Transition Town Totnes

Blog -

Ivar Smit bij de publieke tuin van Totnes

Het Caledonisch Kanaal brengt ons via Loch Ness van Noord- naar Zuid-Schotland. Vanaf daar trotseren we woest weer door steeds beschutting te zoeken in de luwte van eilanden. Als er eindelijk oostenwind komt, maken we daar meteen dankbaar gebruik van: we zeilen drie dagen en nachten door op een zuidelijke koers. We passeren Land’s End, het zuidwestelijkste puntje van Groot-Brittanië. Vanaf hier hebben we wind tegen, dus besluiten we aan te leggen in het nabijgelegen Penzance. Daar pakken we een trein naar Totnes.

Mensen die elkaar kennen en samen de schouders eronder zetten, is een essentieel ingrediënt voor duurzaam succes. Ivar Smits Ivar Smits Schipper

Voor onze vorige duurzame oplossing waren we in het Schotse ecovillage Findhorn. Die gemeenschap is helemaal ingesteld op een duurzame levensstijl. Maar wat doe je als je in een doorsnee dorp woont en daar iets wilt doen aan klimaatverandering? Rob Hopkins heeft een oplossing gevonden. Hij schreef het boek The Transition Handbook over de overgang naar een duurzame, olie-onafhankelijke en zelfredzame samenleving. Zijn theorieën brengt hij in de praktijk in zijn woonplaats Totnes. Nieuwsgierig gaan we ernaartoe.

Transitie van onderaf

Rob is zelf niet ‘in town’, maar een van zijn naaste medewerkers Hal Gillmore ontvangt ons allerhartelijkst. We mogen zelfs in zijn tuinhuis logeren. We ontmoeten andere belangstellenden en leren hoe de transitie precies verloopt. ‘We coördineren in Totnes verschillende projecten op het gebied van lokaal voedsel, hernieuwbare energie, energieneutraal wonen en de lokale economie’, vertelt Hal. ‘Wij stimuleren het, maar de bewoners doen het uiteindelijk natuurlijk zelf.’

‘Het klinkt misschien vreemd, maar een van de eerste dingen die we organiseerden was een programma om elkaar als buurtbewoners te leren kennen. Daarna gingen de overige projecten pas lopen. Mensen die elkaar kennen en samen de schouders eronder zetten, is een essentieel ingrediënt voor succes’, vervolgt hij. Hoe dat in z’n werk gaat? Hal legt het uit tijdens een rondleiding door het dorp.

Dichterbij is duurzamer

Onze eerste stop is bij een uit de kluiten gewassen groenstrook langs de openbare weg. Op een stuk grond waar de gemeente sierplanten onderhield, kweken enthousiaste buurtbewoners nu eetbare planten en kruiden. Een zelfgemaakt bord met de titel public garden geeft meer informatie en vertelt dat iedereen mag plukken. ‘Het gaat in de eerste plaats om bewustwording’, licht Hal toe. ‘Openbare ruimte kan worden gebruikt voor voedselvoorziening.’

Even later staan we bij een voortuin van een rijtjeshuis. Hier stonden eerst sierplanten, nu prei, uien, wortelen, kruiden en fruitbomen. Een enorme cultuuromslag, vertelt Hal. ‘Vroeger was dit ondenkbaar, en zou je worden uitgelachen door je buren. Nu wordt het steeds normaler.’

Klinkt mooi allemaal, maar tuinieren kost een hoop tijd. Niet weggelegd voor jonge gezinnen met werkende ouders, lijkt ons. ‘We doen aan garden dating. Zo koppelen we mensen met tuin maar zonder tijd aan mensen zonder tuin maar met tijd. Het versterkt de gemeenschapszin in de buurt én verspreidt kennis over eten kweken. De opbrengst wordt onderling verdeeld. Het is een van onze meest succesvolle projecten’, vertelt Hal trots.

Eigen productie tegen grondstofverspilling

Terwijl we verder wandelen, wijst Hal ons op een ander voordeel van eigen eten kweken. ‘Er is veel minder voedselverspilling. Als je iets nodig hebt, haal je het uit de tuin. Mensen gaan veel bewuster om met eten als ze zelf moeite hebben gedaan om het te kweken. Verser kan niet.’

