Voorlopig regeert de wereldpolitiek

Blog -

Slinger met wereldbollen

Risicovolle beleggingen gingen vorige week opnieuw onderuit. De aandelenkoersen daalden verder, hoogrentende obligaties eveneens en de spreads op obligaties van perifere eurolanden werden groter. Wat begon als winstneming op risicovolle beleggingen veranderde op sommige markten in een stevige correctie. De wereldwijd oplopende politieke spanningen vormen de belangrijkste oorzaak. De economische cijfers varieerden vorige week van zozo tot erg goed. Mits ze niet verder oplopen, blijven de economische effecten van de conflicten beperkt. Te zijner tijd zullen de economische ontwikkelingen wel weer bepalen waar het met de financiële markten heengaat.

De aandelenkoersen daalden verder, hoogrentende obligaties eveneens en de spreads op obligaties van perifere eurolanden werden groter Han de Jong Han de Jong Chief Economist

De politieke risico’s

De politieke risico’s zijn de afgelopen dagen en weken toegenomen. De Russische tegensancties hebben misschien geen grote gevolgen voor de economie van de eurozone, maar dat de Russen ze ingesteld hebben, maakt duidelijk dat het conflict nog niet afneemt. Het grootste risico is verdere escalatie en dit is gevaarlijk.

Het is moeilijk in te schatten welke maatregelen de partijen hierna zullen nemen. Als het Oekraïense leger erin slaagt het gehele Oekraïense grondgebied weer onder controle te krijgen, vergroot Rusland dan zijn steun aan de separatisten? En wat gaan de EU en de VS doen? Tot nu toe heeft de reactie van de EU en de VS –het opleggen van sancties –er niet echt voor gezorgd dat de Russische leider van koers verandert. Je kunt je afvragen hoeveel effect sancties uiteindelijk hebben. Sta mij toe daarover een paar simpele opmerkingen te maken. Ten eerste is de steun voor president Poetin in eigen land erg groot en lijkt die door zijn weigering om in dit conflict te buigen, alleen nog maar groter te zijn geworden. Nu kun je stellen dat dit komt omdat Poetin de Russische media beheerst, maar het feit blijft. Hij zal zich door de Russische publieke opinie waarschijnlijk niet tot een soepeler houding laten bewegen. Ten tweede de Russische economie. Die is inderdaad in een (lichte) recessie geraakt en dat zou Poetin steun kunnen kosten. Ik denk alleen dat het economisch heel erg slecht zou moeten gaan voordat sprake zal zijn van een omvangrijk verlies aan steun. En dat duurt een tijdje. Ten derde ligt de pijngrens in Rusland waarschijnlijk hoger dan in het Westen, waarmee ik bedoel dat Rusland bereid is om in dit conflict meer ongerief voor lief te nemen dan het Westen. Ten slotte speelt afstand een rol. Militair ingrijpen in Oekraïne (of de huidige betrokkenheid intensiveren) is voor Rusland veel gemakkelijker dan voor het Westen. Denkt Poetin misschien door een westerse ballon heen te kunnen prikken?

Wat we nu nodig hebben zijn leiders aan beide zijden die het hoofd koel houden, zich niet met vergeldingsmaatregelen inlaten maar juist serieus proberen de spanning uit de lucht te halen.

En dat is nog niet alles

Alsof het conflict tussen Oekraïne, Rusland, de EU en de VS niet erg genoeg is, werd de wereld vorige week opgeschrikt door verergering van de toestand in Irak. President Obama heeft toestemming gegeven voor luchtaanvallen op Noord-Irak, waar ISIS (of IS zoals ze tegenwoordig genoemd worden) dreigen de Jezidi’s, een lokale religieuze minderheid, af te slachten. Obama's besluit is begrijpelijk, maar garandeert geen vreedzaam einde van de problemen. Tot nu toe hebben de acties van ISIS nog een betrekkelijk gering effect op de olieproductie gehad. Mochten zij zich toeleggen op het saboteren van de Iraakse olieproductie, dan gaan de olieprijzen stijgen. Dit kan effect hebben op de mondiale economie.

