Naar een wereld zonder banken? Speech Gerrit Zalm bij uitreiking Sijthoff prijs

Nieuwsbericht -

Gerrit Zalm

Gerrit Zalm staat kort stil bij i) het Nederlandse bankwezen, ii) de rol van de banken bij kredietverlening, iii) mogelijke alternatieve financieringsvormen en afsluitend iv) bij de veranderende bancaire omstandigheden en aandachtsgebieden; de toekomst.

Inleiding

De organisatie weet wel hoe je sprekers moet strikken. Als thema kiezen 'naar een wereld zonder banken?' en dan een bankier laten komen. Het is een beetje als Sinterklaas uitnodigen en hem laten vertellen dat hij niet bestaat.

Natuurlijk komt de in het thema vervatte vraag niet uit de lucht vallen. Tien jaar geleden zou niemand een bijeenkomst onder de titel 'naar een wereld zonder banken?' georganiseerd hebben. Vooral de afgelopen vijf jaar is er veel veranderd. We hadden een kredietcrisis en daarbij een eurocrisis. Het vertrouwen van het publiek in het bankwezen is aangetast. De schuld van de crises is daarbij in grote mate in de schoenen van bankiers geschoven. Begrijpelijk, al is het niet het hele verhaal.

Als bankier kun je denken: wie geschoren wordt, moet stil blijven zitten. Hopelijk waait het allemaal over. Wat mij betreft is dat een verkeerd uitgangspunt! Ik vind dat het bankwezen moet veranderen en dat het goed is dat onder ogen te zien. Ik wil dat vanavond in een aantal stappen toelichten. Daarbij sta ik kort stil bij i) het Nederlandse bankwezen, ii) de rol van de banken bij kredietverlening, iii) mogelijke alternatieve financieringsvormen en afsluitend iv) bij de veranderende bancaire omstandigheden en aandachtsgebieden; de toekomst.

i) Het Nederlandse bankwezen

De bancaire wereld is een mondiale industrie maar voor vandaag blijf ik dichtbij huis, bij de Nederlandse banken. Ons bankwezen bevond zich de afgelopen vijf jaren in een turbulente periode . Het heeft dan ook bijzondere trekken:
• De sector is vanouds sterk internationaal georiënteerd.
• Met een bijdrage van 4% aan het Nederlandse BBP is de bankensector groot. De sector biedt in Nederland werkgelegenheid aan circa 100.000 mensen.
• Ongeveer 95% van de Nederlandse consumenten houdt zijn spaartegoeden aan bij een van de vier grootste banken. Het aandeel van de vier grootste banken in de hypothekenmarkt is vergelijkbaar.
• De Nederlandse hypotheekschuld is ruim twee keer het Europese gemiddelde. Hypotheken vormen een groot deel van het balanstotaal van de Nederlandse banken.
• Veel spaargeld in Nederland loopt via institutionele beleggers, vooral via pensioenfondsen. Banken kunnen daardoor hun lange uitzettingen slechts deels met lang spaargeld financieren. Dat maakt hen gevoelig voor stemmingsveranderingen op de kapitaalmarkt.

Deze factoren tezamen verklaren de dynamiek van het Nederlandse bankwezen. Natuurlijk heeft binnen deze dynamiek elke bank haar eigen verhaal. Daar kun je zoals u weet boeken over schrijven en tv-series over maken.

De thuisbasis voor Nederlandse banken is uit vorm. De Nederlandse economie krimpt sinds het tweede kwartaal van 2011. Nederland presteert wat dat betreft slechter dan haar buurlanden. De Nederlandse consument is terughoudend omdat het inkomen voortdurend daalt, de woningmarkt stagneert en de werkloosheid stijgt. Onzekerheid over wat de politiek gaat doen en over toekomstige pensioenen versterkt het ongemakkelijke gevoel.

