Duitsland - Politieke onzekerheid drukt op de economie

PublicationMacro economy
4 minuten lezen

Economie stabiliseert, maar blijft fragiel met inflatie boven de doelstelling. Enige voortgang bij pensioenhervormingen, maar interne spanningen houden aan. Toenemende politieke risico’s en onzekerheid door onvrede onder kiezers.

Philip Bokeloh

Philip Bokeloh

Senior Econoom Nederland

Na een terugval in februari suggereren recente vertrouwensindicatoren dat de bodem is bereikt. Zo is de Ifo-index licht gestegen. Ook het consumentenvertrouwen is toegenomen, mogelijk gedreven door de volgens IAB en Ifo gunstigere arbeidsmarktvooruitzichten. De verbeteringen volgen op berichten over een staakt-het-vuren tussen de VS en Iran en kunnen doorzetten als de vredesonderhandelingen zich positief ontwikkelen. Eerder hebben wij vanwege het conflict en de daaruit voortvloeiende energieprijsstijging onze bbp-ramingen neerwaarts bijgesteld naar 0,8% groei voor dit jaar en 1% voor volgend jaar. Vooralsnog zien wij geen aanleiding om deze ramingen verder aan te passen. Hoewel onzekerheid blijft drukken op consumptie en bedrijfsinvesteringen, wordt de economie ondersteund door hogere overheidsuitgaven. De overheid investeert in defensie, infrastructuur en klimaatmaatregelen, zij het langzamer dan verwacht. Door de verkiezingen van 2025 moest de regering langere tijd werken met een voorlopige begroting, waardoor vorig jaar slechts 65% van het infrastructuurfonds van EUR 37 mld werd besteed. In 2026 is de uitvoering versneld: in april was 28% van de toewijzing van EUR 40 mld ingezet. Toch blijft de trage uitvoering bij lagere overheden onze voorzichtige groeiverwachting rechtvaardigen. De inflatie daalde in juni volgens voorlopige cijfers naar 2,3% jaar-op-jaar, van 2,6% in mei en 2,9% in april. Dit is grotendeels toe te schrijven aan de energieprijsdaling in juni en de verlaging van de brandstofaccijnzen in mei. Deze verlaging loopt zoals gepland af in juli. Ondanks de gedaalde energieprijzen, zullen hogere goederenprijzen de totale inflatie nog enige tijd boven de doelstelling houden.

De regering zet eerste stappen richting arbeidsmarkt- en pensioenhervormingen. Zo wil zij het omslagstelsel aanvullen met een kapitaalgedekte pijler die belegt in risicovollere, maar potentieel rendabelere, kapitaalmarktactiva. Dit is welkom, want tot dusver kwam er weinig terecht van Merz’ verkiezingsbelofte om hervormingen door te voeren, afgezien van wijzigingen in de gezondheidszorg en een nieuwe warmtewet. Merz had beloofd een einde te maken aan de ruzies die de vorige regering kenmerkten, maar is daarin niet geslaagd. Evenmin heeft hij zijn belofte waargemaakt om de steun voor de AfD te halveren. Recente peilingen suggereren dat de pro-Russische, anti-NAVO- en anti-EU-AfD nu aan kop gaat. Veel kiezers voelen zich niet uit overtuiging tot de AfD aangetrokken, maar uit teleurstelling over de gevestigde partijen. Bijna de helft van de kiezers vindt zelfs dat de coalitie haar volledige termijn niet zou moeten uitzitten. De coalitie heeft al tegenslagen geleden bij twee deelstaatverkiezingen en meerdere gemeenteraads-verkiezingen, en dreigt ook te verliezen bij drie verkiezingen in september. Vooral de SPD krijgt het zwaar te verduren. Zij staat voor een lastig dilemma: een sociaal conservatievere koers varen om kiezers terug te winnen van de AfD, of juist een progressievere koers die aantrekkelijk is voor naar de Groenen en Linke overgestapte kiezers. Verdere fragmentatie lijkt waarschijnlijk bij een slechte verkiezingsuitslag. Het is zelfs denkbaar dat de SPD zich uit de regering terugtrekt. De CDU/CSU zou er dan voor kunnen kiezen om zonder vaste coalitie te regeren en per dossier ad hoc meerderheden te zoeken. De Nederlandse ervaring laat zien welke uitdagingen zo’n constructie met zich meebrengt. Dit geldt des te meer voor Merz, die zelfs onder CDU-kiezers impopulair is. Al met al blijft de regering op wankele basis staan. Vervroegde verkiezingen zijn mogelijk, waarbij de AfD verder terrein zou kunnen winnen. Voor de economie zou dit leiden tot meer onzekerheid en een risico op vertragingen bij hervormingen en bij besluiten over defensie- en infrastructuuruitgaven. Reden temeer voor de huidige coalitie om nu alsnog door te pakken met hervormen.