Weinig cijfers, maar zeker niet saai

Blog -

Wereldbol schijnt op administratie

Het was vorige week relatief rustig aan het cijferfront. Bovendien waren sommige cijfers nog steeds vertekend door speciale factoren, met name het slechte weer en het nieuwe (maan)jaar in China. Omdat het geschil over de Krim zich voortsleepte, de stemming op de markten voor risicovolle beleggingen verder werd verpest door bezorgdheid over de Chinese groei en wij onze prognose voor de EUR/USD hebben bijgesteld, was het bepaald geen saai weekje. Als ik in het koffiedik van de cijfers kijk, zie ik nog steeds gunstige vooruitzichten voor de wereldeconomie. Wij verwachten niet dat het conflict op de Krim uitdraait op een militair treffen of leidt tot sancties à la Iran die de aanvoer van energie zouden ontwrichten. Verder denken wij dat het Chinese groeicijfer niet drastisch zal dalen.

Weinig cijfers, maar zeker niet saai Han de Jong Han de Jong Chief Economist

De Krim kiest, zoals verwacht, voor aansluiting bij Rusland
Bij het referendum dat afgelopen zondag op de Krim is gehouden, sprak een overweldigende meerderheid (bijna 97%) zich uit voor aansluiting bij Rusland. Deze uitslag was verwacht. Zoals mijn collega Arjen van Dijkhuizen ook aangeeft (zie: ‘Russian Roulette’ in de Global Daily Insight van vandaag) zullen, als Rusland geen stappen zet om het conflict te deëscaleren, de EU en de VS waarschijnlijk vandaag verdere sancties aankondigen. Hierbij moet gedacht worden aan een reisverbod voor bepaalde personen en bevriezing van hun buitenlandse tegoeden. Het effect op de grensoverschrijdende handels- en financiële stromen blijft in dat geval vermoedelijk beperkt. Hoewel de situatie nog volop in beweging is, gaan wij in ons basisscenario ervan uit dat de Krim onafhankelijk blijft (naar analogie van de afgescheiden regio’s van Georgië). Rusland zal op dit moment waarschijnlijk niet tot volledige inlijving overgaan om nieuwe sancties te vermijden, maar zal de Krim wel blijven domineren. De kans is uiteraard aanwezig dat de sancties de komende tijd verder worden aangescherpt. Een volledige blokkade zoals in het geval van Iran achten wij echter niet waarschijnlijk, want dit is in het belang van geen enkele partij. De EU is afhankelijk van Russische energie en Rusland heeft de opbrengsten daarvan hard nodig. Bovendien zouden de olieprijzen dan onder opwaartse druk komen. Als militaire escalatie en sancties à la Iran uitblijven, blijft het effect op de wereldeconomie waarschijnlijk beperkt.

Productiegroei in Europa onveranderd, de periferie is goed bezig
De industriële productie van de eurozone is in januari met 0,2% m-o-m gedaald, maar j-o-j juist van 1,2% naar 2,1% gestegen. In het Verenigd Koninkrijk is de productiegroei toegenomen van 1,9% j-o-j in december naar 2,9% in januari. De werkgelegenheid in de eurozone is in het vierde kwartaal met 0,1% gegroeid, maar kwam j-o-j nog wel 0,5% lager uit. Minstens zo interessant als de cijfers voor de eurozone zijn de ontwikkelingen in afzonderlijke landen. Heel duidelijk is de omslag in Spanje en Portugal. Daar zijn strenge bezuinigingen, maar ook structurele hervormingen doorgevoerd. De industriële productie van Spanje en Portugal is in januari met respectievelijk 1,4% en 4,6% gestegen, waar in augustus vorig jaar nog dalingen van 2,5% en 2.8% genoteerd werden. Dat het beter gaat, blijkt ook uit de werkgelegenheid. Die is in Spanje in het vierde kwartaal weliswaar met 0,5% j-o-j gedaald, maar dat is een enorme verbetering ten opzichte van het eerste kwartaal van 2013: toen was de daling nog 4,2%. In Portugal neemt de werkgelegenheid zelfs weer toe: +0,5% j-o-j in het vierde kwartaal tegenover een daling van 5,2% in het eerste kwartaal. Dat is een aanzienlijke verbetering. Ik heb met verschillende mensen gesproken en krijg de indruk dat veel mensen niet in de gaten hebben wat er aan de hand is of het succes niet op zijn juiste waarde willen schatten. Enige scepsis is echter niet verwonderlijk na zoveel jaren van malaise en, in sommige gevallen, teleurstellingen en verbroken beloftes.

Nog steeds geen duidelijk beeld over VS
Als het weer de cijfers beïnvloedt, is het altijd moeilijk te bepalen wanneer die invloed ophoudt. Vorige week bleek dat de stemming onder kleine bedrijven in maart was verslechterd, al kwam dat misschien nog door het weer. De eerste aanwijzingen voor het consumentenvertrouwen van maart duiden echter ook op een daling. Daar staat tegenover dat de detailhandelsverkopen in februari meevielen, al werden eerdere cijfers juist licht naar beneden bijgesteld. De meest nauwkeurige cijfers zijn op dit moment misschien wel de wekelijkse uitkeringsaanvragen. Dat aantal is in de week van 8 maart gedaald naar de laagste stand van dit jaar, wat erop wijst dat de arbeidsmarkt over het slechte weer heen begint te komen en de opwaartse trend in de economie doorzet. 

