Export belangrijkste trekker agrarische sector

Nieuwsbericht -

Graan oogsten

De export van landbouwproducten is belangrijk voor het Nederlands handelsoverschot. Afzetmarkten buiten EU nemen toe, met veel groeikansen in Azië.

Nederland ’s werelds op één na grootste exporteur landbouwproducten

De Nederlandse agrarische sector is sterk verbonden met de wereldeconomie en richt zich grotendeels op internationale handel. In 2013 was het aandeel van de export van landbouwproducten 18 procent van de totale uitvoer van Nederlandse goederen. Met een totale exportwaarde van zo’n 80 miljard euro staat Nederland - na de Verenigde Staten - zelfs op de tweede plaats in de top van exporteurs van agrarische producten in de afgelopen 10 jaar. In deze periode is de exportwaarde van Nederlandse producten met ruim 60 procent gestegen en de export blijft groeien. Zo groeit het handelsoverschot van de landbouwsector volgens ABN AMRO al jaren. Dit bedroeg in 2013 ruim 26,7 miljard euro: meer dan de helft van het totale Nederlandse handelsoverschot. ABN AMRO verwacht dat deze groei zich ook in 2015 voorzet.

Azië regio met meeste groeipotentie

Het belang van de Europese Unie als belangrijkste afzetmarkt is nog groot maar neemt gestaag af. ABN AMRO benadrukt dat de groei van de exportwaarde van Nederlandse landbouwproducten vooral van buiten de EU moet komen. Deze groei bedraagt sinds 2008 gemiddeld 8,5 procent per jaar tegenover 3,4 procent binnen de EU. Over de eerste 9 maanden van 2014 bedraagt het aandeel van de totale exportwaarde van landbouwproducten naar landen buiten de EU maar liefst 21,5 procent. De groei buiten de EU komt vooral voor rekening van Azië. De totale exportwaarde naar Azië bedroeg in 2013 ruim 6,2 miljard euro. ABN AMRO verwacht dat de export naar Azië ook in de komende jaren verder zal groeien. Na Azië zijn Noord- en Zuid-Amerika de belangrijkste afzetmarkten buiten de EU, gevolgd door Afrika.

Export naar Duitsland vindt ook weg naar andere landen

Ruim een kwart van de totale eerste uitvoer gaat naar Duitsland, gevolgd door België (11 procent), het Verenigd Koninkrijk (10 procent), Frankrijk (9 procent) en Italië (5 procent). Duitsland is als afzetmarkt volgens ABN AMRO echter minder groot als wordt gekeken naar de export gemeten in toegevoegde waarde. Dan zijn de oosterburen (17 procent) minder belangrijk en zijn het Verenigd Koninkrijk (13 procent) en Italië (8 procent) invloedrijker dan op het eerste gezicht lijkt.

Dit komt doordat de meeste producten niet allemaal in Duitsland blijven. Vaak worden ze verwerkt tot eindproduct en weer uitgevoerd naar een ander land. Dit betekent dat een deel van de toegevoegde waarde ergens anders terechtkomt.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met:

ABN AMRO, Frank Rijkers
Sector Econoom Agrarisch, Food en Agrarische Grondstoffen
E-mail
06 30 80 25 31

Documenten

Delen

Lees meer over

Discussieer mee

ABN AMRO is benieuwd naar uw mening. U kunt daarom onder dit artikel reageren via Disqus. Door te reageren gaat u akkoord met de voorwaarden.

Meer nieuws