Sustainable fashion: werk aan de winkel

De fashionindustrie is één van de meest milieuvervuilende ter wereld. Dat hoeft het niet te zijn, betogen Henk Hofstede, Sector Banker Retail, en Marijn de Haas, adviseur risico en beleid op gebied van milieu, sociale en ethische kwesties bij ABN AMRO. Zij nemen ons mee in de laatste duurzame ontwikkelingen die de kledingindustrie doormaakt en de lange weg die we nog moeten afleggen om in 2050 volledig circulair te zijn.

Op 12 juni 2018 organiseerde ABN AMRO haar reguliere kennissessie Vijftig Tinten Groen. Dit keer over Sustainable Fashion. In deze kennissessie werden medewerkers meegenomen in de uitdagingen van de kledingindustrie en aan het denken gezet hoe zij zelf bewuster met kleding om kunnen gaan. Want deze industrie kan en moet nog veel stappen zetten op weg naar een duurzamer verdienmodel. Ook ging  ABN AMRO die middag met klanten in gesprek. Marijn de Haas: ‘Wij kijken samen met  klanten hoe het nog beter kan. We organiseren regelmatig kennissessies en workshops om aan te geven waar de kansen maar ook de risico’s liggen.’ Wat zijn eventuele alternatieve materialen? Weet je hoe jouw keten van (toe)leveranciers eruit ziet en hoe er wordt  omgegaan met duurzaamheid? Is er al iemand verantwoordelijk gemaakt voor het MVO-beleid binnen je bedrijf?

Fashion in cijfers

Maar om streng naar de fashionindustrie te kijken, moeten we eerst weten hoe duurzaam deze sector op dit moment is. Laten we beginnen met wat cijfers. De Nederlandse consument koopt per jaar voor circa 10 miljard euro aan spullen. Naar schatting wordt jaarlijks wereldwijd 91 miljoen ton kilogram kleding weggegooid. In Nederland is dit jaarlijks 235 miljoen kilogram, ongeveer 13 kilogram per persoon. Van de nieuwe, niet gedragen producten worden 1,2 miljoen stuks per jaar vernietigd. Gemiddeld wordt een kledingstuk 10 keer gedragen en daarna vaak makkelijk weggedaan. 

Daarbij: katoen produceren verslindt water, terwijl zoetwatervoorraden in katoen producerende landen op begint te raken. Om een idee te geven, één katoenen T-shirt maken kost 2.700 liter water, een spijkerbroek maar liefst 8.000 liter. In de katoenindustrie worden heel veel chemicaliën en pesticiden gebruikt met een negatieve impact op het milieu. En dan is er nog het sociale aspect: de arbeidsomstandigheden in vele fabrieken in de wereld zijn vaak slecht. Neem de ramp in Bangladesh in 2013 waarbij een gebouw, waarin meerdere kledingproducenten waren gebundeld, in stortte. 1.100 mensen kwamen om het leven en nog eens 2.500 raakten gewond. Daarnaast werken veel arbeiders onder het leefbaar loon, het loon dat je minimaal nodig hebt om een acceptabel leven te kunnen leiden in de diverse productielanden.

Eerbied voor mens, dier en milieu

De fashionindustrie heeft dus een enorme impact op de wereld. Stel dat we de sector in zijn geheel opnieuw kunnen inrichten, hoe ziet het ideaalplaatje er dan uit? Henk Hofstede geeft een definitie van ‘sustainable fashion’: ‘Dat je met eerbied voor mens, dier en milieu je product produceert, met zo weinig mogelijk afval. Denk dus aan kleding van gerecycled materiaal, zodat afval geen afval is, maar een grondstof.’ De Haas voegt daaraan toe: ‘Maak producten die lang mee gaan. Fashion is elke maand anders, maar je moet producten maken die de rest van je leven mee kunnen gaan.’ 

Dat klinkt als: doen we even. De praktijk is toch een stuk lastiger. De Haas: ‘De urgentie is gigantisch, maar wordt nog niet zo gevoeld. Het is lastig om heel snel grote veranderingen door te voeren, omdat de hele fashionketen erg versnipperd is en daarom lastig te controleren.’ Hofstede: ‘Het verschuift langzaam. Het is namelijk niet enkel de verandering van een product of materiaal, maar het is een systeemverandering. Dat kost tijd. Uit het jaarlijkse internationale fashiononderzoek Pulse of Fashion 2018, blijkt dat 52% van alle CEO’s van de grote fashionmerken de duurzaamheidsdoelstellingen leidend laten zijn bij hun strategische beslissingen.’

