Wederom wilde bewegingen op de financiële markten

Blog -

Bar graph globe

De financiële markten zijn ook de afgelopen week weer zeer beweeglijk gebleven. Onzekerheid over de economische vooruitzichten in de Verenigde Staten was daarvoor de belangrijkste reden, maar daarnaast ook hernieuwde opwaartse druk op de olieprijs, de euro en de kapitaalmarktrente.

Kennelijk is de onzekerheid over allerlei vooruitzichten sterk toegenomen Ben Steinebach Ben Steinebach Hoofd Beleggingsstrategie

De afgelopen week steeg de olieprijs (Brent) van $ 64 tot $ 67 per vat, de 10-jaarsrente in de meeste landen met 10 basispunten (0,1%-punt) en de euro tegenover de dollar van $ 1,12 tot $ 1,14. Dit is typisch een combinatie die Europese aandelen meer pijn doet dan Amerikaanse aandelen. De meeste Europese aandelenmarkten verloren dan ook 0,5% tot ruim 1%, terwijl de Amerikaanse markten – aangevoerd door de Nasdaq – per saldo kleine koerswinsten realiseerden. Overigens is hier geen sprake van een trend, want de hier opgesomde stijgingen van olieprijs, rente en euro zijn de afgelopen twee à drie weken wild op en neer geschoten. Kennelijk is de onzekerheid over allerlei vooruitzichten sterk toegenomen. Dat betreft in de eerste plaats de vooruitzichten voor de Amerikaanse economie. Die wil maar niet zo sterk groeien als de meeste economen eind vorig jaar hadden voorspeld. Opnieuw streng winterweer in het Noord Oosten en stakingen in havens aan de westkust zijn terechte verklaringen voor een zwakke economische groei – en wellicht zelfs lichte krimp – in het eerste kwartaal. Maar zo langzamerhand zouden verbeteringen zichtbaar moeten worden. De stagnatie van de detailhandelsverkopen in april, die afgelopen week bekend werd gemaakt, was wat dat betreft een behoorlijke teleurstelling. De verklaring verschuift nu naar de consumenten, die lang wachten met het verzilveren van het koopkrachtvoordeel dat voortkomt uit de gedaalde olieprijs in de tweede helft van vorig jaar. Ook deze verklaring is vermoedelijk terecht, maar de markten hebben het er in toenemende mate moeilijk mee en dat verklaart een deel van de turbulentie. Daarnaast is er enige onduidelijkheid over het opkoopprogramma van de Europese Centrale Bank (ECB). Een groot deel van het programma bestaat uit Duitse staatsobligaties omdat de Duitse Bundesbank de grootste kapitaalinbreng in de ECB heeft. Omdat Duitsland een (klein) overheidsoverschot heeft is er dus sprake van veel vraag en weinig aanbod. Daarom werd een voortgaande stijging van de koersen en een daling van de rente verwacht. Dat is tot eind april ook gebeurd, maar de verklaring van de daarna optredende rentestijging is dat de aankopen van obligaties niet gelijkmatig in de tijd plaatsvinden. Tot eind april was er sprake van uitzonderlijk grote aankopen van Duitse obligaties en nu is het weer wat rustiger en verschuift de vraag naar andere deelmarkten. Na de zomer voorzien wij juist weer een daling van de Duitse rente wanneer de vraag weer gaat toenemen.

