FX Weekly - Markten testen de grens van yen-zwakte

PublicationMacro economy
4 minuten lezen

De yen blijft sterk ondergewaardeerd, maar de zwakte weerspiegelt structurele factoren en beleidsfactoren. De gecoördineerde interventie van de VS en Japan suggereert dat de autoriteiten zich steeds ongemakkelijker voelen bij de zwakte van de yen. Valutamarkten hebben mogelijk herhaalde interventies nodig voordat zij geloven dat er een duidelijke grens is getrokken. EUR/USD blijft naar verwachting binnen een bandbreedte totdat Amerikaanse cijfers en centrale-bankacties meer richting geven.

Markten testen de autoriteiten

In juli 2026 bereikte USD/JPY niveaus die voor het laatst in 1986 werden gezien, terwijl EUR/JPY steeg naar het hoogste niveau sinds de invoering van de euro. De yen wordt breed beschouwd als aanzienlijk ondergewaardeerd. Toch is de zwakte van de munt niet alleen een marktanomalie. Japanse beleggers zoeken al jarenlang naar hogere rendementen in het buitenland, omdat de zeer lage rente in Japan weinig aantrekkelijke beleggingsmogelijkheden in eigen land bood. Deze renteverschillen zijn ook een belangrijke aanjager van carry trades, waarbij de yen wordt gebruikt als financieringsvaluta.

Meer recent hebben zorgen over het economisch beleid van Japan extra druk op de yen gezet. De nadruk van premier Takaichi op begrotingsuitgaven, in combinatie met druk op de Bank of Japan om de rente niet te verhogen, heeft beleggers ongerust gemaakt. Japan is bovendien een grote energie-importeur. Hogere olie- en gasprijzen zijn daarom negatief voor de economie, omdat zij de importkosten verhogen.

De Japanse autoriteiten hebben eerder ingegrepen op de valutamarkten. Gecoördineerde interventie met de Verenigde Staten komt echter zelden voor. Eind juli zouden de VS en Japan gezamenlijk hebben gehandeld om de yen te ondersteunen. Japan verkocht USD/JPY, terwijl de Verenigde Staten EUR/JPY verkochten. Dat laatste was opvallend. Het suggereert dat de VS mogelijk de impact op de markt voor Amerikaanse staatspapier wilde beperken, zeker nu financiële markten onzeker zijn over het beleid onder de nieuwe Fed-voorzitter Warsh.

Dit soort gecoördineerde actie is zeer ongebruikelijk. De laatste grote gezamenlijke interventie door Japan en de Verenigde Staten vond plaats in maart 2011, na de aardbeving en tsunami in Tohoku. Daarvoor was er een belangrijke gecoördineerde interventie in juni 1998. Die interventie was relevant, omdat zij uiteindelijk hielp de neerwaartse trend van de yen te keren.

Voor een langdurige versterking van de yen zijn twee zaken nodig. Ten eerste moeten de economische vooruitzichten voor Japan veranderen. Daarvoor is meer vertrouwen nodig in het Japanse economische beleid en moet het renteverschil tussen Japan en andere grote economieën kleiner worden. Ten tweede moeten beleggers ervan overtuigd raken dat de yen waarschijnlijk niet veel verder zal verzwakken. De recente gecoördineerde interventie lijkt precies op deze verwachtingen te willen inspelen. Valutamarkten zullen de autoriteiten echter waarschijnlijk opnieuw testen om te zien of zowel de VS als Japan serieus zijn in het verdedigen van deze niveaus. Met andere woorden: de VS en Japan zullen mogelijk meer dan eens moeten laten zien dat zij vinden dat de verzwakking van de yen te ver is doorgeschoten.

Op een bepaald moment kunnen Japanse beleggers besluiten dat binnenlandse activa een betere verhouding tussen risico en rendement bieden dan buitenlandse beleggingen. Zo’n verschuiving kan belangrijke gevolgen hebben voor mondiale financiële markten, omdat Japanse beleggers grote hoeveelheden buitenlandse obligaties aanhouden, waaronder Amerikaanse staatsobligaties. De VS zijn zich bewust van dit risico en hebben er weinig belang bij dat Japanse beleggers grote posities in Amerikaans overheidspapier verkopen en het geld terughalen naar Japan.

EUR/USD: wachten op een duidelijke richting

EUR/USD is het meest liquide valutapaar, waardoor veel mondiale valutastromen via dit paar verlopen. De interventie in de yen leidde tot meer dollarzwakte tegenover de yen dan eurozwakte, waardoor EUR/USD kon stijgen en boven 1,15 uitkwam. Voorlopig lijkt het gebied rond 1,1325 tot 1,1350 een stevige steunzone. De recente stijging van olie- en gasprijzen heeft de opwaartse ruimte voor de euro echter opnieuw beperkt. Markten blijven volatiel en wachten op nieuwe informatie. Deze week kan die komen uit ontwikkelingen in het Midden-Oosten en op de yenmarkt, maar ook uit belangrijke Amerikaanse macro-economische cijfers, waaronder de CPI vandaag, de PPI morgen en de detailhandelsverkopen op vrijdag. Deze cijfers kunnen ertoe leiden dat markten hun verwachtingen voor de Fed-vergadering van 16 september herzien. Daarvoor zullen beleggers ook letten op het Jackson Hole Economic Policy Symposium van de Fed eind augustus, waar Fed-voorzitter Kevin Warsh heeft aangegeven te willen spreken. De ECB maakt haar volgende rentebesluit bekend op 10 september. Al met al kunnen verschillende gebeurtenissen in de komende weken de valutamarkten meer richting geven.