Zorgen over China
De Chinese cijfers van vorige week vielen tegen. De industriële productie is in de periode januari-februari met 8,6% j-o-j gegroeid tegen 9,7% in december. Het is bovendien het laagste cijfer sinds 2009. Ook de detailhandelsverkopen groeiden minder hard, 11,8% versus 13,1%. Chinese statistici hebben het altijd moeilijk aan het begin van het jaar, omdat het Chinese Nieuwjaar niet op een vaste datum valt. Hoewel dat probleem ondervangen kan worden door de eerste twee maanden samen te nemen, blijft het beeld onduidelijk. Ik geef zelden commentaar op de Chinese monetaire aggregaten, maar de groei van de basisgeldhoeveelheid laat zien hoe sterk de Chinese cijfers aan het begin van het jaar kunnen fluctueren: de groei van M0 daalde in februari naar +3,3% j-o-j, na een explosieve groei van 22,5% in januari. Als wij januari en februari samen nemen, was de groei groter dan vorig jaar.

De Chinese economische groei
Ik ben niet echt bang dat de groei in China dit jaar sterk zal dalen. Aan slechte cijfers moet je immers ook weer niet te veel gewicht toekennen. De driemaandelijkse Manpower survey, een maatstaf voor het voornemen personeel aan te nemen, vertoont een redelijke stijging. Dat zie je trouwens ook in veel andere Aziatische economieën. Maar er zijn betere redenen om ons geen al te grote zorgen te maken. Zo heeft de Chinese regering de doelstelling voor de economische groei in 2014 gesteld op 7,5%. Premier Li heeft weliswaar gezegd dat een iets lager cijfer aanvaardbaar zou zijn, mits de groei van de inkomens en de werkgelegenheid zich naar tevredenheid ontwikkelt, maar hij gaf daarbij ook aan te denken aan een ondergrens van mogelijk 7,2%. Daar zal niemand wakker van liggen. Volgens mij beschikken de beleidsmakers over de middelen om de groei te bevorderen, mocht dat nodig zijn.

De Chinese schuldenlast
Het Chinese bedrijfsleven heeft veel schulden, in totaal voor meer dan 150% van het BBP. Dit is erg hoog voor een land in een dergelijke fase van ontwikkeling en met een dergelijk, niet al te zeer ontwikkeld financieel stelsel. Het lijdt nauwelijks twijfel dat China serieus werk moet gaan maken van de reductie van de schuldenlast. Dit proces zal echter plaatsvinden in een gunstiger context dan in de Westerse wereld. In het Westen associëren wij schuldreductie met geringe groei. Wij moeten niet uit het oog verliezen dat onze economieën zichzelf in de nesten hebben gewerkt en gedwongen waren te ‘ontschulden’, waardoor de toestand nog verergerde. Je schulden wegwerken in een krimpende economie is moeilijk en pijnlijk. In China is de situatie dus anders: daar moeten schulden worden verkleind in een groeiende economie, wat veel gemakkelijker is. Sterker nog, om het pijnlijke proces te vermijden waar veel Westerse landen doorheen moesten, is het voor de Chinese leiders essentieel dat de economie in een redelijk tempo blijft groeien. Als de groei te sterk afneemt, wordt het veel lastiger om de schuldenlast terug te dringen. Omdat de beleidsmakers de middelen hebben om de economie te stimuleren, denken wij dat ze die ook – met succes – zullen inzetten.

Prognose voor de dollar herzien
Wij hebben onze prognose voor de dollar vorige week herzien. Hoewel veel van onze wisselkoersprognoses vorig jaar juist bleken, lag dat bij de EUR/USD iets anders. Wij hebben daarom vorige week eens diep nagedacht en een aantal conclusies getrokken. Waarom is de dollar niet, zoals wij hadden verwacht, in waarde gestegen ten opzichte van de euro? Op de valutamarkt spelen diverse factoren een rol en de ene valuta reageert anders op ontwikkelingen dan de andere. Wat de zaken echt ingewikkeld maakt, is dat factoren die op enig moment overheersen, later weer aan kracht inboeten. De dollar profiteert doorgaans van twee factoren: een conjunctuurverbetering (geeft voeding aan de verwachting dat de rente gaat stijgen) en risicoaversie op de financiële markten. Wij zaten goed met onze prognose dat de economie vorig jaar zou aantrekken; dit had de koers van de dollar ten opzichte van de euro moeten opdrijven. Dit is echter niet gebeurd, en wel om twee redenen. Ten eerste werd het enthousiasme voor de dollar gedrukt door de impasse rond het schuldenplafond. Ten tweede hebben wij de gevolgen van de toegenomen risicobereidheid waarschijnlijk onderschat. Die was slecht voor de dollar en goed voor de euro omdat de zorgen omtrent de toekomst van de euro hierdoor voor een groot deel verdwenen. Maar waar staan wij nu? Wij denken dat de risicobereidheid in Europa aanhoudt nu het met landen als Spanje en Portugal duidelijk beter gaat. Dat zou een rem moeten zetten op de opwaartse druk op de dollar als gevolg van de stijgende groei in de VS en de toenemende verwachting van een renteverhoging. Wij hebben onze prognose daarom herzien. Op korte termijn voorzien wij een slechts bescheiden daling van de EUR/USD. Wij gaan nog steeds ervan uit dat de dollar op termijn in waarde gaat stijgen maar dit zal later gebeuren en minder snel gaan dan wij eerder dachten (zie ook het artikel Valuta’s in de Macro Weekly van vandaag). 

Lees meer over

Discussieer mee

ABN AMRO is benieuwd naar uw mening. U kunt daarom onder dit artikel reageren via Disqus. Door te reageren gaat u akkoord met de voorwaarden.

Meer blogs

Filteren op