Teleurstelling, verwarring ... maar we blijven bij ons standpunt

Blog -

Bar graph globe

Een teleurstelling, anders kan een optimist als ik de mondiale cijfers van afgelopen week niet noemen. We hadden inderdaad wat groeivertraging verwacht, maar sommige indicatoren waren wel erg slecht. Volgens mij is dit tijdelijk en deels het gevolg van bijzondere factoren, zoals het slechte weer in de VS. Sommige indicatoren lijken zo vreemd en onlogisch en sluiten zo slecht aan bij de andere cijfers dat er moeilijk een trendbreuk in te zien valt. Gelukkig verschenen er vorige week ook enkele cijfers die beter aansluiten bij het standpunt dat wij al geruime tijd aanhangen. We blijven er dan ook bij dat de wereldeconomie zich op de weg omhoog bevindt, met dit jaar boventrendmatige groei in sommige landen en trendmatige of boventrendmatige groei van de wereldeconomie. Onze visie is positiever dan de consensus. 

We blijven erbij dat de wereldeconomie zich op de weg omhoog bevindt. Han de Jong Han de Jong Chief Economist

Zijn de Amerikaanse cijfers vreemd of ben ik ziende blind?
Twee belangrijke Amerikaanse indices vielen vorige week zwaar tegen. De gezaghebbende ISM-index, die het ondernemersvertrouwen in de industrie meet, is in januari fors gedaald. Ook het aantal nieuwe banen viel in januari tegen. In de Amerikaanse economie was de afgelopen kwartalen duidelijk vaart gekomen. Hoewel we optimistisch zijn over het hele jaar 2014, wisten we ook dat een lichte tempoverlaging waarschijnlijk was. Onze verwachting dat de groei wat zou afzwakken, was op een aantal argumenten gebaseerd. Om te beginnen hebben Amerikaanse bedrijven de afgelopen kwartalen hun voorraden opgebouwd. Op een gegeven moment stopt dat proces van voorraadvorming en worden de voorraden weer teruggeschroefd, waardoor de economie tijdelijk wat langzamer groeit. Verder heeft de economie op sommige punten waarschijnlijk nog last van het feit dat de kredietkosten sinds mei zijn gestegen. De onrust op de financiële markten in sommige opkomende economieën en de val van veel van hun munten maakt de zaak er niet beter op. Bovendien hebben de poolwinden die in grote delen van de VS voor extreem weer hebben gezorgd, ongetwijfeld ook gevolgen voor de economie, al lijken sommige indicatoren er meer onder te lijden dan andere.

De ISM-index voor de industrie in de VS is gedaald van 57,0 in december naar 51,3 in januari, de laagste stand in acht maanden en een enorme daling voor één maand. In het begeleidend commentaar stond dat het weer een rol had gespeeld, maar het is moeilijk te bepalen hoe groot dit effect is. Een ander punt is dat de ISM sterker was gestegen dan vergelijkbare indices en dat de daling misschien deels een correctie is die de index weer op één lijn met andere indices brengt. 

VS Markit PMI en ISM

Ook het Amerikaanse werkgelegenheidsrapport was erg vreemd. In december kwamen er slechts een schamele 75.000 banen bij en januari stelde opnieuw teleur met maar 113.000 nieuwe banen. In december schreven de statistici het ongunstige totaalcijfer mede aan het slechte weer toe, deze keer zeiden ze dat het weer juist voor betere cijfers had gezorgd. Dat strookt niet helemaal met wat ik me van het januariweer herinner, maar wie ben ik om het beter te weten dan deze statistici. De teleurstelling over de geringe groei van de werkgelegenheid werd wat getemperd door de details van het rapport. Conjunctuurgevoelige sectoren deden het goed, de tegenvallers zaten vooral bij de gezondheidszorg en de overheid. Verder worden er, zoals de lezer weet, twee arbeidsmarktindices tegelijk gepubliceerd en die verschillen soms. De zogenoemde establishment survey is de meest stabiele van de twee en krijgt doorgaans de meeste aandacht. De 113.000 banen die er volgens deze index in januari zijn bijgekomen, steken schril af tegen de +638.000 van de zogenaamde household survey. Hieruit concludeer ik dat we de werkgelegenheid goed in de gaten moeten houden, maar dat het rapport van januari niet strookt met andere indicatoren. Ik blijf er dan ook bij dat we de komende maanden een verbetering zullen zien.

Andere cijfers uit de VS waren beter. De ISM-index voor de dienstensector steeg van 53,0 in december naar 54,0 in januari en ook enkele regionale indices voor het ondernemers-vertrouwen stegen. Het aantal aanvragen van werkloosheids-uitkeringen is de afgelopen week gedaald. Misschien wel het interessantste nieuws uit de VS had betrekking op de productiviteit en de arbeidskosten per eenheid product. De productiviteit is in het vierde kwartaal met 3,2% op jaarbasis toegenomen (was 3,6% in het derde kwartaal). Er heerst nogal wat onduidelijkheid over de ontwikkeling van de productiviteit. Toenemende productiviteit is de voornaamste voorwaarde voor een hogere levensstandaard. Op de lange termijn is productiviteitsstijging het gevolg van innovatie en investeringen. Op de korte termijn ontwikkelt de productiviteit zich nogal grillig en is zij eenvoudigweg het verschil tussen de groei van de productie en die van de werkgelegenheid. Een blik op de cijfers van het derde en vierde kwartaal leert dat de productie sneller is gegroeid dan de werkgelegenheid. Dat bevestigt slechts wat we al wisten. Het gevolg is een daling van de arbeidskosten per eenheid product met 2,0% op jaarbasis in het derde en 1,6% in het vierde kwartaal. Die dalingen vertalen zich in grotere winstmarges. Ik denk dat deze trend in 2014 aanhoudt. Na een zwakke start van het jaar verwachten we een toename van de productiegroei. De groei van de werkgelegenheid blijft daar doorgaans bij achter, met als gevolg dat de historisch gezien toch al ruime winstmarges in de loop van 2014 nog groter worden.