Grote jongens, grote stappen

Uit hetzelfde rapport blijkt dat de beste fashion retailers ter wereld op een schaal van 1-100 net een voldoende op duurzaamheid halen. Maar gemiddeld scoort de branche volgens dit onderzoek een 3,8. Hofstede: ‘Als ik vroeger thuiskwam met een 3,8, dan was dat niet best. Maar goed, dat betekent niet dat je wel degelijk stappen kunt zetten.’ 

Die stappen zijn hard nodig, want het doel is om in 2050 volledig circulair te zijn met z’n allen. Hofstede: ‘De grote jongens in de markt moeten de kar trekken en de volumes uit de markt halen. Er zijn al voorbeelden te noemen van grote bedrijven die nieuwe kleding produceren van gerecycled materiaal. H&M wil graag in 2030 een volledig duurzame collectie van gerecycled of duurzaam materiaal hebben. C&A had al een cradle-to-cradle T-shirt van biologisch en afbreekbaar katoen geïntroduceerd. Ook hebben ze in augustus de meest duurzame jeans gelanceerd.’ De Haas kent nog een ander initiatief: ‘Spijkerbroekfabrikant Nudie Jeans moedigt haar klanten aan om vooral kapotte broeken terug te brengen en te maken. Daar wordt de broek juist unieker van. Dat voorkomt afval.’ Ook outdoormerk Patagonia moedigt reparatie van haar producten bij haar klanten aan.

Lenen of artificial intelligence

Dat betekent niet dat de rest moet afwachten wat de koplopers van de markt verzinnen. Er zijn ook jongere bedrijven waar een voorbeeld aan genomen kan worden. Zoals Lena, waarbij je kleding kunt lenen in plaats van kopen. Per keer of in abonnementsvorm. Dit heet Product-as-a-Service. Het voorkomt dat een consument weer dat nieuwe jurkje koopt, die eigenlijk maar een keer wordt gedragen. Hofstede: ‘Duurzaam betekent ook dat je als consument niet voor elk item iets nieuws koopt. Maar dat je het kunt lenen.’ 

Nieuwe technologie kan ook een potentiële gamechanger zijn voor de industrie. Het Deense online mannenmodewinkel Son of a Tailor maakt gebruik van artificial intelligence. Op basis van leeftijd, gewicht, lengte en tal van andere gegevens maken zij haar T-shirts precies op maat. Gevolg: het bedrijf heeft geen overtollige voorraden en door een perfecte pasvorm wordt het product veel langer door de klant gedragen.

Waar begin je?

Een duurzame kledingindustrie vraagt ook een andere mindset van de consument. De Haas geeft een voorbeeld: ‘Denk na voordat je iets koopt. Heb je het écht nodig? Wat heb ik eraan?’ Ze heeft binnen ABN AMRO iedereen aangemoedigd om mee te doen met de campagne Slow Fashion Summer. Gedurende drie maanden wordt er geen nieuwe kleding gekocht, om bewustwording te creëren dat je echt langer met je kleding doet dan je denkt of niet altijd nieuw hoeft te kopen. 

Hofstede vindt ook dat de overheid haar steentje moet bijdragen. Er moet een stimulans komen om de circulariteitseconomie te versnellen. ‘Bijvoorbeeld met belastingverlichting voor circulaire bedrijven en extra belasting voor partijen die continu nieuwe grondstoffen gebruiken. Dit geldt overigens niet alleen voor de fashionindustrie.’ 

De eerste duurzame stappen worden dus gezet in de fashionindustrie. 2050 klinkt ver weg, maar er is nog wel een lange weg te gaan als we over ruim dertig jaar volledig circulair willen zijn. Lichtpuntje: uit het rapport Pulse of the Fashion Industry blijkt dat 90% van de sector al wel met duurzaamheid bezig is. ‘Dat zijn goede ontwikkelingen. Rome is ook niet op een dag gebouwd, maar de branche moet echt veranderen’, is Hofstede streng. De Haas besluit: ‘Ik merk dat consumenten het ook steeds belangrijker gaan vinden. Als zij naast de overheid ook druk uitoefenen op de sector, dan komt sustainable fashion in een stroomversnelling.’