Wereldwijde desinflatie

Blog -

Kompas inflatie Amerika

In veel landen wereldwijd is de inflatie in februari gedaald. Wij voorzien dat deze dalende trend op korte termijn aanhoudt, maar dat de inflatie zich in de tweede helft van het jaar stabiliseert en tegen het einde van het jaar weer langzaam toeneemt. Die verwachting is vooral gebaseerd op het herstel van de wereldeconomie, met de VS voorop. Mondiaal gezien is lage inflatie niet eens zo slecht, want die biedt centrale banken de gelegenheid een groeibevorderend monetair beleid te voeren. Wij denken dat de inflatie in de VS volgend jaar in de buurt van het inflatiedoel van de Fed komt. In de eurozone en Japan is de toestand zorgwekkender, doordat de kerninflatie er bijzonder laag is en de economische groei geringer. Maar zolang het economisch herstel aanhoudt en de euro en de yen terrein verliezen ten opzichte van de dollar, zou deflatie afgewend moeten kunnen worden.

In veel landen wereldwijd is de inflatie in februari gedaald Han de Jong Han de Jong Chief Economist

De column is deze week geschreven door Nick Kounis in afwezigheid van Han de Jong. 

Zwakke inflatieontwikkeling …
Uit de meest recente cijfers wereldwijd blijkt dat de inflatie duidelijk onder controle en ook onder het doel van de diverse centrale banken blijft. In de VS daalde de inflatie van 1,6% in januari naar 1,1% in februari, vooral als gevolg van lagere energieprijzen dan vorig jaar. De kerninflatie bleef onveranderd op 1,6%. De particuliere-consumptiedeflator – de alternatieve maatstaf voor inflatie die de Federal Reserve hanteert – was in januari 1,2%, de kerninflatie 1,1%. Dat is onder het inflatiedoel van de Fed van 2%. In de eurozone daalde de inflatie van 0,8% in januari naar 0,7% in februari: een bijstelling dus van de voorlopige raming, volgens welke de inflatie met 0,8% onveranderd zou blijven. De daling werd mede veroorzaakt door lagere energieprijzen, want de kerninflatie bleef gelijk op 1%. In de eurolanden daalde het inflatiecijfer. Frankrijk vormde een uitzondering onder de grote landen als gevolg van de btw-stijging begin dit jaar, die met enige vertraging doorwerkte. In absolute zin is de jaar-op-jaar-inflatie negatief in Griekenland (-0,9%), Cyprus (-1,3%) en Portugal (-0,1%). In Spanje en Ierland is zij bijna nul (+0,1%), in Italië en Nederland een zeer bescheiden +0,4%. Aan de andere kant van het spectrum staan Oostenrijk (1,5%), Frankrijk (1,1%) en België en Duitsland (beide 1%). Daar is de inflatie bovengemiddeld, al komt zij nergens overeen met het inflatiedoel van de ECB van ‘nabij maar onder 2%’.  

Inflatiepercentages

…over de hele wereld
De inflatie in China is verder gedaald, van 2,5% in januari naar 2% in februari, en daarmee lager dan het inflatiedoel van 3,5% dat de regering voor dit jaar heeft gesteld. De Japanse inflatie daalde van 1,6% in januari naar 1,4%; het cijfer exclusief voedsel en energie bleef gelijk op 0,7%. De Japanse inflatie raakt de laatste maanden geleidelijk uit de min, maar is nog ver af van de doelstelling van de BoJ van 2%.

De hond die niet beet
Na de financiële crisis hebben centrale banken een hele reeks maatregelen genomen om systeemrisico’s te bestrijden en de economische groei aan te zwengelen. De balansen van de Fed, ECB, BoJ en BoE samen zijn gegroeid van 3,5 biljoen vóór de crisis naar ongeveer 10 biljoen nu. De angst was nu dat dit beleid te goed zou werken en tot enorme inflatie zou leiden. Maar nu de kredietverlening in de meeste welvarende economieën nog steeds weinig groei vertoont, gaat het ook met de geldgroei niet erg hard. De afgelopen maanden was het eerder de vraag of de inflatie niet te laag zou worden, met name in de eurozone.

Inflatie verlagende factoren
Een aantal factoren doet de inflatie over de hele wereld afnemen. Ten eerste was de economische groei de laatste jaren bescheiden en in veel welvarende economieën ook minder dan trendmatig. Daardoor konden de grote capaciteitsoverschotten die tijdens de crisis ontstonden, niet snel worden afgebouwd. Er zijn natuurlijk onderlinge verschillen. Zo is de werkloosheid in de eurozone nog steeds groot en neemt die ook nauwelijks af, terwijl die in de VS aanzienlijk is gedaald. Ook binnen de eurozone bestaan er grote verschillen: in Zuid-Europa is de overcapaciteit doorgaans veel groter dan in het noorden. In China zijn door de investeringshausse van de afgelopen jaren in diverse bedrijfstakken capaciteitsoverschotten ontstaan. De Chinese producentenprijzen daalden in februari 2% j-o-j. Door de bescheiden groei en het toenemende aanbod in veel markten dalen bovendien veel grondstoffenprijzen. Door al deze factoren is wereldwijd de kostprijs van de productie in 2012 en 2013 omlaag gegaan. De goederenprijzen blijven flink dalen: in december met 2,9%.

