Voor elk wat wils

Blog -

Aandelencijfers

Zowel optimisten als pessimisten konden in de cijfers van afgelopen week wel iets van hun gading vinden. Ik zie geen reden om onze bovengemiddeld positieve kijk op de toekomst bij te stellen. In veel landen wordt geleidelijk minder bezuinigd, de financiële omstandigheden zijn gunstig voor de economische groei en de geringe inflatie stimuleert de koopkracht. 

Zowel optimisten als pessimisten konden in de cijfers van afgelopen week wel iets van hun gading vinden. Han de Jong Han de Jong Chief Economist

Door dit alles begint het vertrouwen zich geleidelijk te herstellen en kan de opgehoopte vraag in de wereldeconomie de komende kwartalen vrijkomen. Maar er zijn ook de gebruikelijke risico’s en onzekerheden. Zo is het opvallend stil rond de Amerikaanse begroting en het schuldenplafond, en de impasse van een paar weken geleden zou zich zomaar kunnen herhalen. Verder heerst er een sluimerende bezorgdheid over de afbouw van de monetaire stimulering door de Fed. In Europa zijn de voorbereidingen voor de beoordeling van de kwaliteit van de bankbalansen (Asset Quality Review / AQR) in volle gang. De uitkomsten daarvan laten nog maanden op zich wachten, maar onaangename verrassingen zijn bepaald niet uitgesloten. Mijn indruk is dat veel details van de AQR nog niet vastliggen. Ik hoor mensen praten over waardering tegen ‘prudente IFRS’, maar wat dat precies inhoudt, is niet duidelijk. Al met al denk ik dat de risico’s geen bedreiging vormen voor ons basisscenario. Als wij gelijk hebben en de wereldeconomie de komende tijd aan kracht wint, dan nemen de risico’s af.

Betere stemming in Europa
De stemmingsbarometer van de Europese Commissie (ESI), die het vertrouwen onder consumenten én ondernemers in de eurozone meet, is in november voor de zevende achtereenvolgende maand gestegen. Koren op de molen voor optimisten zoals wij, die menen dat de economie in de regio aantrekt en voorlopig blijft groeien. Deze indicator en de samengestelde PMI (inkoopmanagersindex) voor de eurozone beginnen echter uiteen te lopen. De voorlopige PMI voor november van ruim een week geleden is voor de tweede achtereenvolgende maand gedaald en (eerlijk is eerlijk) de PMI lijkt enigszins voor te lopen op de ESI. Daar staat tegenover dat de PMI minder dan tien jaar bestaat en de index van de Commissie al een kleine dertig jaar. Bovendien wordt de PMI vaak drastisch bijgesteld. Woensdag zal blijken of dat ook voor november het geval is. Eén bijzonder interessant element van de ESI is het feit dat het cijfer voor Frankrijk, dat in de voorgaande maanden was gestegen, in november is gedaald. De Franse cijfers zijn over de gehele linie opmerkelijk zwak. Veel commentatoren vinden dat het beleid van president Hollande niet echt werkt en wachten op een omslag, zoals bij de eveneens socialistische president Mitterrand in de jaren 1980.

Eurozone Economic sentiment index en PMI

Het ECB-overzicht van de monetaire ontwikkelingen in oktober stemt niet vrolijk. De groei van M3 (ruim gedefinieerde geldhoeveelheid) is gedaald naar 1,4%, het laagste percentage sinds 2011. Een jaar eerder was dat nog 3,9%. De bancaire kredietverlening aan de private sector (gecorrigeerd voor de verkoop en securitisatie van leningen) nam verder af: -1,7% j-o-j tegenover -1,6% in september en -1,5% in augustus. Onmiskenbaar ongunstige cijfers, maar twee kanttekeningen lijken mij op hun plaats. Ten eerste de groei van M1 (eng gedefinieerde geldhoeveelheid). Die neemt weliswaar ook af (6,6% j-o-j in oktober tegenover 6,7% in september), maar de inflatie daalt sterker. De ‘reële’ M1-groei versnelt in feite. Dat is van belang omdat de reële M1 veel sterker correleert met de groei van de economie dan M3. Ten tweede is de kredietverlening door banken nooit het eerste sein dat op groen springt wanneer de economie aantrekt. Kredietverlening wordt altijd ‘per saldo’ uitgedrukt, als het totaal van aflossingen en afschrijvingen aan de ene kant en nieuwe leningen aan de andere. Omdat de bedrijfsinvesteringen fors gedaald zijn, zijn de aflossingen en afschrijvingen voorlopig waarschijnlijk groter dan de nieuwe leningen, zelfs al zouden die laatste inmiddels toenemen.

De werkloosheid in de eurozone is in oktober gedaald van 12,2% naar 12,1%: de eerste daling op maandbasis sinds begin 2011 en hopelijk een teken dat de werkloosheid over zijn hoogtepunt heen is. Een omslag op de arbeidsmarkt laat zich altijd lastig vaststellen, maar dat die niet langer verslechtert, past in onze visie. Wel wil ik waarschuwen voor al te groot optimisme, want de werkloosheidscijfers duidden een paar maanden geleden al op een ommekeer, maar werden toen bijgesteld. Toch lijkt voorzichtig optimisme hier op zijn plaats.