Hoewel door winstinhouding de kwetsbaarheid van de Nederlandse banken is afgenomen, is de kwakkelende conjunctuur problematisch. Dat is het gesternte waar we het in ons land momenteel mee moeten doen. Dit heeft ook impact op de rol die banken vervullen, bijvoorbeeld voor de primaire taak zoals de kredietverlening.

ii) De rol van banken bij kredietverlening

De statistieken laten zien dat de verstrekking van woninghypotheken aan gezinnen stagneert, terwijl de kredietverlening aan bedrijven krimpt. Vooral de kredietverlening aan het MKB staat onder druk. Maar deze data vertellen niet het hele verhaal. Zowel vraag- als aanbodfactoren spelen een rol. Is er minder kredietbehoefte of is er minder aanbod? Wat dat betreft geven de enquêtes die DNB elk kwartaal houdt over kredietvoorwaarden en kredietbehoefte meer inzicht. Die enquêtes laten een genuanceerd beeld zien.

Zoals u weet kijken we scherper naar de kredietverlening in het MKB en hypotheken. Oplopende vermogenskosten voor banken spelen een rol, maar vooral veranderende risicopercepties. Banken moeten bij hun financiering op professionele markten zelf hogere risicopremies betalen. Aan de andere kant is door de recessie het aantal kredietwaardige bedrijven afgenomen en de portefeuille probleemleningen van Nederlandse banken gegroeid. Dat geldt vooral voor het MKB. Banken, in ieder geval ABN AMRO, stellen veel in het werk om samen met de betreffende bedrijven en hypotheekhouders inzicht en overzicht te verkrijgen zodat waar mogelijk herstelplannen kunnen worden ingezet om de fundamenten te versterken voor de toekomst.

Gelijktijdig neemt volgens dezelfde enquêtes al ruim vier jaar de kredietbehoefte af. Anders gezegd, er is simpelweg minder vraag naar krediet. In het licht van de economische omstandigheden is dit begrijpelijk: investeringen worden uitgesteld om mogelijke risico’s te beperken. Bij grote bedrijven ligt het iets genuanceerder, maar is het globale plaatje hetzelfde. Bancaire terughoudendheid is dus één helft van het verhaal. De andere helft is dat klanten ook terughoudend zijn in hun vraag naar krediet.

iii) Alternatieve financieringsvormen

Interessant is dat alternatieve financieringsbronnen volgens de DNB enquêtes nauwelijks een rol spelen, behalve één specifieke bron: de spaarpotten van gezinnen die aangebroken worden om hypotheken af te lossen. Bedrijven investeren minder. En gezinnen wachten tot de conjunctuur aantrekt en op de woningmarkt betere tijden aanbreken. Alternatieve financieringsbronnen doen daar weinig aan toe of af.

Daarmee bedoel ik niet te zeggen dat er geen ruimte is voor alternatieven financieringsvormen. Er is wel degelijk het  één en ander gebeurd op dit vlak. Een voorbeeld is de kredietunie waarbij een gesloten groep van ondernemers elkaar financieren. Verder biedt de non-profitinstelling Qredits in ons land microkredieten aan. Qredits wordt o.a. gefinancierd door Rabobank, ING en ABN AMRO. 

Crowdfunding, financiering door  partijen via internet, is een populair gespreksonderwerp, maar  kwantitatief verwaarloosbaar. Ter voorbeeld, ABN AMRO heeft een eigen crowdfunding platform opgezet met de naam SEEDS waarmee succesvolle financieringen zijn opgehaald. Het volume aan financiering dat in Nederland tot nu toe via dergelijke platformen plaatsvindt, is echter zeer beperkt.

Voor grotere bedrijven is het verhaal anders. We zien dat de volumes van kapitaalmarktfinanciering in de vorm van obligaties toenemen ten opzichte van de traditionele bankfinanciering. Vanuit een bankperspectief vraagt dit om een andere begeleiding van onze klanten. Wij als ABN AMRO investeren daarom voortdurend in de kwaliteit van onze dienstverlening op het gebied van advisering en begeleiding van onze klanten naar de kapitaalmarkt. Daarmee ondersteunen wij het proces en helpen onze klanten met de noodzakelijke risico analyses.