Lokale voedselproductie helpt de gemeenschap ook minder afhankelijk te worden van olie, een van de doelstellingen van de Transition Town-beweging. Veel eten wordt immers gemaakt met hulpmiddelen als kunstmest, pesticiden en herbiciden. Die zijn niet alleen ongezond voor bodem, mens en dier, maar worden ook gemaakt van eindige, fossiele grondstoffen. Bovendien is voor het vervoer over lange afstanden veel brandstof nodig. Wanneer er lokaal volgens biologische principes wordt gekweekt, zijn geen chemicaliën, transportbrandstoffen en verpakkingen nodig. Dat is duurzamer.

Hernieuwbare energie, lokaal opgewekt

Aan de rand van het dorp komen we bij de Archimedes screw. We zien twee grote, schroefvormige raderen langzaam ronddraaien in het stromende water. Omdat de rivier de Dart door het dorp stroomt, is waterkracht een voor de hand liggende keuze om de lokale energievoorziening hernieuwbaar te maken. Een aantal mensen uit het dorp besloot een projectgroep te vormen en een oud waterrad te moderniseren. Ze hebben er een vistrap bij geplaatst, waardoor vissen makkelijk kunnen passeren.

Ruim tien procent van het stroomverbruik in Totnes wordt zo opgewekt. Daarnaast maken de bewoners van het dorp gebruik van zonnepanelen en windturbines. Zo benutten ze de lokale mogelijkheden om hernieuwbare energie op te wekken en de CO2-uitstoot van de gemeente te verminderen.

Energieneutraal wonen

Terug in het dorp bezoeken we ecohomes, waarvan sommige vandaag open zijn gesteld. Buurtbewoners leren van elkaar onder het motto ‘gluren bij de buren’. We zien veel initiatieven met isolatie en energiebesparing. Ook zonne-energie op daken is in opmars. Transition Town Totnes faciliteert de gezamenlijke aankoop van de panelen.

Bij een nieuwbouwwoning legt een lokale aannemer uit wat ze gedaan hebben om het huis energieneutraal te maken. ‘We maken zo veel mogelijk gebruik van hout en andere natuurlijke materialen. Ook zijn de muren en het dak zeer goed geïsoleerd. De ligging is zo gekozen dat er veel ramen en een groot dakoppervlak op het zuiden gericht zijn. Zo kan de zon de binnenruimtes overdag verwarmen en is er veel ruimte voor zonnepanelen op het dak.’ Het huis kan met één warmte-koudepomp verwarmd worden, maar de bewoners hebben om budgettaire redenen voor een houtkachel gekozen.

Stimulans voor de lokale economie

Al die lokale activiteiten bevorderen de plaatselijke economie. Er is zelfs een eigen munt: het Totnes Pound. Deze munteenheid is net zoveel waard als het pond sterling en je kunt ermee betalen bij deelnemende winkels in het dorp. Nieuwsgierig naar de details leren we dat het meer om waardebonnen gaat dan om officieel geld, maar toch. Het zorgt ervoor dat geld in de gemeenschap blijft en dus lokale banen stimuleert.

Dat de middenstand er wel bij vaart, leiden we af aan het grote aantal bijzondere winkels in High Street, dé winkelstraat van Totnes. Zo vind je er een winkel met biologische streekproducten en is er een aantal verse bakkers, theehuizen en restaurants. Leegstand is er niet en ketenwinkels zijn er nauwelijks. De nadruk op lokaal komt waarschijnlijk het meest tot uiting bij de winkel Not Made in China, die lokale producten verkoopt.

Transitienetwerk

Het succes van duurzame transitie in Totnes is niet onopgemerkt gebleven. Het initiatief heeft navolging gekregen in meer dan 1.100 dorpen en steden in 43 landen. Om andere plaatsen te helpen door kennis en ervaringen uit te wisselen, is het Transition Network opgericht. Ben je nieuwsgierig of er in jouw woonplaats ook zo’n transitie-initiatief is of wil je er zelf een beginnen? Kijk eens op transitionnetwork.org en sluit je aan.

Voor ons volgende blog blijven we nog even in Engeland. We ontmoeten Polly Higgins, zelfbenoemde ‘advocaat van de aarde’. We zijn erg benieuwd om van haar te leren hoe het recht kan worden ingezet als duurzame oplossing.

Delen

Discussieer mee

ABN AMRO is benieuwd naar uw mening. U kunt daarom onder dit artikel reageren via Disqus. Door te reageren gaat u akkoord met de voorwaarden.

Meer blogs