Vertekende cijfers en uitstel van belangrijke beslissingen

Blog -

Dwingende briefjes

Met de heropening van de federale overheidsdiensten is er een einde gekomen aan de cijferstop uit de VS. De vraag is nu in hoeverre de shutdown en het politieke geruzie de officiële cijfers beïnvloed hebben en of die daardoor een vertekend beeld geven. Dat weet eigenlijk niemand. De Amerikaanse cijfers moeten daarom voorzichtig geïnterpreteerd worden. Het is onwaarschijnlijk dat de financiële markten of beleidsmakers er belangrijke beslissingen op zullen baseren totdat zeker is dat ze inderdaad de onderliggende economische ontwikkelingen weergeven.

Het is onwaarschijnlijk dat de financiële markten of beleidsmakers belangrijke beslissingen baseren op de cijfers totdat zeker is dat ze inderdaad de onderliggende economische ontwikkelingen weergeven. Han de Jong Han de Jong Chief Economist

In Europa was het economisch sentiment de afgelopen maanden sterk verbeterd, maar in de afgelopen week daalden de Duitse Ifo-index (globale indicator ondernemersvertrouwen) en met name het ondernemersvertrouwen in de dienstensector. Ook hier is de vraag of er sprake is van vertekening. Hebben de problemen in de VS mogelijk de bedrijvigheid of de stemming in de eurozone beïnvloed? En in hoeverre was de sterke toename van het ondernemersvertrouwen geflatteerd door het bovengemiddeld goede zomerweer?

De Amerikaanse overheid is weer aan het werk gegaan en er verschijnen weer meer cijfers over de economie, maar we weten dat die cijfers vertekend zijn. De shutdown heeft niet alleen een duidelijk effect gehad op het consumenten-vertrouwen, maar ook op de bedrijvigheid. Leveranciers van gesloten overheidsdiensten konden niet leveren en misten dus omzet. Het wekelijks gepubliceerde cijfer voor nieuwe uitkeringsaanvragen vormt doorgaans een relatief betrouwbare en frequente maatstaf voor de arbeidsmarkt, maar de cijfers zijn nu lastig te interpreteren, te meer omdat de aanvragen van een paar weken geleden door computerproblemen in California en Arizona te laag zijn uitgevallen en nu omhoog gaan naarmate de achterstand wordt ingelopen. De voorlopige Markit PMI voor oktober viel tegen en was ook slechter dan zijn Europese tegenhanger. Maar het is onduidelijk in hoeverre dit een afspiegeling van de achterliggende ontwikkelingen vormt en de conjunctuurcyclus inderdaad over zijn hoogste punt heen is.

In september zijn er in de VS in totaal 3,7% meer orders voor duurzame goederen geplaatst dan de maand ervoor. Een zeer positief cijfer, maar dit is te danken aan een stijging van 58% m-o-m van de orders voor vliegtuigen. De orders van niet-militaire kapitaalgoederen exclusief vliegtuigen, die als een goede maatstaf voor toekomstige investeringen worden beschouwd, zijn met 1,1% m-o-m gedaald en, gemeten over de afgelopen drie maanden, met 8,4% j-o-j. In deze conjunctuur-fase zou je verwachten dat de investeringen een grotere bijdrage aan het herstel leveren. De discussie rond de begroting barstte weliswaar pas halverwege oktober echt los, maar het is heel goed mogelijk dat de investeringsbereidheid in het bedrijfsleven door de spanningen al eerder was afgenomen. Eén ding is echter duidelijk, voor duurzaam herstel is het nodig dat de bedrijfsinvesteringen hun steentje bijdragen.