Alternatieve financieringsvormen nemen geen hoge vlucht. Kredietverlener ben je niet zomaar. Het aantrekken van spaargeld en verwerken van betalingsverkeer is minder specifiek dan kredietverlening.  Alleen met spaargeld aantrekken en risicoloos uitzetten heb je geen levensvatbaar bedrijfsmodel.
 
Kredietverlening is een vak, beoordeling van kredietrisico’s is een ambacht, dat komt je niet zomaar aanvliegen. Niet iedereen staat te trappelen om kredietrisico’s in zijn boeken te nemen. Bovendien betekent bankieren anno 2013 je onderwerpen aan een zeer omvangrijk pakket regelgeving. Daarom heeft een bank een zekere schaalgrootte nodig om levensvatbaar te zijn. Die regelgeving wordt nog veel complexer. Ik kom hier zo nog op terug. Vanwege deze ‘gedwongen’ schaalgrootte is in mijn ogen het model van kleinere kredietunies minder toekomstvast.

Wel zie ik mogelijkheden voor initiatieven die gebruikmaken van de infrastructuur en expertise van een bank. Hierbij delen institutionele investeerders één op één mee in de risico’s en rendementen van een kredietportefeuille die is samengesteld en beoordeeld door de bank. Het mes snijdt hierbij aan twee kanten: a) de institutionele investeerders kunnen rechtstreeks investeren in de kredietportefeuille waarbij gebruik wordt gemaakt van de infrastructuur en expertise van de bank en b) de bank kan haar klanten blijven bedienen, ook in tijden dat haar balans wellicht onder druk komt door regelgeving, concentratierisico’s, funding of kapitaalschaarste.

Erg belangrijk bij dergelijke initiatieven is dat de belangen van de investeerders en van de bank parallel lopen. Dan is het van belang dat de bank zelf ook een significant gedeelte van het risico op de kredietportefeuille blijft behouden. Wij noemen dit bij ABN AMRO: wel risk sharing, geen risk shifting!

Bij ABN AMRO zijn we verschillende initiatieven aan het ontwikkelen die dit mogelijk maken. Dit, gebeurt zowel op mkb-gebied als wel bij scheepvaartfinanciering en de financiering van grondstoffenhandel.

Samengevat: de conjunctuur is zwak, banken zijn terughoudend en alternatieve kredietvormen zijn geen deus ex machina, behalve  als er gebruik wordt gemaakt van de infrastructuur en expertise van een bank. Daarbij is adequaat toezicht, ook op alternatieve financieringsvormen, van belang voor geldnemers en investeerders. Het is niet wenselijk dat er financieringsvormen ontstaan die onder een lichter toezichtregime kunnen opereren.

iv) De toekomst

Drie factoren drukken momenteel hun stempel op de toekomst van Nederlandse banken: conjunctuur, regelgeving en gedragsveranderingen.

A Conjunctuur
Eerst de conjunctuur. Twee jaren recessie drukken hun stempel op de Nederlandse activiteiten van banken. Er zijn gelukkig lichtpuntjes. De uitvoer lijkt te herstellen dankzij de aantrekkende wereldhandel. En de woningmarkt nadert waarschijnlijk de bodem. Ik verwacht een terugkeer van enige BBP-groei in 2014, maar spectaculair zal de stijging niet zijn. Als het toch beter gaat dan gedacht dan krijgen banken een opkikker omdat de voorzieningen voor probleemleningen vermoedelijk geleidelijk naar beneden kunnen.