Positieve bedrijfsresultaten kunnen de aandelenmarkten niet bekoren

De toonaangevende internationale aandelenmarkten hebben een groot deel van de week in mineur doorgebracht. Door een daling van de dollar op donderdag wisten de Amerikaanse markten – in tegenstelling tot de Europese – nog in de plus te eindigen. In Europa werden de afgelopen week de eerste gegevens over de economische groei in het eerste kwartaal bekend gemaakt. Die waren niet sterk maar zeker ook niet slecht met een groei van 0,4% ten opzichte van het laatste kwartaal van vorig jaar, toen nog sprake was van een groei met 0,3%. Frankrijk en Italië vielen ten opzichte van de verwachtingen mee met groeicijfers van respectievelijk 0,6% en 0,3%. De groei in Duitsland (0,3%) en Nederland (0,4%) viel daarentegen wat tegen, maar de economie in beide landen was in het voorgaande kwartaal relatief sterk gegroeid. Griekenland kende een tweede opeenvolgende kwartaal van krimp (-0,2%) en dat betekent weer extra druk op de overheidsfinanciën en dus ook op de onderhandelingen. Desondanks ging er van de voortslepende onderhandelingen geen direct negatief effect uit op de markten, mede omdat veel deelnemers spraken van een verbeterende en constructieve sfeer. De bedrijfsresultaten, die afgelopen week werden gepresenteerd, leverden in het algemeen een positief beeld op. Als een van de laatste in de Amerikaanse rij meldde Cisco een hogere winst per aandeel dan verwacht. In Europa presenteerde Telefonica sterke winstcijfers, mede door de overname van E-plus van KPN. Ook de resultaten van KBC waren sterk en beter dan verwacht en tonen een combinatie van een kapitaalverbetering en solide groei. In Nederland was het beeld gemengd met beter dan verwachte resultaten van Boskalis en resultaten in lijn met de verwachtingen door Wolters Kluwer. Daarentegen waren er tegenvallers te melden bij Heijmans, Aegon en (weer) Imtech. Voor Heijmans lijkt het risico van kostenoverschrijdingen groter dan het potentiële effect van een herstellende huizenmarkt. Aegon presenteerde een winst die 14% lager was dan verwacht en een echte verbetering lijkt zich ook niet aan te dienen. De resultaten van Imtech waren wederom slecht en de beslissing van het management om terug te treden, zal volgens ons niet bijdragen aan een spoedige verbetering van de strategie van het bedrijf. Belangrijk positief nieuws kwam van Ahold dat een overname bestudeert van het Belgische Delhaize. Beide bedrijven lijken meer complementair aan elkaar (ook in de Verenigde Staten) dan door menigeen verondersteld en er zijn volgens ons veel mogelijkheden om synergie(voordelen) te verzilveren. De AEX bleef ten opzichte van vorige week vrijdag nagenoeg ongewijzigd op 490,7 (beter dan de meeste andere Europese beurzen) en stond vanmorgen op bijna 495.

Resultatenseizoen nagenoeg voorbij

In de Verenigde Staten zijn er nog een paar bedrijven, die hun resultaten moeten publiceren. Ook in Europa loopt het seizoen ten einde. Van het macrofront valt echter nog wel interessant nieuws te verwachten. Uit de Verenigde Staten kijken we de komende week nog uit naar de resultaten van Wal-Mart, Merck, Home Depot en Hewlett-Packard. In Europa zijn het Vodafone en Marks&Spencer en in ons eigen land Delta Lloyd, die moeten laten zien hoe ze in het eerste kwartaal hebben gepresteerd. Op macro-economisch gebied kijken we de komende week vooral naar gegevens over het producentenvertrouwen. Op donderdag verschijnen de eerste en voorlopige cijfers over de stemming onder inkoopmanagers in veel landen in mei. We zijn vooral benieuwd of die in de Verenigde Staten een herstel laten zien en in Europa een bevestiging van de gunstige economische ontwikkeling. In Duitsland wordt tegen het einde van de week de Ifo-indicator gepubliceerd, de belangrijkste maatstaf voor het ondernemersvertrouwen. Eerder in de week wordt de ZEW-indicator gepresenteerd, die meer zegt over hoe investeerders aankijken tegen de Duitse (en de Europese) economie. Voorts verschijnen er in het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten en de Europese Unie (veelal definitieve) cijfers over de ontwikkeling van de consumptieprijzen in april. Uit Japan komen gegevens over de industriële productie en de machine orders en zal gekeken worden of die zich in maart beter hebben ontwikkeld dan in februari. Dat laatste zal ook enige indicatie vormen voor het totale cijfer over de economische groei in het eerste kwartaal, dat later in de week verschijnt. Tenslotte komen er uit de Verenigde Staten nog gegevens over de huizenmarkt in april: zowel het aantal in aanbouw genomen woningen als het aantal verkochte bestaande woningen.

Lees meer over

Discussieer mee

ABN AMRO is benieuwd naar uw mening. U kunt daarom onder dit artikel reageren via Disqus. Door te reageren gaat u akkoord met de voorwaarden.

Meer blogs

Filteren op