Wij verwachten nu dat Fed pas in maart met tapering begint
We denken dat de economie de afgelopen tijd steeds gezonder is geworden. Wij denken dat bedrijven meer gaan investeren en zo de totale groei een extra impuls zullen geven. Nu de overheidsbezuinigingen afnemen, voorzien we voor de komende paar kwartalen een aantrekkende conjunctuur. Maar helemaal zeker zijn we daar niet van, omdat we niet weten hoe betrouwbaar de cijfers zijn. De Federal Reserve beschikt mogelijk over meer en betere informatie over de economie dan wij, maar ook zij ziet zich met deze onzekerheid geconfronteerd. Het lijkt ons daarom onwaarschijnlijk dat de Fed al op de beleidsvergadering van december besluit om over te gaan tot afbouw van de monetaire stimulering (tapering). Wij denken nu dat het maart wordt. Een andere reden voor de Fed om nog even te wachten, is de woningmarkt. Het herstel daarvan lijkt te lijden te hebben van het feit dat de kredietkosten zijn gestegen sinds Fed-voorzitter Ben Bernanke in mei voor het eerst over tapering begon. Uit de verkoopcijfers van bestaande woningen blijkt dat de mediane huizenprijzen in september zijn gedaald en dat andere huizenprijsindices aanzienlijk minder snel stijgen. Dat laatste hoeft niet zo’n probleem te zijn, maar een aanhoudende prijsdaling zou zeer onwelkom zijn.

Rustig aan het Europese cijferfront
Er stonden in de eurozone vorige week weinig cijfers op de rol voor publicatie. De PMI voor de verwerkende industrie is in oktober iets gestegen, terwijl de Amerikaanse PMI juist is gedaald. Daar staat tegenover dat de PMI voor de dienstensector van 52,2 in september naar 50,9 in oktober is gedaald en daarmee ook de samengestelde PMI. Die is na zes maanden van stijging voor het eerst gezakt. De grote boosdoeners in dit verband waren de dienstensector in Duitsland en Frankrijk; andere landen noteerden een bescheiden stijging. Ook de Duitse Ifo-index en de Belgische index voor het ondernemersvertrouwen verzwakten in oktober. Dat is geen ramp, maar het absolute niveau van deze indicator wijst op niet meer dan een zeer gematigde groei. De ECB-cijfers over geldhoeveelheid en bankkrediet bevatten ook nauwelijks goed nieuws: de groei van M3 is iets afgenomen, van 2,3% in augustus naar 2,1% in september.

Het verbaast me nogal dat de toch al overgewaardeerde euro opnieuw is gestegen ten opzichte van de dollar. De ECB lijkt zich er niet erg druk over te maken. Maar dat de euro de laatste tijd opnieuw stijgt, is wel degelijk reden tot zorg. Zo rapporteerden enkele grote Nederlandse multinationals vorige week dat ongunstige wisselkoersen tot tegenvallende winsten over het derde kwartaal hadden geleid. Als de euro zo sterk blijft, gaat de economie van de eurozone daar zeker last van krijgen. De ECB zal voorlopig niets ondernemen, denken wij. Een verdere renteverlaging is in deze fase onwaarschijnlijk. Dat kan veranderen als de Fed het afbouwen van haar aankoopprogramma blijft uitstellen en de euro daardoor nog verder stijgt. Verdere monetaire verruiming door de ECB zou niet goed vallen in Duitsland, waar de Bundesbank vorige week waarschuwde dat de huizenprijzen in het land 20% overgewaardeerd zijn. Dat lijkt mij iets te hoog ingeschat maar dat neemt niet weg dat alle ingrediënten voor een zeepbel aanwezig zijn: redelijke economische groei, groot consumentenvertrouwen, een rentestand die voor de Duitse economie eigenlijk te laag is en een woningmarkt waar de prijzen al ruim twintig jaar min of meer stabiel zijn. Volgens sommigen blijkt uit de zeepbel op de Duitse woningmarkt dat een gemeenschappelijke munt, en dus een gemeen-schappelijke rente, domweg niet kan werken voor zo’n diverse groep landen. Maar volgens ons kunnen en moeten beleidsmakers andere methoden dan het monetair beleid hanteren om zulke zeepbellen in de afzonderlijke landen tegen te gaan.

Uit het Verenigd Koninkrijk kwamen vorige week wisselende cijfers. De industrial trends survey van de CBI (Confederation of British Industry) viel tegen, terwijl de BBP-groei juist licht is toegenomen. Volgens een onderzoek van de British Bankers’ Association blijft het aantal toegekende hypotheken stijgen en werd in het derde kwartaal de hoogste stand sinds 2008 bereikt.

Lees meer over

Discussieer mee

ABN AMRO is benieuwd naar uw mening. U kunt daarom onder dit artikel reageren via Disqus. Door te reageren gaat u akkoord met de voorwaarden.

Meer blogs

Filteren op