Stagneert Europa?

Blog -

Europa landkaart

De economie van de eurozone is in het tweede kwartaal knarsend tot stilstand gekomen. De BBP-groei was letterlijk nihil, minder nog dan de magere 0,2% van het eerste kwartaal en zelfs nog lager dan de toch al naar beneden bijgestelde verwachtingen van economen. Het cijfer zet de Europese economie in een minder gunstig daglicht. Een paar belangrijke vragen die dit opwerpt, proberen we in de Big Picture van deze week te beantwoorden.

Met het herstel in de eurozone wil het maar niet vlotten en beleidsmakers zouden meer moeten doen om de groei aan te zwengelen. Nick Kounis Nick Kounis Hoofd Macro Research

We concluderen dat de slechte cijfers over het tweede kwartaal de eurozone waarschijnlijk zwakker doen lijken dan zij is. De fundamentele factoren duiden bovendien op hernieuwde groei in het tweede halfjaar, ondanks de risico’s van de Oekraïnecrisis. Maar toch: met het herstel in de eurozone wil het maar niet vlotten en beleidsmakers zouden meer moeten doen om de groei aan te zwengelen.

Waarom zijn de cijfers voor het tweede kwartaal zo slecht?

De details over het BBP is nog niet gepubliceerd, maar met name de industrie lijkt slecht te hebben gedraaid. Dat zou door de matige buitenlandse vraag verklaard zou kunnen worden. Eerder dit jaar hadden de twee andere economische grootmachten, de VS en China, een mindere periode. De Amerikaanse economie kromp in het eerste kwartaal vanwege de ongewoon strenge winter, in China zwakte de groei af. Dit zou nu met enige vertraging in de eurozone kunnen doorwerken. Een mogelijk belangrijker factor is dat de uitvoer nog steeds te lijden heeft van de eerdere sterkte van de euro. Een ander zwak punt is de bouwproductie. Anders dan de VS profiteerde de eurozone van een zeer warme winter, met veel bouwactiviteit in het eerste kwartaal tot gevolg. Daarvoor is nu in het tweede kwartaal de rekening gepresenteerd. Daartegenover staan de detailhandel en de autoverkopen, met cijfers die wijzen op geleidelijk herstel van de consumptieve vraag. 

Hoe verhoudt de eurozone zich tot de rest?

Kort gezegd: niet best, zowel vergeleken met zowel het eigen verleden als met andere economieën. Het afgelopen jaar is de economie met slechts 0,7% gegroeid. In 2000 en 2006 zagen we de BBP-groei op jaarbasis nog pieken rond de 4%. Na het herstel van de financiële crisis in 2011 groeide de economie met 2,6% op jaarbasis. Wat andere welvarende economieën betreft, de VS groeide in het eerste half jaar met 2,4% en het VK met 3,2%. De Japanse economie groeide in die periode weliswaar niet, maar dat komt deels door een forse verhoging van de omzetbelasting. Zelfs in de best draaiende economieën van de eurozone, Duitsland bijvoorbeeld, komen de groeicijfers niet in de buurt van de Amerikaanse en Britse. En de minst presterende eurolanden, zoals Italië, deden het zelfs nog slechter dan Japan. Het BBP van de VS en het VK ligt inmiddels ruim boven het hoogste niveau van vóór de financiële crisis van 2006, dat van de eurozone ligt aanzienlijk lager. De werkloosheid in de VS is 6,2%, in het VK 6,5% en in de eurozone 11,6%. De vergelijking is natuurlijk niet helemaal eerlijk, want de eurozone had met twee opeenvolgende crises te kampen. En de huidige situatie is ver verwijderd van de zwarte scenario’s waar we ons in 2011 en 2012, op het hoogtepunt van de schuldencrisis, zorgen om maakten. Maar je kunt je toch moeilijk voorstellen dat veel Europeanen met tevredenheid naar de economie en de arbeidsmarkt kijken.

140819 BPENG1

Staat er een nieuwe groeivertraging voor de deur?

Laten we, voordat we al te zeer in mineur raken, ook wat goed nieuws melden. Het is niet waarschijnlijk dat de trage groei in het tweede kwartaal de toon zet voor de kwartalen daarna. Het herstel mag niet indrukwekkend zijn, er is nog altijd sprake van herstel. De indices van het ondernemers- en consumenten-vertrouwen tot en met juli staan op een niveau dat past bij een sterkere groei dan we in het tweede kwartaal hebben gezien. Zo komen de PMI én de stemmingsbarometer van de Europese Commissie overeen met een groei van 0,3-0,4%. Dat is niet spectaculair, maar komt waarschijnlijk overeen met de trendmatige groei in de eurozone en met het scenario van aanhoudend gematigd herstel. Bovendien verbetert de werkgelegenheid enigszins en loopt de werkloosheid langzaam aan terug. Dat past niet bij stagnerende groei. De fundamentele factoren wijzen in dezelfde richting. De wereldeconomie groeit de laatste maanden weer wat harder, met een forse opleving in de VS en een iets gematigder herstel in China. Hoewel de VS vaak voorlopen op de eurozone, bewegen de twee zich zelden in verschillende richtingen. De uitvoer uit de eurozone zal zich dankzij de toenemende mondiale vraag waarschijnlijk herstellen, wat de economie als geheel weer ondersteunt. De zwakkere euro helpt daarbij. Ook intern ziet de economie van de eurozone er florissanter uit. Het financiële klimaat wordt beter en de laatste bank lending survey van de ECB duidt op een stijgende vraag naar krediet en soepeler kredietvoorwaarden.