Een aantrekkende economie leidt ook tot extra kredietvraag. Het aanbod van krediet door Nederlandse banken blijft echter nog een aantal jaren onder druk. Banken moeten namelijk alle zeilen bijzetten om aan nieuwe spelregels te voldoen. Vandaar dat wij bij ABN AMRO nu al veel aandacht besteden aan plannen om onze klanten ook te kunnen bedienen als deze nieuwe spelregels in werking treden en de conjunctuur sterker aantrekt dan verwacht. We lopen voorop en vooruit bij de toekomstige kapitaaleisen die worden gesteld.

B Regelgeving
Verschillende veranderingen in de regelgeving kunnen het kredietaanbod onder druk zetten; een onvolledig overzicht:
• Er komen zwaardere solvabiliteits- en liquiditeitsvoorschriften (Basel III, CRD4). Bestaande solvabiliteitseisen worden aangescherpt, er komt een minimum leverage ratio (eigen vermogen/balanstotaal) van 3% en internationaal geharmoniseerde liquiditeitsvoorschriften worden voorgeschreven.
• In de ‘Kabinetsvisie Nederlandse Bankensector’ wordt gepleit voor een minimum leverage ratio van meer dan 4% en een Loan To Value voor woningen die na 2018, mits de woningmarkt herstelt, onder 100% moet uitkomen.
• Er komt een Europese bankenunie. In 2014 wordt centraal toezicht door de ECB op grote banken operationeel. Volgend jaar komen er Europese toelatingstesten. Denkbaar is dat banken hun kredietportefeuille moeten inkrimpen om door de test te komen.
• We koersen af op een bancair stelsel in de eurozone waarbij schuldeisers van banken, exclusief spaarders onder depositogarantie, meebloeden bij de ontmanteling van een bank. Deze introductie van bail-in kan het aantrekken van marktfinanciering door banken de komende jaren bemoeilijken.
• Er komt zogenaamd macroprudentieel toezicht binnen de eurozone. De precieze vormgeving is nog niet duidelijk, maar het zal betekenen dat banken in tijden van een aantrekkende conjunctuur te maken krijgen met extra solvabiliteitseisen.

Versterking van de weerbaarheid van banken is historisch gezien onvermijdelijk. Het is ook een goede zaak. Wij hebben bij ABN AMRO de daad bij het woord gevoegd. Onze solvabiliteit was, uitgaand van de strengste definitie van eigen vermogen, eind juni 13,3% vergeleken met 10,4% eind 2010. Wij worstelen wel met de opeenstapeling van plannen en maatregelen. Naast de hogere kapitaal- en liquiditeitseisen die te rechtvaardigen zijn, komt er een toename van gedetailleerde regelgeving op ons af. Voor 2014 verwachten we uit Europa zeker 200 consultaties terzake van nieuwe regelgeving. Dit is niet te behappen, niet qua consultatie, om maar te zwijgen over implementatie.

We dreigen ook in een vicieuze cirkel terecht te komen: toezichthouders komen met nieuwe regels, banken  geven daar hun invulling aan en de toezichthouder maakt bij ongenoegen de regels in reactie daarop nog ingewikkelder. Boetes voor overtreding van regels zullen  aan de orde van de dag zijn. We moeten een evenwicht vinden: banken moeten veiliger worden, maar ook zelf verantwoordelijkheid kunnen nemen. Alles proberen dicht te regelen is een niet werkzame kostbare oplossing.

C Gedragsverandering
Beter dan steeds meer regelgeving, die kan worden ontweken, is gedragsverandering.

De vraag is hoe je gedragsverandering realiseert. Het antwoord begint aan de top. Als je kijkt naar grote bedrijven binnen en buiten de financiële wereld die bijna of geheel ten onder zijn gegaan, lijken ze één ding gemeen te hebben. Hun CEO’s liepen over van zelfvertrouwen; zij hadden vaak na jaren van boekhoudkundig succes de wijsheid in pacht. Kritische vragen van medewerkers werden niet op prijs gesteld. Kritiek werd beschouwd als gebrek aan loyaliteit. De beloning voor eerlijkheid was ontslag. De CEO’s meenden over water te kunnen lopen. Gedragsverandering begint bovenin het bedrijf. Daar wordt de toon gezet.

