van de universiteit van Michigan).

Lees meer over

Discussieer mee

ABN AMRO is benieuwd naar uw mening. U kunt daarom onder dit artikel reageren via Disqus. Door te reageren gaat u akkoord met de voorwaarden.

Meer blogs

Filteren op