Einde van de desinflatie komt later dit jaar
Wij voorzien dat de desinflatoire trends op korte termijn aanhouden, maar dat de inflatie zich in de tweede helft van het jaar stabiliseert en tegen het einde van het jaar weer langzaam toeneemt. Die verwachting is vooral gebaseerd op het herstel van de wereldeconomie, met de VS voorop. Daar is de werkloosheid inmiddels zo laag, dat de lonen geleidelijk weer stijgen. Maar omdat de lonen nog niet veel harder stijgen dan de productiviteit, nemen de loonkosten per eenheid product nog niet toe. Dat zal echter steeds vaker het geval zijn als de arbeidsmarkt in de loop van het jaar verder aantrekt. De tweede factor is een omslag in de internationale productie- en handelscyclus, die tot minder desinflatoire druk zou moeten leiden. Daar komt bij dat de VS de inflatie waarschijnlijk zal exporteren zodra de dollar over de gehele linie, maar vooral ten opzichte van de euro en de yen, in waarde gaat stijgen. Ten derde zou het effect van de grondstoffenprijzen op de inflatie zich later dit jaar wat moeten neutraliseren. Enerzijds verwachten wij een daling van de olieprijzen, anderzijds is de daling van de groothandelsprijzen voor voedsel, die met vertraging in de detailhandelsprijzen doorwerken, onlangs tot staan gekomen.

Bezorgdheid over lage inflatie in de eurozone en Japan
Mondiaal gezien is lage inflatie niet eens zo slecht, want die biedt centrale banken de mogelijkheid een groeibevorderend monetair beleid te voeren. Wij denken dat de inflatie in de VS volgend jaar in de buurt van het inflatiedoel van de Fed komt. In de eurozone en Japan is de toestand zorgwekkender, doordat de kerninflatie er bijzonder laag is en de economische groei geringer. Maar zolang het economisch herstel aanhoudt en de euro en de yen terrein verliezen ten opzichte van de dollar, zou deflatie afgewend moeten kunnen worden. Bij een negatieve economische schok is het risico echter groot dat de eurozone en Japan (weer) in deflatie belanden. Proactief beleid van de centrale banken om dat risico te beheersen, zou zinvol zijn. De BoJ is al bezig met een drastische balansvergroting en staat klaar om in te grijpen als de btw-verhoging van volgende maand het herstel zou ondermijnen. De ECB heeft ook aangegeven maatregelen te willen nemen, maar lijkt voorlopig niets te doen en er het beste van te hopen.

De 'zes maanden' van Fed-voorzitter Yellen
De nieuwe Fed-voorzitter, Janet Yellen, zorgde voor commotie op de financiële markten. Ze verklaarde tijdens de persconferentie na afloop van de vergadering van het FOMC dat de rente zo’n half jaar nadat het aankoopprogramma is teruggedraaid, verhoogd kan worden. Bij het huidige tempo houden de steunaankopen in oktober op, en als we haar opmerkingen letterlijk nemen, zou de rente dus in het tweede kwart van volgend jaar omhoog kunnen. Vervolgens werd druk bediscussieerd of deze opmerking opzet of een blunder was. Een verspreking lijkt ons onwaarschijnlijk. Yellen heeft jaren ervaring bij de Fed: ze was vanaf 2010 vicevoorzitter en werkt er in verschillende functies al sinds 1977. Ze is dus bepaald niet onbekend met Fed-taal. Bovendien heeft het FOMC uren gedelibereerd over manieren om de marktverwachtingen over de richting van de korte rente te sturen. Dan zou het wel erg vreemd zijn als de voorzitter hierover onzorgvuldig zou communiceren. Een mogelijke verklaring is dat de Fed snel een eerste rentestap wil zetten om het vervolgens rustig aan te doen. Het FOMC verwacht dat de rente eind 2015 op 1% staat. Als de Fed bijvoorbeeld in april met de eerste verhoging zou komen, dan betekent dit dat de rente elke tweede beleidsvergadering wordt verhoogd. Dat is langzamer dan de vorige keer, toen de rente bij elke vergadering met 25bp omhoog ging. Ons basisscenario is dat de Fed in juni met renteverhogingen begint en daarmee doorgaat tot eind volgend jaar de rente op 1,5% ligt. Dat is sneller dan de markten op dit moment inprijzen (zie ook het artikel over de rente hierna).

Amerikaanse economie ontdooit
Veel macrocijfers waren er de afgelopen week niet, maar uit de paar die er waren, blijkt dat de Amerikaanse economie zich begint te herstellen van het slechte weer. De cijfers tussen december en februari werden daardoor in meer of mindere mate vertekend. Twee regionale indices van het ondernemers-vertrouwen (de Philly Fed en de New Yorkse Empire State) zijn in maart gestegen. In de week van 10 maart is het aantal aangevraagde werkloosheidsuitkeringen slechts licht gegroeid: een consolidatie van de dalingen van afgelopen weken en een signaal dat het aantal banen deze maand sterker groeit. De harde cijfers voor februari wisselden: de industriële productie leefde weer sterk op, maar de huizenverkopen (zowel bestaande als nieuwbouw) herstelden zich niet van de sterke daling in januari. Wij blijven erbij dat de Amerikaanse economie fundamenteel gezond is en dat de groei zich snel zal herstellen van de aan het weer te wijten terugslag. 

Lees meer over

Discussieer mee

ABN AMRO is benieuwd naar uw mening. U kunt daarom onder dit artikel reageren via Disqus. Door te reageren gaat u akkoord met de voorwaarden.

Meer blogs

Filteren op