De wereld om ons heen

Het bedrijfsklimaat waarin ABN AMRO opereert, wordt niet alleen bepaald door de economische omstandigheden en de financiële markten, maar steeds meer ook door de verwachtingen van de samenleving. Die verwachtingen zijn de afgelopen paar jaar toegenomen. Dat geldt al helemaal voor de rol die de banken kunnen spelen in de strijd tegen financiële criminaliteit en klimaatverandering. In 2019 bleven de marktomstandigheden voor banken lastig.

1. Economische groei is vertraagd

De wereldwijde economische groei is het afgelopen jaar vertraagd. De redenen: handelsspanningen, een lagere productie en toenemende politieke onzekerheid. De wereldeconomie groeide in 2019 naar schatting met 2,9%, tegenover 3,5% het voorgaande jaar. In de internationale handel was sprake van nulgroei. Voor een deel was dat het gevolg van het handelsgeschil tussen de VS en China. In Nederland (de primaire markt van ABN AMRO) bleek de economie veerkrachtig. De binnenlandse vraag werd de belangrijkste aanjager van de groei in 2019, terwijl de internationale handel juist vertraagde. De particuliere consumptie, de overheidsbestedingen en de investeringen droegen allemaal bij aan de groei van het bbp. De groei in Nederland kwam lager uit op naar schatting 1,7%. Dat ligt nog altijd hoger dan het gemiddelde voor de eurozone van 1,2%. In de andere markten waarin ABN AMRO actief is (België, Frankrijk, Duitsland en de VS) was eveneens sprake van groei, maar wel in een lager tempo dan in 2018. De wereldeconomie had in de loop van het jaar te lijden onder politieke spanningen, onder andere de brexit, de escalatie van handelsgeschillen en de voortdurende spanningen in het Midden-Oosten en straatprotesten in een aantal landen.

In Europa ligt de rente nog altijd op een historisch laag niveau. Voor een deel heeft dat te maken met langetermijnfactoren, zoals de vergrijzing. De rente daalde in 2019 zelfs nog verder: aan het einde van het jaar verlaagde de Europese Centrale Bank (ECB) de depositorente voor overtollige liquiditeiten naar -0,5%. Voor de banken vormt die lage rente echt een uitdaging. De winstgevendheid komt onder druk. De rente op spaargelden van klanten is nog verder verlaagd. Maar omdat die rente al laag is (en in sommige gevallen negatief), wordt het steeds lastiger om de daling te compenseren.

2. Samenleving heeft hogere verwachtingen

Wat de samenleving van banken verwacht, is de afgelopen jaren veranderd. In Nederland liggen de banken steeds meer onder een vergrootglas. Dat is nog een uitvloeisel van de financiële crisis van 2008, toen veel banken een beroep moesten doen op financiële steun van de Nederlandse staat. Nu, tien jaar later, is het vertrouwen in de banken nog altijd laag.¹ De wet- en regelgeving is aangescherpt. Van banken wordt verder verwacht dat ze met hun investeringen positieve impact hebben, de strijd aanknopen met klimaatverandering en de internationale ontwikkelingsagenda ondersteunen.

De nadruk is in toenemende mate komen te liggen op de rol van banken bij het opsporen en voorkomen van financiële criminaliteit en witwasparktijken. In Nederland wordt elk jaar naar schatting voor EUR 16 miljard aan geld witgewassen.² In 2019 kwam de overheid met plannen om het witwassen van geld tegen te gaan en om de rol van de banken als poortwachters van het financiële stelsel te versterken. Voorgestelde maatregelen zijn onder andere een verbod op transacties in contanten van meer dan EUR 3.000 en strengere regels voor het screenen van klanten (customer due diligence). Meer wet- en regelgeving is er ook om de informatieverschaffing te verbeteren over maatschappelijke en milieueffecten, via TCFD³ bijvoorbeeld, en de Europese richtlijn met betrekking tot de bekendmaking van niet-financiële informatie en informatie over diversiteit. Op het gebied van de mensenrechten wordt van banken (net als van andere ondernemingen) verwacht dat ze zich houden aan het Protect, Respect and Remedy Framework, zoals in de UN Guiding Principles on Business and Human Rights wordt beschreven. Mensenrechten staan eveneens centraal in het bankenconvenant van 2016.

