Column

Column: Een sportieve voetafdruk

DuurzaamheidKlimaateconomieKlimaatbeleidEnergietransitieSocial impact

We krijgen weer een rijkgevulde sportzomer voorgeschoteld. De finale Roland Garros werd vorig weekend nog gespeeld en het EK atletiek in Rome nam meteen het stokje over. En inmiddels is het EK voetbal in Duitsland alweer drie dagen onderweg. Maar we hebben nog veel meer leuks om naar uit te kijken deze zomer. Want de Olympische Spelen, de Tour de France en Wimbledon moeten nog beginnen. En natuurlijk tussendoor de Formule 1. Dan vind ik het – als duurzame econoom duurzaamheid – ook interessant om te weten wat de voetafdruk is van deze sportevenementen.

Moeilijk meetbaar

Ik tennis graag. Elk jaar speel ik met een vriendenteam in de KNLTB voorjaarscompetitie. Dit doen we al zo’n 25 jaar. Een mooie traditie die we graag in ere houden. We hebben het heel lang volgehouden in de 17+ competitie (toch zo’n 20 jaar), maar op een gegeven moment moet je toegeven aan de aftakeling. We spelen nu mee in de dubbelcompetitie 50+. Lekker naar regionale tennisverenigingen en vaak goed te doen met de fiets. Soms moeten we wel eens naar Spaarndam, Purmerend of Texel en zijn we veroordeeld tot de auto. Maar uiteindelijk is onze voetafdruk bijzonder laag. Bij de grote sportevenementen ligt dit heel wat gradaties anders.

De grote sportevenementen hebben vaak grote aantallen deelnemers en trekken veel publiek uit een groot aantal landen. De FIFA schat bijvoorbeeld dat voetbal wereldwijd 265 miljoen actieve spelers heeft en een fanbase van 4 miljard mensen. Dit is de helft van de wereldbevolking. Gezien het sociaaleconomische en culturele belang van sport in het algemeen is er in de afgelopen jaren meer aandacht gekomen voor de impact van sport op het milieu en de verduurzaming ervan.

Het meten van de uiteindelijke milieu-impact van sportevenementen is echter complex. Het gaat namelijk om emissies van het vervoer van atleten, personeel en toeschouwers van en naar evenementen, de bouw en het gebruik van verschillende sportlocaties en -faciliteiten, toeleveringsketens voor merchandise en sportuitrusting, maar ook de faciliteiten en inkoop van eten, drinken en het verblijf in een accommodaties. Toch zijn er goede pogingen gedaan om de milieu-impact van grote sportevenementen in te schatten en dit levert interessante resultaten op.

Voetafdruk sportzomer

Hoe meer landen aan een sportevenement meedoen, hoe groter de voetafdruk. De reisbewegingen van en naar het organiserende land van deelnemers en publiek dragen hier uiteindelijk het meeste aan bij. Dit loopt soms op tot wel 60% van de totale uitstoot. Daarmee hebben de Olympische Spelen en het WK voetbal een flinke voetafdruk omdat juist bij deze evenementen de meeste landen en grote teams zijn betrokken. Maar relatief gezien – afgezet tegen het aantal bezoekers – hebben de Olympische Spelen en het WK voetbal niet direct de grootste milieu-impact.

De laatste drie Olympische zomerspelen waren gemiddeld verantwoordelijk voor 2,9 mln ton CO2e, net zoveel als Lesotho in 2022. En zo stoot het WK voetbal gemiddeld net zoveel uit als Timor (circa 2,7 mln ton CO2e). Het EK voetbal heeft over de afgelopen twee edities gemiddeld 2,0 mln ton CO2e, ofwel dezelfde uitstoot van de Bahama’s. Gerelateerd aan het aantal bezoekers aan deze evenementen blijkt dat het EK voetbal relatief gezien het minst gunstig is voor het milieu. Om dat te compenseren gaan sommige sportevenementen ook over tot carbon offsetting.

De marathon van Londen trekt jaarlijks zo’n 50.000 renners en ook hier is het reizen van deelnemers en publiek de grote boosdoener. De organisatie neemt verduurzaming serieus en laat deelnemers die van buiten het VK komen sinds 2021 zo’n EUR 38 extra betalen ter compensatie van de milieu-impact. Het geld wordt vervolgens gebruikt om koolstofverwijderingsbedrijven te betalen om CO2 uit de lucht te halen, via projecten (bomen planten) of anderszins. Vaak is dit echter een wassen neus, want het doet uiteindelijk maar bar weinig aan het echt koolstofarm maken van de eigen sportorganisatie. En juist dit zal nog een hele sport op zich gaan worden.

Deze column heeft op 17 juni in de Financiele Telegraaf gestaan