Het conflict in Gaza werd vorige week slechts van de voorpagina’s verdreven door het tijdelijke staakt-het-vuren en doordat andere conflicten de aandacht vroegen. Want ook elders in de wereld bestaan er politieke probleemgebieden.

En alsof de wereld nog niet genoeg problemen heeft, heeft de Wereldgezondheidsorganisatie de uitbraak van ebola tot internationale gezondheidscrisis uitgeroepen. Een epidemie, laat staan een pandemie, is wel het laatste wat we kunnen gebruiken.

Ooit gaan de economische ontwikkelingen weer domineren
Ondanks zenuwachtige beurzen en toenemende politieke spanningen gedraagt de wereldeconomie zich min of meer zoals wij hadden verwacht. Wij zijn van mening dat markten uiteindelijk worden bepaald door de economische ontwikkelingen. We moeten dus de vraag stellen hoe de economische situatie eruitziet wanneer economische factoren het stokje weer van de politiek overnemen. Dat is deels afhankelijk van de economische gevolgen die de politiek tot die tijd veroorzaakt. Er zijn verschillende scenario’s mogelijk. Hier hoeven we er niet meer over te zeggen dan dat ons primaire scenario geen grote negatieve gevolgen voor de economie voorziet. Als we gelijk hebben, zou je verwachten dat de koersdalingen van risicovolle beleggingen een tijdelijke correctie zullen blijken die vroeg of laat weer ongedaan wordt gemaakt. Kortom, we moeten doen wat we altijd al doen: de binnenkomende economische gegevens volgen, analyseren en interpreteren.

Eigenaardige divergentie

Veel commentatoren lijken te denken dat de Amerikaanse economie het goed doet, terwijl de eurozone maar door blijft strompelen. Ook hoor je vaak dat de inflatie in de VS wel eens zou kunnen stijgen, terwijl Europa slachtoffer van deflatie kan worden. Deze scheiding van wegen duurt hoogst waarschijnlijk niet lang.

De Europese en de Amerikaanse conjunctuur hangen nauw samen. De twee economieën gaan meestal gelijk op, zowel omhoog als naar beneden. Een uitzondering treedt op als er asymmetrische schokken plaatsvinden of als beleidsmakers er een potje van maken in een van beide regio’s. Dat gebeurde in 2011 toen de eurocrisis escaleerde. De eurozone kwam in een recessie terecht, terwijl de VS doorgroeide. Welke factoren kunnen er nu zo zwaar op de economie van de eurozone drukken dat de conjunctuurcycli uiteen gaan lopen? Zou het Oekraiëns/Russische conflict een mogelijke factor kunnen zijn? De economische banden met die economieën zijn echter niet nauw genoeg om tot zeer ernstige macropijn te leiden. Eerdere zwakte in de opkomende economieën en een slappere investeringsactiviteit aldaar vormden de afgelopen achttien maanden samen met een forse daling van de yen bepaald geen positieve ontwikkelingen voor de Duitse industrie. Ook al vormt die een van de lichtbakens van de euro-economie, toch denken wij niet dat de lagere yen en de zwakkere vraag naar investeringsgoederen in de opkomende wereld voldoende tegenwind opleveren om de economie van de eurozone te doen stokken. Ik kan kortom maar moeilijk factoren bedenken die op dit moment een aanzienlijke conjunctuurverzwakking in Europa zouden kunnen veroorzaken, terwijl het herstel in de VS zich voortzet. Ik denk dan ook dat we zwakke Europese cijfers als ruis kunnen afdoen, of in ieder geval als een tijdelijk iets, zolang het herstel in de VS goed op weg blijft.