¹ Bron: Edelman Trust Barometer 2019 – financial services (van de deelnemers aan de enquête in Nederland had maar 48% vertrouwen in de financiële sector).
² Bron: Ministerie van Financiën.
³ Task Force for Climate-Related Financial Disclosures.
IMVO-convenant bancaire sector voor een betere naleving van de mensenrechten (oktober 2016). Zie voor meer informatie imvoconvenanten.nl.

3. Het bankwezen digitaliseert

Onder invloed van de technologie is bankieren de afgelopen jaren fundamenteel veranderd. De klant verwacht op elk uur van de dag te kunnen bankieren, waar ter wereld hij of zij ook is. Precies hetzelfde als bij andere aanbieders van diensten. Die klant verwacht bovendien voortdurende innovatie. De technologie wordt sneller, goedkoper en universeler. Het gevolg: banken moeten meer investeren. Op veel gebieden moeten ze zichzelf opnieuw uitvinden. Particulieren bankieren tegenwoordig veelal digitaal. De financiële sector is digitaal geworden, een sector die rijp is voor ontwrichting. Startups en techbedrijven kunnen met nieuwe, innovatieve producten en diensten de concurrentie aangaan. Ondertussen gaan bankkantoren dicht omdat mobiel bankieren steeds populairder wordt.

De rol van de bank als tussenpersoon staat eveneens onder druk. Dankzij een combinatie van technologie, open bankieren en nieuwe wet- en regelgeving (vooral de Europese richtlijn betalingsdiensten, PSD II) kan een bedrijf nu direct zakendoen met de klant. Het initiatief ligt bij de consument: service aan de klant heeft de hoogste prioriteit. Het risico bestaat dat de bank uiteindelijk een nutsbedrijf wordt, dat betaalverkeer en informatie levert. Maar dat ook moet concurreren op een markt waarin andere ondernemingen direct toegang hebben tot zijn klantenbestand.

4. Banken passen zich aan strengere kapitaaleisen aan

Banken moeten sinds de financiële crisis meer kapitaal als buffer aanhouden. Voor de uitvoering van Basel IV moeten Europese banken naar schatting iets meer dan EUR 90 miljard aan extra vermogen opzij zetten.¹ De kapitaalvereisten worden ook door andere regels beïnvloed. Door TRIM² bijvoorbeeld, de evaluatie van het interne risicomodel van banken door de ECB. TRIM moet voor consistentie in de hele sector zorgen en maakt de weg vrij voor Basel IV. Ook voor dubieuze debiteuren (‘non-performing exposures’ – NPE’s) staan er nieuwe regels op stapel; dat wil zeggen, leningen en andere vormen van krediet die niet volgens schema worden afgelost. Volgens die nieuwe regels moeten banken volledige voorzieningen treffen voor de aanwezige NPE’s.³ ABN AMRO is goed gekapitaliseerd en bevindt zich in een sterke uitgangspositie om aan strengere vereisten te voldoen. Eind 2019 bedroeg de belangrijkste kapitaalratio (CET1) 18,1%. Dat is ruim binnen de beoogde bandbreedte van 17,5-18,5%. Inbegrepen in die CET1 ratio is een bedrag van EUR 10 miljard (in risicogewogen activa), die de bank vooruitlopend op TRIM en verdere modelaanpassingen heeft toegevoegd. Volgens Basel IV bedroeg de ratio eind 2019 ruim 14%.

¹ Voor banken in groep 1. Bron: Bazels Comité voor het bankentoezicht (uitkomsten van de cumulatieve kwantitatieve impactstudie).
² Targeted Review of Internal Models.
³ Het tijdpad varieert: banken hebben twee jaar de tijd bij NPE’s zonder onderpand en tot zeven jaar bij NPE’s met onderpand.