De wisseling van de wacht bij de ECB

PublicationMacro economy
3 minuten lezen

De Financial Times meldde vanochtend dat ECB president Christine Lagarde haar functie zal neerleggen vóór afloop van haar termijn in oktober 2027.

Nick Kounis

Nick Kounis

Hoofdeconoom

De reden is dat zij wil vertrekken vóór de Franse presidentsverkiezingen in april volgend jaar. Dat zou de Franse president Macron, samen met de Duitse bondskanselier Merz, in staat stellen om een leidende rol te spelen bij de benoeming van een nieuwe ECB‑president. De ECB ontkende het bericht niet volledig, maar reageerde dat Lagarde “nog geen beslissing heeft genomen”.

Een vroegtijdig vertrek van de ECB‑president kan onderdeel uitmaken van een bredere wisseling van de wacht binnen de Europese Centrale Bank de komende kwartalen. De gouverneur van Kroatië, Boris Vujčić, staat op het punt benoemd te worden als de nieuwe vicepresident, ter opvolging van Luis de Guindos, wiens termijn op 31 mei afloopt. De termijn van hoofdeconoom Philip Lane eindigt in mei volgend jaar, terwijl die van directielid Isabel Schnabel aan het einde van volgend jaar afloopt. Dit betekent dat vier van de zes directieleden tegen het einde van volgend jaar zullen vertrekken. Ondertussen zagen we ook dat François Villeroy, gouverneur van de Banque de France, voortijdig aftreedt per eind mei terwijl zijn termijn eigenlijk tot oktober 2027 liep.

Natuurlijk zal dit nieuws de speculatie over de opvolging van Lagarde alleen maar aanwakkeren. Daarbij worden vier mogelijke kandidaten genoemd:

  • Pablo Hernández de Cos – momenteel hoofd van de Bank for International Settlements en voormalig gouverneur van de centrale bank van Spanje

  • Klaas Knot – hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam, voormalig president van De Nederlandsche Bank en oud‑voorzitter van de Financial Stability Board

  • Joachim Nagel – president van de Bundesbank

  • Isabel Schnabel – ECB‑directielid met verantwoordelijkheid voor marktoperaties

Uit een Bloomberg‑peiling onder economen kwamen De Cos en Knot naar voren als de voornaamste kanshebbers. Kijkend naar de huidige kandidaten lijkt het erop dat er bij sommige lidstaten bedenkingen bestaan over waar zij inhoudelijk staan (of in het verleden stonden) binnen het spectrum van de Governing Council. Zo zou De Cos door sommige landen als te “dovish” (accomoderend) kunnen worden gezien, terwijl Nagel en Schnabel juist als te “hawkish” (streng) kunnen worden beschouwd.

Dit zou de deur kunnen openen voor Knot, die weliswaar uitgesproken streng was in zijn beginjaren binnen de Governing Council, maar de laatste jaren een meer pragmatische, centristische koers is gaan varen. Hij zou de ECB-president met een middenpositie, maar met een neiging tot strenger beleid kunnen zijn waar veel ministers van Financiën zich achter zouden kunnen scharen. Het eerdere aftreden van Lagarde speelt Knot bovendien in de kaart, omdat zijn termijn in de Raad vorig jaar afliep. Al merken we op dat Duitsland en Spanje de enige grote eurozonelanden zijn die nooit een landgenoot als ECB‑president hebben gehad; het is echter onduidelijk of dat werkelijk een doorslaggevende factor wordt.

Hoe dan ook, het is nog veel te vroeg in het proces om sterke conclusies te trekken over de identiteit van de volgende president. Politieke overwegingen kunnen een rol gaan spelen, wat de deur opent voor nieuwe kandidaten. Zo stond Lagarde zelf bij haar benoeming ook niet bovenaan de lijst van favorieten. Er zou sprake zijn geweest van een deal tussen Frankrijk en Duitsland, waarbij de benoeming van Ursula von der Leyen tot voorzitter van de Europese Commissie onderdeel van het wederzijdse compromis was.