Duitse tegenvallers
Ook uit Europa kwamen tegenvallende cijfers. De detailhandelsverkopen in de eurozone zijn in december 1,6% m-o-m en 1,0% j-o-j gedaald, na een plus van 1,3% in november. Ik wil deze feiten niet negeren, maar we moeten wel bedenken dat de detailhandelsverkopen in Europa volatiel zijn en dat de tegenvallers in december niets veranderen aan de positieve ontwikkeling sinds begin 2013.

De Duitse industriële orders en productie vielen in december eveneens tegen: de orders zijn met 0,5% m-o-m gedaald, wat niet wegneemt dat ze jaar-op-jaar nog steeds een mooie +6,0% noteren (was +7,2% in november). De ordercijfers schommelen nogal van maand tot maand en de -0,5% van december kun je na de stijging van 2,4% in november zelfs als een goed teken zien: in de maand na een grote stijging volgt meestal een flinke daling. Eén onderdeel van het rapport voor de Duitse orders dat aandacht verdient, is de sterke toename van de orders voor kapitaalgoederen uit andere eurolanden.

Dat wijst op verbetering van de economische situatie elders in de eurozone en een toename van de bedrijfsinvesteringen. Uit de reeks grafieken over Griekenland, Ierland, Spanje en Portugal blijkt inderdaad dat het economisch klimaat in de periferie verbetert. 

Duitsland orders voor kapitaalgoederen 20140211

De Duitse industriële productie is, na een plus van 2,4% in november, in december eveneens gedaald, met 0,6% m-o-m. Jaar-op-jaar daalde de groei van 3,8% naar 2,6%. Ook hier geldt dat de cijfers van december geen einde maken aan de stijgende lijn. Andere eurolanden lieten vorige week betere cijfers zien. In Nederland is de industriële productie in december met 2,6% m-o-m gestegen en dat is het beste cijfer sinds maart 2010. De industrie zag haar omzet met 4,9% j-o-j groeien, het beste cijfer sinds begin 2012.

Wisselend beeld in Azië
Het Chinese ondernemersvertrouwen is in januari afgenomen, wat erop wijst dat de economie vaart verliest, nadat zij in de tweede helft van vorig jaar juist sneller was gaan groeien.

In diverse andere Aziatische landen nam het ondernemers-vertrouwen wel toe: de PMI’s van Taiwan, Korea, Singapore en Hongkong zijn in januari allemaal gestegen. Deze landen zijn natuurlijk kleiner dan China, maar hun economieën zijn nauw verweven met de wereldeconomie en de ontwikkelingen in de mondiale industrie en handel. Het is positief dat deze landen één beeld te zien geven. In Japan blijft de economie voorlopig doorgroeien, met het moment suprême waarop de omzetbelasting wordt verhoogd in het vooruitzicht. De belangrijkste graadmeter van het Japanse ondernemers-klimaat is in december opnieuw gestegen, er werden in januari meer nieuwe auto’s geregistreerd – jaar-op-jaar zelfs 27,5% meer – en ook stonden er in Tokio weer minder kantoren leeg. 

Het is de Japanse regering duidelijk gelukt de economische groei aan te zwengelen, al moeten we afwachten wat er gebeurt als in april de omzetbelasting van 5% naar 8% gaat.

In de discussies over China klinkt de laatste tijd vooral bezorgdheid door over een dreigend einde aan de economische groei of aantasting van de financiële stabiliteit. Ons lijkt dat nogal overdreven. Het klopt dat China niet meer zo hard groeit als een paar jaar geleden en dat de beleidsmakers proberen de kredietgroei onder controle te krijgen. Wij geven ze een goede kans van slagen bij hun pogingen de kredietgroei en de schaduwbanken op ordelijke wijze aan banden te leggen (en zeker niet de nek om te draaien). De Chinese autoriteiten beschikken over de middelen om de economische groei zo nodig te stimuleren en over de capaciteiten om eventuele problemen in de financiële sector aan te pakken. Verder wil ik erop wijzen dat er nu al tien jaar wordt gedelibereerd over de op handen zijnde instorting van het Chinese financiële stelsel. Daarop wedden heeft nog nooit iets opgeleverd. Waarom zou dat nu anders zijn? Of zijn dat beroemde laatste woorden?

Ierland consumentenvertrouwen

Portugal werkloosheid

Spanje industriele productie

Griekenland PMI

Lees meer over

Discussieer mee

ABN AMRO is benieuwd naar uw mening. U kunt daarom onder dit artikel reageren via Disqus. Door te reageren gaat u akkoord met de voorwaarden.

Meer blogs

Filteren op