Eurostat meldt een lichte stijging van de inflatie: van 0,7% j-o-j in oktober naar 0,9% in november. De kerninflatie steeg van 0,8% naar 1,0%. Voor de ECB weliswaar gevaarlijk laag, maar omdat de inflatie weer stijgt, zal de ECB op korte termijn waarschijnlijk niet snel opnieuw in actie komen.

VS: wel vertrouwen maar weinig orders
Verschillende Amerikaanse vertrouwensindices waren vorige week eveneens positief. De Chicago PMI daalde weliswaar naar 63,0 punten, maar leverde daarmee slechts een klein deel van de grote winst van oktober in, toen de index van 55,7 naar van 65,9 punten steeg. De stand van 63,0 is hoger dan economen hadden verwacht en ook historisch gezien erg hoog. De twee belangrijkste indices voor het consumentenvertrouwen liepen vorige week uiteen: de Conference Board-index daalde in november, terwijl die van de Universiteit van Michigan steeg, en zelfs sterker dan verwacht. Ik ben geneigd de Michigan-index zwaarder te laten wegen, omdat deze meestal voorloopt op de Conference Board en vooral omdat deze halverwege de maand al een voorlopig cijfer geeft. Uit het definitieve cijfer kun je dan aflezen hoe de tweede helft van de maand zich verhoudt tot de eerste. Dat het definitieve cijfer van de Michigan-index zo goed is, wijst er dus op dat het vertrouwen in de loop van november flink is toegenomen, een argument voor de stelling dat het vertrouwen eerder had geleden onder de patstelling rond het schuldenplafond. Voor de voorgenomen bestedingen is deze dip waarschijnlijk dan ook niet van wezenlijk belang.

Andere positieve cijfers van afgelopen week betroffen de uitkeringsaanvragen en bouwvergunningen. De daling van de uitkeringsaanvragen duidt erop dat de arbeidsmarkt verder is verbeterd. Het aantal bouwvergunningen is in september en oktober sterk toegenomen, wat erop wijst dat de woningmarkt goed bestand is tegen de stijging van de hypotheekrente afgelopen zomer.

De daling van de orders voor duurzame goederen in de VS was een forse tegenvaller: van +4,1% m-o-m in september naar -2.0% in oktober. Belangrijker is de afname van 1,2% m-o-m van de orders voor niet-militaire kapitaalgoederen (exclusief vliegtuigen). Die waren in september namelijk ook al met 1,4% gedaald. Wil ons scenario van een geleidelijke terugkeer naar trendmatige groei werkelijkheid worden, dan moet het bedrijfsleven meer investeren. Wij blijven optimistisch dat de investeringen toenemen nu de begrotingsperikelen afgelopen zijn en bedrijven zich realiseren dat de vraag aantrekt, terwijl zij ruim in de liquide middelen zitten en krediet goedkoop is.

VS Duurzame goederen excl defensie en vliegtuigen

Verbetering in Japan
Het blijft fascinerend om te volgen hoe succesvol (of juist niet succesvol) Abenomics is. De cijfers van vorige week bevestigden het beeld van so far, so good. De werkloosheid bleef in oktober ongewijzigd op 4,0% maar de werkgelegenheid nam verder toe en bereikte na een stijging van 143,000 het hoogste niveau sinds maart 2009. De verhouding banen / sollicitanten steeg ook, wat duidt op een verkrappende arbeidsmarkt. De reactie aan het loonfront is tot nu toe teleurstellend geweest. Om definitief een punt achter de periode van deflatie te kunnen zetten, moeten de lonen een stijgende trend gaan vertonen. Tot nu toe is dit niet het geval. De Japanse premier heeft bedrijven opgeroepen loonsverhogingen toe te kennen. Nomura heeft inmiddels aangegeven dat de lonen begin volgend jaar met gemiddeld 2% worden verhoogd en dat jongere medewerkers er daarbij beter van af zullen komen.

Het Japanse ondernemersvertrouwen zette in november de opgaande lijn voort en de cijfers voor de industriële productie en orders waren ook goed. De inflatie versnelde verder. De totale inflatie steeg naar 1,1% maar belangrijker was dat de kerninflatie in oktober 0,3% j-o-j bedroeg, het eerste positieve cijfer sinds 2008 en de hoogste stand sinds 1998! Met een verhoging van de indirecte belastingen in het verschiet kan de BoJ niet achterover leunen. Uit de notulen van de beleidsvergadering van de BoJ in november komt naar voren dat de meningen binnen het beleidscomité enigszins verdeeld zijn. Per saldo lijkt het erop dat de BoJ bereid is om zich agressiever op te stellen als de economie sterk terugvalt na de verhoging van de omzetbelasting in april.

Japan Kerninflatie

Lees meer over

Discussieer mee

ABN AMRO is benieuwd naar uw mening. U kunt daarom onder dit artikel reageren via Disqus. Door te reageren gaat u akkoord met de voorwaarden.

Meer blogs

Filteren op