Dan nog waren de afgelopen week gepubliceerde cijfers van de Duitse industrieorders behoorlijk slecht. Die zijn in juni met 3,2% m-o-m gedaald (was -1,6% in mei). Nu willen de ordercijfers wel eens fluctueren, maar dit is een grote (cumulatieve) daling. Als dit cijfer niet snel aanzienlijk verbetert, kan mijn theorie dat het slechts ruis betreft, de prullenbak in. In ieder geval lijkt het er inmiddels op dat de Duitse economie, na een verrassend sterk eerste kwartaal, geen verder terrein won in het tweede kwartaal. We verwachten dat de groei van het BBP min of meer stagneerde in het tweede kwartaal (de cijfers komen deze week uit). De eurozone in haar geheel heeft het mogelijk marginaal beter gedaan. De zwakke prestaties kunnen nog steeds deels verklaard worden door de milde winter in het eerste kwartaal, die de bedrijvigheid in de eerste drie maanden van het jaar gestimuleerd heeft, en waardoor men vervolgens in het tweede kwartaal op de blaren moest zitten. De sterke daling van het aantal Duitse orders in juni kwam vooral doordat de orders voor kapitaalgoederen vanuit andere eurolanden met 19,5% daalden. Het klinkt misschien raar, maar ik vind dat een goed teken. Zo’n sterke daling zonder duidelijke reden is hoogst waarschijnlijk niet het begin van een nieuwe trend. Waarschijnlijk is het een terugslag na de sterke stijgingen in de maanden ervoor: in april en mei waren de orders voor kapitaalgoederen met respectievelijk 11,1% en 15,7%, gestegen. Dat moet te veel geweest zijn.

Daar staat tegenover dat de detailhandel in de eurozone in juni erg goed verkocht heeft. De omzetten lagen 2,4% j-o-j hoger, het beste cijfer sinds vóór de crisis. Nu moet ik wel toegeven dat de detailhandelsverkopen berucht zijn om hun volatiliteit en vaak moeten worden bijgesteld. En inderdaad, de Markit PMI voor het ondernemersvertrouwen in de detailhandel kwam in juli lager uit, wat erop wijst dat de verkopen mogelijk al weer dalen.
 
De cijfers uit de VS waren vorige week over het algemeen goed. Volgens de ISM-index schoot het ondernemers-vertrouwen in de dienstensector in juli omhoog en bereikte zelfs de hoogste stand sinds 2005. Het aantal aanvragen voor een werkloosheidsuitkering was vorige week ook relatief laag: ze doken voor de tweede keer onder de 300.000, al was 289.000 wel iets hoger dan twee weken geleden. Voor vergelijkbare aantallen moeten we terug naar 2006. Nu is het wel zo dat cijfers over zo’n lange periode moeilijk te vergelijken zijn: de omvang van en de toestand op de arbeidsmarkt waren toen anders. Maar toch lijdt het geen twijfel dat het herstel van de arbeidsmarkt doorzet.

Uit de enquête die de Fed onder kredietverstrekkers houdt (Senior Loan Officers Opinion Survey) bleek opnieuw een verbetering. De banken versoepelen hun kredietvoorwaarden en de vraag naar leningen neemt toe. Ook de kwaliteit van de uitstaande kredieten wordt beter. Het percentage Amerikaanse woninghypotheken waarbij sprake is van betalingsachterstand of executie is in het tweede kwartaal opnieuw gedaald.

De Chinese export

De Chinese handelscijfers voor juli waren goed. De uitvoer steeg met 14,5% j-o-j, de invoer daalde met 1,6%. Dat is een wat vreemde combinatie, maar de cijfers voor de uitvoer en de groeiversnelling lijken aan te sluiten bij die uit andere landen. Onze conclusie luidt dat China gedegen groei laat zien en dat de beleidsmakers er inderdaad in geslaagd zijn de daling van de economische groei te keren.

Lees meer over

Discussieer mee

ABN AMRO is benieuwd naar uw mening. U kunt daarom onder dit artikel reageren via Disqus. Door te reageren gaat u akkoord met de voorwaarden.

Meer blogs

Filteren op