140819 BPEng2 

Hoe zit het met de risico’s van de Oekraïnecrisis?

De financiële markten maken zich de laatste weken zorgen dat de Oekraïnecrisis gevolgen voor de eurozone zou kunnen hebben. De directe handel en financiële banden tussen de eurozone en Rusland zijn niet zo groot. Slechts zo’n 4% van de totale uitvoer uit de eurozone gaat naar Rusland en de door sancties getroffen exportproducten vormen daar natuurlijk maar een klein deel van. Toch kunnen we de risico’s van deze crisis niet helemaal wegwuiven. Het kan negatief uitwerken op het vertrouwen onder ondernemers en consumenten. Als zij hun investeringen en bestedingen aanpassen, zou dat een reëel effect op de economie hebben. Wij verwachten niet dat deze effecten erg sterk zullen zijn of lang zullen duren, maar we moeten de indices voor augustus zeker in de gaten houden. Verder zou de crisis kunnen verergeren, met navenant grotere gevolgen. Het zwartste scenario is een verstoring van de energietoevoer, maar die kans lijkt gelukkig klein.

Wie heeft er schuld aan het matige herstel?

De BBP-cijfers waren nog niet uit of politici begonnen elkaar de schuld te geven. De Franse minister van Financiën Michel Sapin verlaagde de groeiprognose van de regering en liet meteen het afgesproken begrotingstekort los. Het tekort komt nu boven de 4% uit die eerder dit jaar met de Europese Commissie was afgesproken. Hij leek de zwarte piet aan de ECB te willen toespelen. Hij merkte op dat de centrale bank moest reageren op een ‘een uitzonderlijke toestand van geringe groei en inflatie’ in de eurozone. Voor Frankrijk lijkt een ruimer monetair en begrotingsbeleid hét antwoord op de achterblijvende groei te zijn. Ook de Italiaanse premier Matteo Renzi pleitte voor ‘begrotingsflexibiliteit’. De ECB kaatste de bal echter meteen terug. Bij de persconferentie eerder deze maand beantwoordde ECB-president Mario Draghi een vraag over de zwakke economie van Italië zonder omhaal: ‘het uitblijven van structurele hervormingen vormt een zeer belangrijke factor die investeringen ontmoedigt’. Draghi heeft zeker een punt. Voor Spanje geldt hetzelfde monetaire beleid als voor Frankrijk en Italië en de Spaanse economie deed het in het eerste halfjaar aanzienlijk beter. Net als in Portugal en Griekenland zijn in Spanje veel meer structurele hervormingsmaatregelen genomen en zijn de arbeidskosten sterk gedaald, wat het concurrentievermogen heeft verbeterd. Het lijdt dus nauwelijks twijfel dat de Italiaanse en Franse regering hun werk moeten doen en eindelijk werkelijke structurele hervormingen moeten doorvoeren. Daar wordt sinds een paar maanden in ieder geval over gepraat, nu moeten ze de daad bij het woord voegen. Daar staat tegenover dat de veel te lage inflatie erop wijst dat de ECB de laatste jaren een te behoudend monetair beleid heeft gevoerd. Gelukkig heeft de ECB in juni eindelijk een pakket verruimingsmaatregelen aangekondigd, die momenteel worden ingevoerd. De eerste twee goedkope leningen aan commerciële banken met een looptijd van vier jaar (de zogenoemde TLTRO’s) staan voor september en december gepland en zouden een flinke stimulans kunnen geven. Als deze maatregelen niet werken of de inflatie verder daalt, zou de ECB bereid moeten zijn nóg verdergaande verruimingsmaatregelen te nemen.

Komt Nederland weer in het linker rijtje?

Helaas niet. Het BBP is vorig kwartaal met 0,5% gestegen en Nederland naderde daarmee de top van de eredivisie. De groei volgde echter op een krimp van 0,4% in het eerste kwartaal. Door het ongewoon warme weer werd er begin dit jaar minder gas uitgevoerd. Later normaliseerde zich dat weer, maar de groei in de eerste twee kwartalen samen komt nog altijd onder het gemiddelde van de eurozone uit. Dat blijft de komende kwartalen waarschijnlijk zo. Dat komt vooral doordat de huishoudens nog steeds bezig zijn de correctie op de woningmarkt te verwerken door op hun hypotheekschuld af te lossen. Daardoor blijven de consumptieve bestedingen voorlopig waarschijnlijk achter. Daar staat tegenover dat Nederland goed is toegerust om van de oplevende wereldeconomie te profiteren. De recente uitvoercijfers (uitgezonderd gas) stemmen optimistisch. Zodra de huishoudens hun balans weer op orde hebben, verwachten we Nederland weer in het linker rijtje van de groeitabel.

Lees meer over

Discussieer mee

ABN AMRO is benieuwd naar uw mening. U kunt daarom onder dit artikel reageren via Disqus. Door te reageren gaat u akkoord met de voorwaarden.

Meer blogs

Filteren op