Puzzelstukjes vallen in elkaar

Blog -

Hand legt puzzelstuk

De macrocijfers die de grootste economieën de afgelopen week bekendmaakten, sluiten aan bij onze visie dat deze economieën aan het begin van een groeiversnelling staan. De financiële markten worden ondertussen heen en weer geslingerd tussen deze verbeterende vooruitzichten enerzijds en onzekerheid over wanneer en hoe snel de monetaire stimulering wordt afgebouwd anderzijds. Dit gaat waarschijnlijk tot vlagen van volatiliteit leiden. Per saldo rekenen wij de komende 18 maanden op een geleidelijke stijging van de obligatierente, waarbij de markten voor risicovolle beleggingen zich uiteindelijk toch meer laten leiden door de economische vooruitzichten dan door de onvermijdelijke monetaire verkrapping en hogere kredietkosten.

De macrocijfers die de grootste economieën de afgelopen week bekendmaakten, sluiten aan bij onze visie dat deze economieën aan het begin van een groeiversnelling staan. Han de Jong Han de Jong Chief Economist

Discussie over monetair beleid duurt voort

De financiële markten hielden zich de afgelopen weken bezig met de vraag wanneer en hoe snel de Amerikaanse centrale bank (Fed) de monetaire stimulering gaat afbouwen. Daar ben ik vorige week al op ingegaan. Afgelopen donderdag verscheen hierover ook een artikel in The Wall Street Journal, dat de markten blijkbaar wat geruststelde. Hierin werd betoogd dat de Fed de verwachtingen omtrent renteverhogingen gaat temporiseren. Dat lijkt mij inderdaad waarschijnlijk. Sterker nog, dat voerde ik vorige week ook al aan. De Amerikaanse economie kan immers een scherpe en aanhoudende stijging van de kredietkosten niet aan. Voordat een dergelijke stijging veel schade kan aanrichten, zal de Fed proberen de kredietkosten te verlagen door de marktverwachtingen met betrekking tot door de Fed te nemen maatregelen te sturen. Ik denk dat die aanpak in grote lijnen ook gaat werken, op zijn minst voor een tijdje, zodat we ons kunnen opmaken voor een periode waarin de obligatierente per saldo geleidelijk oploopt, maar dit kan wel met de nodige volatiliteit gepaard gaan. Ook al kan de volatiliteit op diverse markten dus toenemen, toch verwacht ik dat de verbeterende vooruitzichten voor de Amerikaanse economie, in combinatie met nog steeds genereuze liquiditeitsomstandigheden, voor een omgeving zorgen waarin risicovolle beleggingscategorieën het per saldo goed doen. Dat neemt niet weg dat ik twee risico’s bespeur. Allereerst kunnen beleggers op bepaalde markten wellicht niet zo goed omgaan met een oplopende volatiliteit en een proces in gang zetten dat mogelijk in een massale uittocht uitmondt.

Ten tweede kan er een moment komen dat marktpartijen iets ergers gaan vrezen dan dat de Fed eerder dan beloofd gaat verkrappen: namelijk dat de Fed inmiddels achter de feiten aanloopt. Zolang die eerste vrees de overhand heeft, kan de Fed beleggers nog verbaal en wellicht met wat markt-maatregelen geruststellen. Het tweede angstgevoel valt voor de Fed echter veel moeilijker te sturen. Mocht de economische groei gedurende een langere periode versnellen tot boven het trendmatige niveau - niet ons basisscenario, maar ook niet onmogelijk - dan is een rente van 0% zeker te laag, zelfs als de inflatie op dat moment nog onder de 2% ligt. Ik kan moeilijk geloven dat de markt zich in zo’n situatie laat geruststellen door een Fed die roept dat alles onder controle is. Het is waarschijnlijker dat de Fed zal trachten om iets op de feiten vooruit te lopen, met andere woorden, agressiever gaat verkrappen. De grote vraag luidt hoever we van het verwijderd zijn waarop de markten gaan vrezen dat de Fed achter de feiten aanloopt. Dat weet ik natuurlijk ook niet, maar ik denk wel dat het nog tijdje kan duren. Blijf dus het nieuws volgen. 

Goede cijfers

In de belangrijkste economieën werden vorige week over het algemeen goede economische cijfers bekendgemaakt. Wij hebben al lange tijd betoogd dat de wereldeconomie zo ongeveer halverwege het jaar aan kracht gaat winnen en de komende 18 maanden onder aanvoering van de VS steeds meer groei zal laten zien. De diverse puzzelstukjes vallen nu mooi in elkaar.