Ik geloof dat medewerkers vanuit een innerlijke drang zelf de goede keuzes moeten maken. Daarvoor heb je een werkomgeving nodig, waarin een aantal principes heilig is.

Bij ABN AMRO zijn we de afgelopen jaren bezig geweest twee banken in elkaar te schuiven. Een grote uitdaging was twee culturen om te vormen tot één nieuwe. Dat gaf ook de kans om een nieuwe route uit te zetten. We besloten ons te richten op drie kernwaarden: vertrouwd, deskundig en ambitieus. Laat me ze kort uitleggen:

Vertrouwd betekent dat langdurige relaties belangrijk zijn. We willen onze klanten kennen door te luisteren naar hun verwachtingen en wensen. Ons doel is diensten aan te bieden die daarbij passen. Vertrouwd betekent ook betrouwbaar: een sterke vermogens- en liquiditeitspositie en een gematigd risicoprofiel. En als we iets beloven, doen we het ook.

Deskundig: omdat we weten wat bankieren is. We nemen onze verantwoordelijkheid. We zeggen ‘nee’ tegen onze klanten als ‘ja’ onverantwoord is. We willen eenvoudig, begrijpelijke en werkbare oplossingen aanbieden. We kennen onze klant en ook zijn werkomgeving.

Ambitieus: daarmee zeggen we dat we tot het uiterste gaan als dat onze klanten ten goede komt. We zijn nooit tevreden en willen ons altijd verbeteren.

We hebben onze kernwaarden vertaald in een aantal praktische business principles. Zo geldt voor alle medewerkers:
• Ik streef naar de beste oplossingen voor mijn klant
• Ik neem mijn verantwoordelijkheid
• Ik neem alleen risico’s die ik kan overzien
• Ik handel duurzaam
• Ik ben een bevlogen professional
• Ik verbind door samen te werken.

Door deze principes in de praktijk te brengen, willen wij een cultuur creëren waarin de klant centraal staat.

Bij onze waarden past geen zelfvoldaanheid. Het gaat veel verder dan het publiceren van een lijstje op de intranetsite. Belangrijk is dat er iets in de hoofden van bankiers verandert.

De les is in elk geval geleerd dat banken zonder het vertrouwen van klanten geen bestaansrecht hebben. Vertrouwen komt te voet en gaat te paard. In het tijdperk van de social media kun je beter zeggen dat vertrouwen met een paar muisklikken kan verdwijnen.

Afsluiting

Ik begon met een schets van de huidige situatie: zwakke conjunctuur, terughoudende banken en beperkte kredietvraag. Ik heb uitgelegd dat juist bij de alternatieve kredietvormen een rol voor banken is weggelegd. Wij kunnen grotere bedrijven adviseren en begeleiden naar de kapitaalmarkten. Kleinere bedrijven kunnen wij blijven voorzien van financiering, ook door samen te werken met institutionele investeerders. Daarna zagen we de dynamiek: conjunctureel herstel lijkt in aantocht; de hogere eisen voor kapitaal en liquiditeit zijn terecht, maar een tsunami van gedetailleerde regelgeving daar bovenop is niet werkzaam en, het allerbelangrijkste: gedragsverandering gaat het verschil maken.

Dat brengt me terug bij de beginvraag. Dat was of we naar een wereld zonder banken gaan. Het antwoord is wat mij betreft: nee.

Documenten

Delen

Lees meer over

Discussieer mee

ABN AMRO is benieuwd naar uw mening. U kunt daarom onder dit artikel reageren via Disqus. Door te reageren gaat u akkoord met de voorwaarden.

Meer nieuws

Filteren op