De economie van de eurozone lijkt op te schuiven van milde krimp naar stagnatie en bescheiden groei: de industriële productie is in april in de gehele eurozone met 0,4% m-o-m gegroeid. Dat lijkt wellicht niet spectaculair, maar die groei volgt wel op een toename van de productie met 0,9% m-o-m in maart. Het cijfer voor maart werd gesteund door het koude weer dat zorgde voor een toename van de energieproductie met 3,4%. Aangezien het weer in april iets beter was, werd er voor die maand een omslag voorzien met een industriële productie die per saldo zou stagneren. De energieproductie viel m-o-m echter slechts 1,5% terug, terwijl de productie van kapitaalgoederen met 2,7% m-o-m steeg, tegen +1,2% in maart en +0,7% in februari. Zoals te verwachten viel, toonde de uitsplitsing naar land vooral een sterke bijdrage van Duitsland (+1,2% m-o-m) en Frankrijk (+2,3%), terwijl Griekenland, Portugal, Spanje en Italië allemaal een daling van de productie rapporteerden. Het productiecijfer kan weliswaar volatiel zijn, maar het begint er nu toch op te lijken dat de groei van de productie in de eurozone aan het uitbodemen is. Jaar-op-jaar is de productie met slechts 0,6% gedaald, de kleinste krimp sinds november 2011. De Britse productiecijfers toonden een soortgelijk beeld.

Puzzel 01

Bovendien zette de RICS-huizenprijsindex hier zijn opmars voort. (Deze index meet het verschil tussen het aantal taxateurs dat een daling van de huizenprijzen rapporteert en het aantal dat een stijging meldt.) Na een kleine winst in april, liet deze index in mei zelfs nog een iets grotere plus zien: de index bereikte in mei de hoogste stand in drie jaar tijd. 

Amerikaanse consument kruipt langzaam uit zijn schulp

De Amerikaanse detailhandelsverkopen waren in mei beter dan verwacht: na een bescheiden toename van 0,1% m-o-m in april volgde een groei van 0,6% in mei. De diverse subindices lieten allemaal een ontwikkeling zien die de verwachtingen evenaarde of zelfs nog iets overtrof. Ook het consumenten-vertrouwen heeft zich de afgelopen maanden goed ontwikkeld, al lijkt de voorlopige index van de Universiteit van Michigan in juni weer iets te dalen. Volgens deze maatstaf is het vertrouwen afgenomen van 84,5 in april naar 82,7 in mei. Dat was echter nog steeds het op één na hoogste niveau sinds 2007. De meer vooruitblikkende verwachtingencomponent liep deze maand echter op. Gegeven het zwakkere sentiment op de aandelenmarkten in de afgelopen weken en het effect dat dit doorgaans heeft op het consumentenvertrouwen, lijkt de terugval van de index van de Universiteit van Michigan nog niet zo’n slecht resultaat.

Puzzel 02a

Afgelopen week werd er bovendien een sterker dan verwachte toename van het vertrouwen onder kleine bedrijven bekendgemaakt. De NFIB-index steeg in mei van 92,1 naar 94,4. Het vertrouwen onder kleine bedrijven wordt in aanzienlijke mate door de consument bepaald. Het meicijfer lag op het hoogste niveau in één jaar tijd. Als deze index in juni weer toeneemt, dan zou die op het hoogste niveau sinds 2007 uitkomen. Voorts vielen de aanvragen voor een werkloosheidsuitkering afgelopen week terug tot het laagste niveau in vijf weken tijd, een teken dat de trend van geleidelijk verbeterende omstandigheden op de arbeidsmarkt standhoudt. De Amerikaanse industriële productie bleef in mei m-o-m stabiel, wat iets tegenviel. De productie in de verwerkende industrie liet echter volgens de verwachtingen een lichte groei van 0,1% m-o-m zien. Dat cijfer was conform de teleurstellende uitkomst van de ISM-index in mei. De zwakke cijfers laten zien dat de economie momenteel een periode van krachteloze groei doormaakt, maar wij rekenen erop dat die binnenkort aanmerkelijk sterker wordt.

Japanse cijfers nog steeds hoopvol

De Japanse BBP-groei in het eerste kwartaal werd iets naar boven bijgesteld. De economie is volgens de herziene cijfers niet met 3,5%, maar met 4,1% op jaarbasis gegroeid. Het consumentenvertrouwen trok in mei verder aan van 44,5 naar 45,7 en lag daarmee op het hoogste niveau sinds 2007. Het Eco Watcher-rapport liet in mei echter een daling zien, na een forse stijging sinds december toen na de verkiezingen een drastisch gewijzigde economische koers werd ingeslagen. De beleidsmakers zijn erin geslaagd om het vertrouwen aan te wakkeren, de yen te verzwakken en de aandelenmarkt op te drijven, maar nu is het moment aangebroken dat zij hun aanvankelijke succes moeten gaan uitbouwen. Het plan luidt om de economie voldoende te stimuleren, zodat de begrotingsconsolidatie zonder al te veel pijn kan plaatsvinden. Het succes van dit plan is echter niet alleen afhankelijk van tijdelijke budgettaire oppeppers en een extreem agressief monetair beleid, de regering moet ook structurele hervormingen doorvoeren om de binnenlandse economie dynamischer te maken. De financiële markten zijn tot dusverre niet erg onder de indruk van wat de regering-Abe op dit front heeft bereikt. Daar staat tegenover dat een correctie na een opmerkelijke rally op de aandelenmarkt en een sterke daling van de yen waarschijnlijk onontkoombaar was.

Puzzel 03

Lees meer over

Discussieer mee

ABN AMRO is benieuwd naar uw mening. U kunt daarom onder dit artikel reageren via Disqus. Door te reageren gaat u akkoord met de voorwaarden.

Meer blogs

Filteren op